Verhaal

Over Samuel de Vries en naaste familie

Samuel de Vries was de oudste zoon van Amsterdamse Joseph de Vries en de Rotterdamse Elizabeth den Arend. Elizabeth en Joseph kregen nog twee zoons Juda en Jacob. Jacob overleed in 1918 nog geen twee maanden oud. Samuel werd geboren in de Amsterdamse Weesperstraat, maar het gezin woonde later in Rotterdam. Vader Joseph was koopman in ʻongeregeld goedʼ en werkte waar geld te verdienen was. Samuel woonde met zijn moeder en broertje Juda van 1922 tot 1936 in Rotterdam, daarna in Amsterdam. Zijn ouders scheidden toen Samuel  9 jaar was en moeder Elizabeth besloot met haar twee kinderen in Rotterdam te blijven. Ze onderhield haar gezin met haar werk als strijkster.

Samuels vader Joseph hertrouwde twee maal; eerst met met Roosje van de Kar, waarvan hij ook weer scheidde, en later met Rachel Hamme. Met Rachel kreeg hij nog vier kinderen, waardoor Samuel en Juda er in de loop der jaren nog drie halfbroertjes en een halfzusje bij kreeg (Samuel, Isaac, Salomon, en Sipora).

In 1936 verhuisde moeder Elizabeth met haar twee zoons naar Amsterdam. Samuel werkte inmiddels als koopman en verkocht evenals zijn vader ʻongeregeld goedʼ. Terug in Amsterdam woonde het gezin nooit zelfstandig, maar altijd bij iemand in, vanaf september 1940 bij antiquair Barend Katoen aan de Nieuwe Keizersgracht 29.

Samuel werd opgepakt bij de razzia op zaterdag 22 februari 1941. Evenals honderden andere Joodse mannen werd hij hardhandig naar het Jonas Daniël Meijerplein gejaagd, waar vrachtauto’s klaarstonden om hen af te voeren naar interneringskamp Schoorl. Na een paar dagen werd de groep per trein naar Buchenwald en later, op 22 mei, naar Mauthausen gedeporteerd. In dat laatste kamp kwam Samuel, 27 jaar oud, op 16 september 1941 om het leven.

Samuels moeder Elizabeth en zijn broer Juda werden in september 1942 in Auschwitz vermoord. Ook zijn vader Joseph en de vier kinderen uit zijn derde huwelijk werden omgebracht.

Gebaseerd op onderzoek en verhaal van Wally de Lang