Verhaal

broers Goldstein in het Apeldoornsche Bosch

akte 365 1931

Samuel Mendel Goldstein geboren 27-10-1889 in Chrzanow (Polen), zoon van Gerson Goldstein en Charva Klein wonende Kattowitz (P). Hij kwam, net als zijn broer Selig in 1916 in dienst van het Apeldoornsche Bosch als leerling-verpleger. Hij vertrekt circa 1920 naar Den Haag en daarna is het administratie spoor even zoek, totdat hij ambtshalve in 1925 opduikt in het bevolkingsregister van het Apeldoornsche Bosch en als verpleger te boek staat in het Apeldoornsche Bosch, zowel bij zijn huwelijk in 1931 als zijn naturalisatie.

Hij trouwde in 1931 in Apeldoorn Ester Halbreich (zich noemende Cijfer), geboren ca 1893 in Chrzanow en wonende Berlijn, dochter van Israel Baruch Halbreich en Anna Cijfer wonende Berlijn (1931). Zij is ook in 1931 genaturaliseerd. Hij moet in Berlijn zijn geweest rond 1921, want daar is zoon Israel Bernard geboren.

In mei 1933 was het echtpaar in Amsterdam (Nieuwe Kerkstraat 14) gaan wonen en heeft dus het Apeldoornsche Bosch verlaten. Samuel was in 1938 bewaarder en schoonhouder van de synagoge en orthodox-Joods. Op 26-5-1943 kwam hij met Ester in Westerbork terecht.

Samuel probeerde aan deportatie te ontkomen door middel van een verklaring dat zijn moeder in Palestina verbleef. Het baatte niet, zij gingen 8-6-1943 op transport en zijn 11-6-1943 vermoord. Zoon Israël was in 1942 in het werkkamp Ruinen beland en in oktober 1942 in Westerbork. Hij ging 21-9-1943 op transport en wordt geacht te zijn omgekomen 24-9-1943.