Verhaal

Sara Agterstibbe-Frankenhuis

Door: Robby

De familie Busnac-Frankenhuis bestond uit acht personen. Sara Frankenhuis had uit een eerder huwelijk met Samuel Agsteribbe twee kinderen: Samuel en Elisabeth én ze had nog drie kinderen van een andere vader: Henriette, Adolphina en Francisca. Ook Frans Busnac bezat uit een eerder huwelijk kinderen, maar die woonden niet bij het gezin in Tilburg. In de zomermaanden van 1942 begon de Duitse bezetter met de deportatie van Joden. In Tilburg vonden keuringen plaats door artsen waardoor vele Joden (voorlopig) aan deportatie ontsnapten. Ook Sara Frankenhuis werd wegens ziekte afgekeurd en mocht op 29 augustus met haar gezin terugkeren naar Tilburg.

Echter haar volwassen dochter Elisabeth en zoon Samuel ontliepen verdere deportatie naar het oosten niet, zij kwamen respectievelijk om in Auschwitz (3 september 1942) en Buchenwald (4 april 1945). De huurwoning van het gezin was door de bezetter inmiddels al geïnventariseerd, het formulier vermeldt dat er in de woning geen waardevolle spullen waren aangetroffen.

Begin april 1943 kondigde de Duitse bezetter een verblijfsverbod aan voor Joden in acht provincies waaronder Noord-Brabant. Sara Frankenhuis en haar kinderen staan vermeld op een lijst van Tilburgse Joden die een reisvergunning hadden afgehaald om te vertrekken naar Westerbork. Voor het vertrek moesten zij zich melden op het politiebureau en hun huissleutels inleveren. Op 14 mei 1943 werden Sara en haar kinderen Henriette, Adolphina, Francisca en Robert in Sobibór vergast. Sara was toen hoogzwanger.

Bron: WesterborkPortretten

Alle rechten voorbehouden