Verhaal

Méér over het transport van 11 Januari 1943 van Westerbork -> Auschwitz

Gedeelten uit het Rode Kruis rapport Auschwitz IV - deportatietransporten in 1943 - van Octobober 1953, betreffende het bovengenoemde transport.

Algemene opmerkingen

In sterkere mate dan de Auschwitz-transporten van het najaar 1942, hadden de voorjaarstransporten van 1943 het karakter van vernietigingstransporten, geaccentueerd vooral hierdoor, dat zij voor het merendeel waren samengesteld uit oudere en minder valide personen, die niet in aanmerking kwamen om te worden tewerkgesteld, en dus waren bestemd om terstond bij aankomst te Auschwitz te worden vergast.

Al dan niet verband houdend met de samenstelling en de omvang dezer transporten, is in elk geval vermeldenswaard een (als enige van dien aard bekend geworden) geheime order van het hoofd van het "Reichs Sicherheits-Hauptamt", waarbij de deportatie werd bevolen van 45000 personen van Joodse bloede, waarvan 3000 uit Nederland, in het tijdvak van 11 t/m 31 Januari 1943. Aan deze order werd door de "Befehlshaber der Sicherheitspolizei" in Nederland voldaan door het doen afvoeren van 5 transporten, resp. op 11, 18, 23 en 29 Januari 1943 uit Westerbork en op 22 Januari 1943 uit Apeldoorn ("Apeldoornsche Bosch-transport"), totaal ter sterkte van 3594 personen. Daarna vertrokken in deze periode uit Westerbork nog 4 transporten, resp. op 2, 9, 16 en 23 Februari 1943, tezamen omvattende 4283 personen.

Samenstelling van het transport van 11 Januari 1943

Aantal gedeporteerden ……………………………..………..  750    (M: 346 en V: 404)

Personen boven 50 jaar ……………………………………...   391   (M: 161 en V: 230)

Kinderen beneden 16 jaar ……………..……………………    71    (M: 71 en V: 29)

Personen 16-50 jaar tewerkgesteld …………………….. 288     (M: 143 en V: 145)

Aantal overlevenden ………………………………..…………      8    (M: 4 en V: 4)

Blijkens verklaringen van overlevenden werden de mannen en de vrouwen terstond na aankomst van dit transport te Auschwitz gescheiden, en hadden vervolgens de gebruikelijke selecties plaats, waarbij van beide groepen een aantal “arbeitsfahig" geachten voor tewerkstelling werd uitgezocht. De overigen werden op vrachtauto's geladen en naar de gaskamers gebracht.

Mannen.

Het aantal tewerkgestelde mannen moet iets meer dan 80, doch kan op het allerhoogst 90 hebben bedragen. Uit de lijsten van hier te lande ontvangen brieven en uit de administratieve gegevens van de "Krankenbau" van Auschwitz en Monowitz zijn de namen van 68 tewerkgestelden bekend (inclusief 3 overlevenden; een vierde is tijdens het transport naar Auschwitz nog voor het bereiken van de Duitse grens ontvlucht). Hun leeftijden variëren van 17 tot 51 jaar. Het aantal mannen van 16 t/m 50 jaar bedraagt echter 143, dus zonder de bovenbedoelde vluchteling 142, d.i. 52 meer dan het bovenvermeld aantal van 90 man, dat maximaal voor tewerkstelling kan zijn aangewezen en 74 meer dan het aantal van 68 tewerkgestelden, dat bij name bekend is. In totaal zijn van 16 gematriculeerden de sterfdata bekend, waarvan in Januari 1943: 1; Februari: 7;  Maart: 5; April: 1; Mei: 1  en in  Juni 1943: 1.

Rekening houdend met deze gegevens en met de maximale levensduur van de mannelijke kampbewoners van Auschwitz in 1942 en 1943, welke op 3 a 4 maanden is te stellen, kan voor de mannen, die tot de tewerkgestelden hebben behoord, voor zover omtrent hen niets naders bekend is, als uiterste overlijdensdatum worden vastgesteld: 30 April 1943.

Vrouwen.

Blijkens eenstemmige verklaring van 3 overlevende vrouwen (in totaal zijn er 4 teruggekeerd) werden bij de selectie bij aankomst 40 jonge vrouwen voor tewerkstelling aangewezen.  Van de met name bekende tewerkgestelden was de jongste 19, de oudste 34 jaar oud. Daar voorts één der overlevende vrouwen met stelligheid verklaart, dat er geen jonge meisjes van 16 en 17 jaar bij de tewerk- gestelden waren, en ook geen vrouwen boven 35  jaar, is aangenomen, dat de bij de selectie in acht genomen leeftijdsgrenzen hebben belopen van 18 t/m 35 jaar.

Het totaal aantal vrouwen in deze leeftijdsgroep bedroeg 65,  met welk cijfer, in aanmerking genomen dat vrouwen, die jonge kinderen bij zich hadden, en enkele zwak of ziek uitziende vrouwen, van wie er 1 met name  bekend is, terstond naar de gaskamer zijn verwezen, het genoemd aantal van 40 tewerkgestelden  tamelijk wel in overeenstemming is. Uit deze tewerkgestelden zijn er 4 uitgezocht voor het experimentenblok, van wie er 3 zijn teruggekeerd en 1 in het experimentenblok aan tyfus is overleden (sterfdatum bekend). De overige 36 vrouwen, van wie er slechts 1 is teruggekeerd, zijn tewerkgesteld in Birkenau.

Overlijdensdata zijn niet met zekerheid bekend. Wel blijkt uit de verklaringen van één der overlevenden, dat deze groep vrouwen onder zeer slechte omstandigheden heeft verkeerd, en vrij spoedig was uitgestorven. In verband hiermede is, met inachtneming van de statistisch vastgestelde maximale levensduur van de tewerkgestelden in het algemeen, ook van deze vrouwen aangenomen dat zij, tenzij individueel anders blijkt, zijn overleden uiterlijk op 30 April 1943.  

Samenvatting: conclusie over het “voorjaarstransport” van 11 Januari 1943:

Mannen

De mannen, die op de dag van aankomst te Auschwitz (dus op 14 Jan.'43) de leeftijd van 16 jaar hadden bereikt, maar nog geen 51 jaar waren, worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht te zijn overleden in het Auschwitz-complex niet eerder dan 14 Jan. 1943 en uiterlijk 30 April 1943. Alle andere tot dit transport behoord hebbende mannen worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht op of omstreeks 14 Jan.'43 te Auschwitz/Birkenau te zijn overleden.

Vrouwen

De vrouwen, die op de dag van aankomst te Auschwitz (dus op 14 Jan.'43) de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt, maar nog geen 36 jaar waren, worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht te zijn overleden aldaar niet eerder dan 14 Jan.'43 en uiterlijk 30 Apr. '43. Alle andere tot dit transport behorende vrouwen, en ook kinderen, worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht op of omstreeks 14 Jan. '43 te Auschwitz/Birkenau te zijn overleden.

Bron: het Archief van het Nederlandse Rode Kruis, Publicatie "Auschwitz IV", deportatietransporten in 1943, uitgegeven October 1953, blz. 21 Hoofdstuk 2 sub 1 Algemene bemerkingen; blz. 22 sub 2 en blz. 23 overzicht samenstelling transport; blz. 24 paragraaf 3 afzonderlijke transporten sub a het transport van 11 Januari 1943; blz. 63 Bijlage I, samenvatting van de conclusies van het voorjaarstransport van 11 Januari 1943.

 

Alle rechten voorbehouden