Verhaal

Vluchtpoging via België mislukt

Goedman Kesing vlucht met zijn vrouw Rebekka Kesing-de Vos en hun drie kinderen vanuit Amsterdam naar België om van daaruit via Frankrijk Zwitserland te bereiken. Wanneer zij precies de reis aanvaarden, is niet meer te achterhalen, maar vaststaat dat het gezin voor langere
tijd in België verbleef om daar een gunstig moment voor de verdere reis af te wachten.

In de winter van 1942/1943 wordt Rebekka met haar drie kinderen op hun onderduikadres gearresteerd, begin februari naar de kazerne Dossin overgebracht en op de lijst voor Transport XX gezet.

Haar man Goedman Kesing weet uit handen van de Duitsers te blijven.Hij heeft goede contacten in België omdat hij daar voor de oorlog als handelsreiziger werkzaam is geweest. Hij laat een vals Belgisch persoonsbewijs maken en duikt in Etterbeek (Brussel) onder bij een vroegere zakenpartner en zijn vrouw.

Tussen februari en april 1943 onderneemt Goedman desondanks verwoede pogingen zijn vrouw en drie kinderen vrij te krijgen. Daarbij ontmoet hij in Brussel een vrouw die beweert een hoge Duitse SS-officier te kunnen omkopen. Zij eist hiervoor wel een flinke geldelijke tegenprestatie. Goedman betaalt, maar zorgt wel voor de nodige garanties. Tevergeefs, want de vrouw in kwestie blijkt een gewiekste bedriegster te zijn die Goedman voortdurend aan het lijntje houdt.

Op 19 april 1943 gaan Rebekka en de drie kinderen op transport naar Auschwitz.

Goedman denkt echter dat Rebekka en de kinderen veilig elders zijn ondergebracht. Uiteindelijk
ruikt Goedman onraad en besluit hij begin mei een aanklacht tegen de bedriegster in te dienen. Eind juni wordt Goedman bij het betreden van zijn onderduikadres aangehouden. Met Transport XXI wordt hij naar Auschwitz gedeporteerd. Zijn vrouw en kinderen zijn dan allang vergast.

Bron "Die Shoah in Belgien", van Insa Meinen blz. 120 & 121

Vertaal en bewerkt door Carla Berkhout-Blond