Verhaal

Louis "Loutje" de Leeuw

Overleden in Kamp Neukirch en deels "reisgenoot" van overlevende Coenraad Rood

Door: Astrid

Louis de Leeuw op 19-jarige leeftijd. Bron: familiefoto uit 1935.

Louis (door de familie Loutje genoemd) de Leeuw was het 9e en jongste kind van Schoontje Polak en Abraham de Leeuw. Tijdens zijn keuring voor militaire dienst had hij 7 jaar lager onderwijs genoten en was hij kantoorbediende van beroep. Hij werd vrijgesteld van militaire dienst vanwege broederdienst. Op 8 september 1936 verhuisde hij met zijn ouders mee naar Zandvoort, waar zij aan de Parallelweg 27 woonden en op 9 maart 1942 verhuisde hij weer terug naar Amsterdam en trok hij in bij de familie van zijn zus Bertha en zwager Maurits aan de Haringvlietstraat 51. Volgens zijn archiefkaart in het Stadsarchief van Amsterdam was Louis niet getrouwd. Op de archiefkaart is vermeld dat zijn verblijfplaats op 3 december 1942 niet bekend was.

Volgens zijn kaart in de cartotheek van de Joodsche Raad zat hij op 7 november 1942 in kamp Westerbork en werd hij op 10 november 1942 weggevoerd. Het adres van zijn broer Bernard is als contactadres vermeld. De oorlogsgravenstichting heeft het onderzoek naar wat er met Louis gebeurd is op 30 augustus 1957 afgesloten, zonder aanvulling van de hen reeds bekende gegevens: zijn geboortedatum en -plaats en zijn plaats en datum van overlijden. Waar Louis naartoe is gegaan na Westerbork is niet duidelijk. Wel is vastgesteld dat hij op 24 april 1943 in Neukirch omgekomen is. Op basis van diverse bronnen is deels te schetsen onder welke omstandigheden Louis geleden heeft.

Louis’ transport vanuit Westerbork is vermeld op een lijst van het Duitse Bundesarchiv. De trein die op 10 november 1942 vanuit Westerbork vertrok, herbergde volgens deze lijst 758 mensen, die onderweg waren naar Auschwitz.[1]

Het transport naar Auschwitz is niet in alle gevallen een rechtstreekse reis geweest. In de periode tussen 28 augustus 1942 en 10 december 1942 zijn er op de transporten naar Auschwitz vanuit Westerbork, Drancy, Pithiviers en Mechelen groepen mannen van 15 tot 55 jaar tussentijds van de trein gehaald. Ze werden van hun familie losgerukt en op een goederenstation in Cosel - een plaatsje in de provincie Oppeln, zo’n 80 kilometer ten noordoosten van Auschwitz - neergezet om verder vervoerd te worden naar één van de almaar groeiende aantallen werkkampen in de omgeving. De groep mannen die dit transport meemaakte wordt nu de Coselgroep genoemd. In de trein van die 10e november 1942 was Louis de Leeuw één van de 180 mannen die in Cosel moesten wachten op een vervolgtransport naar een werkkamp. Op de website van Oorlogsbronnen is een uitgebreid artikel geplaatst over het eerste transport naar Cosel, waarbij een grote groep mannen uit Limburg werd getransporteerd.

De tussenstop in Cosel was het werk van de “Organisation Schmelt”, genoemd naar SS-Oberscharführer Albrecht Schmelt. Hij was in Opper- en Neder-Silezië vanaf de herfst van 1940 onder meer verantwoordelijk voor de inzet van gevangenen als dwangarbeiders in het gebied. En zijn werk werd urgenter en dwingender, naarmate Russische troepen vanaf eind 1942 steeds succesvoller werden met hun tegenoffensief tegen de Duitsers en naarmate de Duitsers steeds vaker eerder veroverd terrein in Rusland moesten prijsgeven. In Silezië werden de dwangarbeiders onder meer voor zware arbeid ingezet in kopermijnen, kolenmijnen, granietgroeven, metaalfabrieken, ondergrondse fabrieken voor het maken van de V2-raketten en de Messerschmidt, wegaanleg, het aanleggen van telefoonlijnen, het graven van een ondergronds hoofdkwartier in het Uilengebergte (het Riese-complex) en bouwwerkzaamheden voor nieuwe subkampen.[2]

Over de wijze waarop de selectie van de mannen plaatsvond in Kosel en wat er daarna gebeurde is het verhaal van Coenraad Rood zeer beeldend en aangrijpend. Hij is in Amsterdam geboren op 12 augustus 1917, was getrouwd met Elisabeth (Bep) Kooperberg en is op 1 oktober 2011 in Amerika overleden. Coenraad en Bep hebben beiden de oorlog als door een wonder overleefd.[3]

In de oorlogsjaren heeft Coenraad een afschuwelijke onvrijwillige reis gemaakt, waarbij hij in diverse kampen in Nederland, Duitsland en Polen terecht kwam. De tussenstop op het goederenperron in Cosel maakte deel uit van die reis. Het was dezelfde trein waarin Louis ook zat. Vanuit Cosel zijn ze per vrachtauto naar het werkkamp Sankt Annaberg gebracht. Tegenover het werkkamp bevond zich het hoofdkwartier van de “Organisation Schmelt”. Coenraad is vanuit Sankt Annaberg naar kamp Gleiwitz II vervoerd, waar roet werd gefabriceerd voor de Deutsche Glasrußwerke, een dochteronderneming van Degussa (Deutsche Gold- und Silberscheideanstalt). Gleiwitz was een subkamp van Auschwitz.

Of Louis de Leeuw zich ook in de groep van Coenraad Rood onderweg naar Gleiwitz II bevond is onbekend. Over zijn aanwezigheid in Sankt Annaberg tot aan zijn overlijden in Kamp Neukirch is geen nadere informatie gevonden. Kamp Neukirch bevond zich in wat nu het dorpje Nowy Kościół is. Dit dorp ligt zo’n 80 kilometer ten oosten van wat in de Duitse bezettingstijd Breslau heette (de huidige Poolse naam van deze plaats is Wroclaw) en ongeveer 30 kilometer ten oosten van waar kamp Gross-Rosen was gevestigd. Het is mogelijk dat Louis vanuit Breslau of Gross-Rosen in Neukirch (an der Katzbach) terecht is gekomen en daar is overleden. Louis is waarschijnlijk één van de slachtoffers die in een massagraf op de Joodse begraafplaats in Wroclaw liggen en die daar vanuit Kamp Neukirch zijn begraven. Loutje was 26 jaar.

 [1] Zie de website https://www.bundesarchiv.de/gedenkbuch/chronology/view.xhtml. Deze website is onderdeel van een gedenkboek van de Joodse slachtoffers van de nationaalsocialistische tirannie in de jaren 1933-1945.

[2] Zie de tekst in de “Encyclopedia of camps and ghetto’s 1933–1945” van The United States Holocaust Memorial Museum over het hoofdkamp Gross-Rosen en (het ontstaan van) de subkampen (bladzijden 693 tot en met 812).

[3] Coenraad’s verhaal heeft een plaats gekregen in de boeken van Dr. J. Presser en Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog. In 2009 heeft het Historisch Centrum Overijssel zijn getuigenis op film vastgelegd, onder de titel “Wat ik allemaal nog had willen zeggen”, op basis van 25 uur filmmateriaal dat bij hem thuis in Texas is opgenomen. Coenraad heeft zijn belofte aan zijn kampkameraden om als overlevende te vertellen, zodat er niet vergeten wordt, gestand gedaan. Zie de website https://www.coenraadrood.org/nl/info. In het zoekmenu kan zijn verhaal door middel van een plattegrond waarop zijn geschiedenis is vastgelegd, in aparte delen worden aangeklikt.

Naast de bronnen in de hierboven genoemde verwijzingen is deze tekst gebaseerd op de indexen van het Stadsarchief van Amsterdam en informatie van de websites wiewaswie.nl, oorlogslevens.nl, en van het nationaal archief.

Media bestand