Biografie

Het lot van Leendert Philip de Jong en zijn bruid Sara Santilhano.

Leendert Philip de Jong, een zoon van Abraham de Jong en Sara Pop was in Amsterdam geboren op 14 Juli 1917. Hij was de tweede in het gezin met vier kinderen; zijn zus was Clara (1912); zijn broers Philip Leendert (1914), Leendert Philip (1917) en Maurice (1925). Alleen Philip Leendert overleefde de Sjoa, de anderen en ook hun ouders werden allen tijdens de Sjoa vermoord.  

Abraham de Jong, (Leendert Philips’ vader) was diamantbewerker van beroep, reden waarom hij met zijn gezin meerdere keren naar Antwerpen is vertrokken en daar zijn brood verdiende. Het laatste adres van de familie De Jong was in het district Deurne in de Van der Delftstraat 39. Toen zij in Juli 1934 terugkeerden naar Amsterdam, woonden zij éérst in de Blasiusstraat 67 II, voordat zij in de derde week van December 1936 naar de Krugerstraat 29 II verhuisden.

Leendert Philip werkte in de textielindustrie als zijdewever; dat was nog vóór hij in April 1936 werd opgeroepen voor de keuring  voor de Nationale Militie. Hij werd goedgekeurd voor de “wielrijders infanterie” en in tweede instantie voor de geneeskundige troepen. Op 23 Maart 1937 werd Leendert ingelijfd in de Militie en ingedeeld bij de 7e Rijdende Infanterie (2e ploeg) en gelegerd in Harskamp. Op 4 September van dat jaar werd hij echter al met Groot Verlof gestuurd.

Vanaf 1939 was Leendert al erg goed bevriend met Sara Santilhano, die doorgaans Lientje genoemd werd. Zij werd door familie omschreven als een charmant meisje, altijd elegant en modieus gekleed en werkte als verkoopster in een modezaak in de Kalverstraat in Amsterdam. Sara was op 1 Februari 1922 geboren als een dochter van Isaäc Santilhano en Betje Hartog. Zij had nog 4 zussen en broers, t.w. Elisabeth (1915), Jacob (1918), Clara (1928) en Alexander (1931) en  woonde met haar familie in de 1e Sweelinckstraat 18 hs in Amsterdam, waar haar vader Isaäc, die verhuizer van beroep was, een opslagloods achter zijn woonhuis had.

Op 28 Augustus 1939 volgde de mobilisatie van het Nederlandse Leger, waarbij ook Leendert zich weer heeft moeten melden bij zijn onderdeel. Niet bekend is waar zij tijdens de eerste dagen van de oorlog werden ingezet maar op 14 Mei 1940, één dag voor de officiële capitulatie van het Nederlandse Leger, werd Leendert Philip met zijn onderdeel krijgsgevangen genomen. Hij werd gelukkig niet in krijgsgevangenschap weggevoerd. Niet lang nadat zijn verloofde Lientje (Sara Santilhano) en zijn moeder hem op 17 Mei hebben kunnen opzoeken, werd hij weer vrijgelaten.

Nadat Leendert in 1940 uit krijgsgevangenschap was vrijgelaten kon hij ook zijn werkzaamheden als ambtenaar bij de PTT hervatten. Echter als gevolg van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, werd hij daar in 1941 ontslagen. Vervolgens werd hij in April 1942 naar het Noord Nederlandse werkkamp Landweer gestuurd, gelegen in Elsloo, iets ten westen van Appelscha. Daar heeft hij ook kennis kunnen maken met de boerenfamilie Bult, die hem af en toe wat eten toestopte en waar hij ook zijn hart kon uitstorten.

Zijn verloofde Lientje (Sara Santilhano) had inmiddels een oproep ontvangen om gekeurd te worden voor de z.g. “Arbeitseinsatz”. Samen met haar verloofde besloten zij om snel in ondertrouw te gaan én te trouwen, nog voordat zij naar het Oosten zouden worden gestuurd. Volgens hun beider registratiekaarten van de Joodse Raad, werden Leendert Philip en Sara op 22 Juli 1942 opgeroepen zich te melden voor de z.g. “Arbeitseinsatz” maar op grond van hun voorgenomen huwelijk, wat op 24 Juli 1942 in Amsterdam zou plaatsvinden, werd bij de Joodse Raad uitstel van deportatie gevraagd én verkregen.

Een nieuwe oproep volgde op 27 Juli en volgens de transportlijst van 28/29 Juli werden beiden in die nacht als nummer 7418 en 7420 vanaf het Amsterdamse Centraal station met “Zug 1” om 02.16 in de nacht per trein afgevoerd naar Westerbork en vandaar op Vrijdagg 31 Juli 1942 gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij vermoedelijk op 3 Augustus 1942 zijn aangekomen.

Vanaf dat moment is er over Sara de Jong-Santilhano geen andere informatie behalve dat zij voorkomt op de transportlijst van het Judentransport aus den Niederlanden - Lager Westerbork - Transportlists created in Westerbork. Niet bekend is of Sara toen tewerkgesteld is geworden en ergens tussen aankomst- en haar officiële overlijdensdatum om het leven is gebracht, of dat zij na aankomst op 3 Augustus direct in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau is vermoord. De website “Memorial and Museum Auschwitz-Birkenau” vermeld in die gevallen daarover het volgende :

De database van Nederlandse Joden over transporten van Westerbork naar Auschwitz omvat ruim 46.000 mensen in 51 afzonderlijke transportlijsten. Deze konvooien arriveerden van 15 juli 1942 tot 23 februari 1943 in Auschwitz-Birkenau. De meerderheid van de gedeporteerden werd onmiddellijk na selectie op het losplatform in de gaskamers vermoord - we kennen hun namen niet. De rest werd als gevangene in het kamp geregistreerd, maar slechts een kleine groep van hen slaagde erin het te overleven en naar huis terug te keren.

Sara's exacte datum van overlijden is onbekend. De Nederlandse autoriteiten hebben daarom na de oorlog vastgesteld, mede op basis van Rode Kruisonderzoek en getuigenissen van overlevenden, dat Sara de Jong-Santilhano na 30 September 1942 niet meer in leven kon zijn. De Gemeente Amsterdam heeft na opdracht van het Ministerie een akte van overlijden voor haar opgemaakt, waarin is vastgelegd dat zij op 30 September 1942 in Auschwitz is overleden.

Over Leendert Philip de Jong is meer bekend. Uit de overgebleven administratie van Auschwitz blijkt uit de z.g. Sterbebücher (de dodenboeken) dat Leendert Philip de Jong in Auschwitz is vermoord op 17 September 1942. Dit betekent dat hij bij aankomst in Auschwitz geselecteerd werd om tewerkgesteld te worden; hij kwam in Monowitz terecht, (ook bekend als Auschwitz III, Arbeitslager Monowitz, Buna Lager en Konzentrationslager Monowitz). De omstandigheden waren inhumaan en zwaar en na ruim 6 weken is Leendert Philip de Jong van daar overgebracht naar Auschwitz I (Kasernestrasse) en volgens de overlijdensverklaring uit Auschwitz van 26 September 1942, op 17 September 1942, 's-avonds om 21.15 u om het leven gebracht.

Na de oorlog was het bovenstaande nog niet bekend bij de Nederlandse Autoriteiten. Die hebben op basis van onderzoek door het Rode Kruis en getuigenverklaringen van overlevenden toen opdracht gegeven aan de Gemeente Amsterdam om voor Leendert Philip de Jong een akte van overlijden op te maken, waarin is vastgelegd dat hij op 30 September 1942 in Auschwitz is overleden.

Bronnen o.a. het Stadsarchief Amsterdam, gezinskaarten Abraham de Jong en Isaac Santilhano; archiefkaarten Sara Pop, Betje Hartog, Leendert Philip de Jong, Sara Santilhano; het Amsterdamse Militieregister met Leendert Philip de Jong; het Antwerps Vreemdelingendossier nr. 154789 voor Abraham de Jong en familie; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Leendert Philip de Jong en Sara de Jong-Santilhano; het archief van het Rode Kruis, transportlijst Amsterdam-Westerbork van 28/29 Juli 1942, de overlijdensakte 172 opgemaakt op 22 September 1950 in Amsterdam uit her A-register 51-folio 30verso, overlijdensakte 538 uit het A-register 51-91 verso van 22 September 1950 voor Sara de Jong-Santilhano en aanvullende info van overlevende familie.

Alle rechten voorbehouden