Verhaal

Verslag zelfmoord

Brief van D. Gratama-den Hartog aan haar dochter L. Eggink-Gratama, d.d. 4 juni 1940

"Na de koffie werd ik door oom Mau opgebeld om eens te vragen hoe of de berichten waren. Ook Alfred was goed, doch, zei hij hakkelend en stotend, vier van mijn familieleden hebben ’t niet kunnen afwachten en heb ik vanmorgen mijn broer, de dokter uit Utrecht, met zijn vrouw, een zuster van tante Jet, zijn zoon, die pas een half jaar getrouwd was ook met een christenmeisje en hier onder dienst was en al afgestudeerd voor dokter, begraven. Vader was net met dit droevig verhaal thuisgekomen en nu moest ik het van hem zelf horen. Misschien herinner je je die twee neefjes nog wel, Edu en Kees, zulke krullenkopjes. Ze waren met de jongste zoon vanuit Utrecht naar de getrouwde zoon gekomen, hadden al iets verdovends geslikt en elkaar nog een injectie gegeven en toen heeft de oudste zoon hen allen doodgeschoten en toen zichzelf. Ze woonden naast de familie Ochtman, hoorde ik later. De jongste zoon was al zo erg bewusteloos, zodat hij gedacht heeft: die is toch al dood, dus schoot hij daar niet op. De moeder en zuster van dat jonge vrouwtje waren ook aanwezig, die ’t nog tegen wilden gaan, doch ze werden de kamer uitgezet, de deur ging op slot en in de kamer daarnaast moesten zij het daarna horen afspelen, vind je het niet ontzettend? Die hebben nog gauw een dokter opgebeld, doch ’t was tevergeefs; alleen de jongste zoon is dadelijk naar het ziekenhuis gebracht en de maag uitgepompt en die is in leven gebleven. ’s Middags ben ik dadelijk naar oom Mau en tante Jet gegaan, die diep verslagen waren."