Biografie

Het lot van Abram Joseph Stokvis en Regina Alida Stokvis-van Zuiden.

Abram Joseph Stokvis was een zoon van de diamantbewerker en makelaar in diamant Jozef Stokvis en Annette de Vries. Abram was geboren op 27 Januari 1904 in Amsterdam en hij werkte rond 1920 als schrijver en kantoorbediende, had een opleiding van 3 klassen HBS en na zijn dienst bij de Militie werkte hij als vertegenwoordiger.

Het gezin van Jozef Stokvis woonde vanaf 1914 in de Gemeente Sloten maar zoon Abram Joseph keerde op 20 Mei 1916 weer terug naar Amsterdam en kwam toen in huis bij zijn tante Susanna Stokvis (zus van zijn vader), die in 1912 was getrouwd met Marcus Fruitmann. Marcus, zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk en zijn tweede vrouw Susanna Stokvis woonde vanaf 1912 in de Nieuwe Tolstraat 30 I in Amsterdam.

Vanaf 1919 woonde Abram Joseph met de familie Fruitmann in de Pieter Aertsstraat maar toen Marcus en zijn tante Susanna in 1925 naar Antwerpen vertrokken, verhuisde Abram Joseph naar de Gerard Terborgstraat 32 II.

Inmiddels was hij in 1923 gekeurd voor de Nationale Militie en op 6 April 1923 werd hij geschikt verklaard voor de dienst en ingedeeld bij het bereden korps Infanterie. Wél was er geconstateerd dat hij wat bijziend was en er werd hem een leesbril verstrekt.

Abram Joseph verloor zijn ouders op relatief jonge leeftijd: zijn moeder, Annette de Vries overleed op 19 Mei 1928, toen zij 54 jaar oud was en zijn vader Jozef Stokvis volgde al vier jaar later op 2 Januari 1932 op 55-jarige leeftijd. Inmiddels woonde Abrahm Joseph op verschillende adressen in Amsterdam, zoals in de 1e Constantijn Huijgensstraat 105, en in de Wouwermanstraat 42 bovenhuis.

Op 28 Augustus 1935 trouwde Abram Joseph Stokvis in Meppel met Regina Alida van Zuiden, een dochter van Abraham van Zuiden en Sara van Huiden. Regina Alida was kinderverzorgster en lerares handenarbeid. Na in 1930 enkele maanden in Den Haag als kinderverzorgster te hebben gewerkt, keerde zij weer terug naar Meppel, totdat zij na haar huwelijk, in September 1935 vanuit Meppel naar de 1e etage van Postjeskade 159 in Amsterdam verhuisde en Abram Joseph trok toen bij haar in. Daar werd op 27 Mei 1936 hun dochter Annette Sarah geboren. Vervolgens verhuisde het gezin op 21 Januari 1938 naar de Gerard Terborgstraat 32 2e etage.

Regina Alida en haar dochtertje Annette Sarah gingen op 28 Februari 1941 naar huisnummer 34 I, waar ook Regina's moeder woonde. Regina's vader Abraham van Zuiden was in 1927 in Apeldoorn overleden en in Meppel begraven. Haar moeder was toen later, in October 1936, vanuit Meppel naar de Gerard Terborgstraat 34 I in Amsterdam verhuisd.

Vanuit de Postjeskade 159 I verhuisde Abram Joseph Stokvis op 5 Januari 1941 naar de 2e Boerhaavestraat 58 II in Amsterdam-Oost, waar hij introk bij zijn tante Susanna Stokvis, die met Marcus Fruitmann was getrouwd. Abram Joseph en zijn vrouw woonden toen niet meer bij elkaar en Regina Alida en haar dochtertje Annette Sarah verhuisden in Februari 1941 van huisnr. 32 II naar 34 I, waar haar moeder sinds 1936 woonde.

Abram Joseph, Regina Alida en hun dochter Annette Sarah gingen in onderduik. Alleen Annette Sarah overleefde de Holocaust: zij “dook op” na de oorlog in Bussum waar zij verbleef in de Bilderdijklaan 15 en was bekend bij de O.P.K. (Oorlogs Pleeg Kinderen).

Regina Alida werd gesperrt door de Joodse Raad; zij werd per 8 Maart 1942 al aangesteld als lerares handenarbeid bij de J.C.B. (Joodsche Centrale voor Beroepsopleiding) op het Westeinde 17 waar een pettenfabriek gevestigd was. Op 26 Maart werd zij formeel (maar wel voorlopig) vrijgesteld van deportatie (volgens lijst 6/24).

Op 30 September 1942 werd zij opgenomen op afdeling 3A van Het Apeldoornsche Bosch, wat op 22 Januari 1943 door de nazi’s werd “leeggehaald”. De patiënten en staf en incidenteel ook Apeldoornse bewoners werden op transport gesteld naar Auschwitz en bij aankomst op 25 Januari 1943 onmiddellijk vermoord in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau, waaronder ook Regina Alida Stokvis-van Zuiden,.

Op enig moment tijdens de Jodenvervolging werd Abram Joseph Stokvis luchtbeschermer bij Rusthuis Blog in de Plantage Middenlaan 40 in Amsterdam, vermoedelijk in 1942. Mogelijk profiteerde hij ook van de “Sperre” van zijn vrouw, van wie hij inmiddels gescheiden leefde en inwoonde bij zijn tante Susanna Stokvis en haar man Marcus Fruitmann in de Tweede Boerhaavestraat 58 II in Amsterdam-Oost.

Wanneer hij precies in onderduik gegaan is, is niet af te leiden van zijn registratiekaart van de Joodse Raad, maar Abram Joseph blijkt op 26 Augustus 1943 na arrestatie te zijn binnengebracht in Westerbork, waar hij werd ingesloten in de strafbarak 67. Enkele dagen daarna, op 31 Augustus 1943 werd hij op transport gesteld naar Auschwitz. Bij aankomst aldaar ± 2 September werd hij geselecteerd als dwangarbeider maar het is onbekend waar Abram Joseph Stokvis uiteindelijk terecht is gekomen, wat aard van zijn “werkzaamheden” waren, noch zijn precieze overlijdensdatum.   

De Nederlandse autoriteiten hebben daarom na de oorlog vastgesteld, mede op basis van getuigenissen van overlevenden en onderzoek, dat Abram Joseph Stokvis na 31 Maart 1944 niet meer in leven zou kunnen zijn. Daarom kreeg de gemeente Amsterdam opdracht om voor hem een akte van overlijden op te maken, waarin is vastgesteld dat Abram Joseph Stokvis op 31 Maart 1944 in Polen is overleden.

Bronnen o.a. het Stadsarchief Amsterdam, archiefkaarten van Abram Joseph Stokvis, Regina Alida van Zuiden, gezinskaarten van Jozef Stokvis; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Abram Joseph Stokvis, Regina Alida Stokvis-van Zuiden en Annette Sarah Stokvis; website ITS Arolson/registratiekaart Joodsche Raad/Regina Alida Stokvis-van Zuiden; Woningkaarten Amsterdam van de Wouwermanstraat 23, de Gerard Terborgstraat 32 II en 34 I, Postjeskade 159 I en de 2e Boerhaavestraat 58 II; overlijdensakte uit Amsterdam nr. 294 d.d. 25-01-1952 uit register A93-folio 51 voor Abram Joseph Stokvis en de Wikipedia website jodentransporten vanuit Nederland.nl.

Alle rechten voorbehouden