Verhaal

Ephraim Potsdammer

Advertentie van de hoeden- en pettenzaak Potsdammer, 29-11-1929.

Ephraim Potsdammer is de oudste zoon van Tobias Potsdammer en Jeanette Vos. Tobias was eerder getrouwd met Frederika Schweiger. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren; Carolina (1873), Sophia (1875) en Aleida (1877). Aleida overleed toen zij 27 jaar oud was, Sophia toen zij 30 was. Na het overlijden van Frederika in 1878, hertrouwde Tobias in 1879 met Jeanette Vos. Uit dit huwelijk zijn 5 kinderen bekend; Ephraim, Rozette (1881), Frederika (1883), Johanna (1886) en Aron (1889). De jongste broer van Ephraim, Aron, kwam op 29-10-1930 om bij een tragisch ongeval met een tram in Tuindorp te Coevorden. De tram van Coevorden naar Assen reed hem aan toen hij controleerde of zijn auto niet op de tramrails stond. Hij werd 15 meter meegesleurd en overleed aangekomen in het ziekenhuis, zwaar gehavend.

Ephraim vestigde zich samen met zijn vrouw Hendeltje van 31-12-1915 in Assen, daarvoor hadden zij in Coevorden gewoond. Eerst wonen zij in bij de ouders van Hendeltje, Izaak Nathan Groenberg en Sophia van Gilpen. Kort daarop overlijdt de moeder van Hendeltje op 28-07-1916. Enige tijd later vestigt het echtpaar zich op de Rolderstraat 27 en in 1917 komt Hendeltjes vader bij hun inwonen. Hij overlijdt op 17-05-1924, hij is dan 86 jaar oud.

Ephraim Potsdammer dreef samen met zijn vrouw vanaf juni 1921 een hoeden- en pettenzaak aan de Rolderstraat in Assen, waar zij tevens paraplu's verkochten. Buiten dit was Ephraim ook makelaar in allerlei vastgoed. Er zijn in lokale en regionale kranten vele berichten te vinden waarin hij optreedt, soms als verkoper maar ook als bemiddelaar, taxateur of koper van woonhuizen, boerderijen, bouwgrond, landbouwgrond, boomgaarden, etc.

Bij zijn registratie in de gemeente Assen staat bij zijn beroep eerst pettenmaker aangegeven. Dit is hetzelfde beroep wat zijn vader Tobias en ook zijn grootvader Ephraim uitoefenden. Opa Ephraim is geboren in Lissa, het huidige in Polen gelegen Leszno. In juni 1842 is hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Coevorden.

De hoeden- en pettenzaak van Ephraim en zijn vrouw kwam in mei 1942, door de anti-joodse verordeningen in liquidatie. Kort daarop is hij vermoord in het kamp Sachsenhausen, een SS-kamp iets ten noorden van Berlijn.

In dit kamp zijn in de periode eind mei - begin juni 1942 veel joodse mannen vermoord als vergelding voor aanslagen die gepleegd werden door het verzet. Rond 27-28 mei 1942 zijn 250 joodse mannen gefusilleerd als vergelding voor een aanslag in Berlijn, op een tentoonstelling 'Das Sowjet-Paradies', gepleegd op 18 mei 1942. Een propaganda-tentoonstelling georganiseerd door de NSDAP. Begin mei 1942 zijn in dit kamp 71 Nederlandse verzetsmensen vermoord nadat zij in het voorjaar ter dood waren veroordeeld.

Bij de officiële registratie van zijn 'overlijden' bij het Standesamt Oranienburg op 5 juni 1942 staat aangegeven dat hij is overleden aan een dubbele longontsteking. Opvallend is, dat de officiële registratie van zijn overlijden bij de gemeente Assen pas plaats vindt op 12 november 1954, ruim 12 jaar later !

Een voorval welke terug te vinden is in de kranten is berichtgeving m.b.t. vernieling van ruiten in de Rolderstraat in Assen, o.a. bij de familie Potsdammer. Het voorval gebeurd in de nacht van 17 op 18 oktober 1940. Een groep van 4 verdachten moet zich daarvoor in december voor de politierechter in Assen verantwoorden. Zij hadden het speciaal voorzien op de ruiten van joodse woningen en winkels. Slachtoffers hierbij waren naast Potsdammer, de winkels van Stern, M. Lezer (huiden- en lompenhandel), Gans en Bundheim (lederhandel). Feitelijk betreft het hier 2 aparte rechtszaken; 1 aangespannen door M. Lezer tegen hoofdverdachte Van der Woude, 1 aangespannen door E. Potsdammer tegen hoofdverdachte Hartlief. Beide verdachten werden uiteindelijk veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf.

Bronnen;

Media bestand