Verhaal

Een liefhebster van Italië

Door: Daniel Prins

Lea Felleman was in 1883 in Amsterdam geboren. Haar beide ouderlijke families waren een mooi voorbeeld geweest van de assimilatie en de sociale stijging die veel Joden in de 19de eeuw doormaakten, met het daarbij behorende handelend vermogen om dat groeiende gevoel van participatie ook in hun achternaam tot uitdrukking te brengen.

Aan vaderszijde was de achternaam oorspronkelijk Velleman. De Vellemannen legden zich met groeiend succes toe op de im- en export van zuidvruchten. Toen de familie midden 19de eeuw doorstootte naar de middenklasse, was het kennelijk tijd geworden om die naamsverwijzing naar het zware en stinkende handwerk van het huidekopersvak af te leggen. De V werd een F. Maar door een administratieve fout bleef het familiebedrijf dat in 1850 fuseerde met de onderneming van een andere Joodse familie, geregistreerd als 'Velleman & Tas'... (https://www.joodsmonument.nl/nl/page/678933/hyacinthstraat-23-wassenaar)

Lea's moeder heette Aaltje Citroen. Haar voorvader had nog Limoenman geheten, en de familie had dat veranderd om dezelfde reden als de Vellemannen: liever geen associaties meer met de arbeidersklasse.

Kortom, Lea werd geboren in een Amsterdamse familie die financieel en sociaal goed mee kon. Zij had een oudere broer, Abraham ("Ab"), en twee jongere zussen, Debora en Rosette ("Ro").

Lea is nooit getrouwd geweest. Als beroep gaf ze op: kamerverhuurster. Ze had namelijk een huishoudster die bij haar inwoonde in de Bronckhorststraat 44hs. Dat was Esther van den Berg, die dertien jaar ouder was dan Lea.

Lea hield geweldig veel van Italië - zij was dan ook veel te vinden in een Italiaanse sociëteit op de Jan Luijkenstraat 47. Een oude gevelsteen herinnert nog aan die tijd: het huis heeft de naam La Casa dei Gemelli (nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Luijkenstraat).

Lea's zus Debora was de moeder van mijn oudtante Axel (geboren in 1923). Axel herinnert zich Lea als "tante Leen", ook wel "tante Lena", die minstens eenmaal per week langskwam bijvoorbeeld om gezellig koekjes te bakken.

De familie Felleman was niet gelovig. Lea zelf werd later bij binnenkomst in Kamp Westerbork geregistreerd met de toevoeging "geen godsdienst" (https://collections.arolsen-archives.org/en/search/person/130285466?s=lea%20felleman&t=532845&p=1).

Lea's zussen Debora en Ro waren ieder getrouwd met een niet-Joodse man; voor hen was de deportatiekans lager. Maar Lea was ongehuwd, wist niet of en hoe ze moest onderduiken, en legde zich neer bij wat komen zou. Zij en Esther hadden thuis op de Bronckhorststraat ieder een gepakte koffer klaarstaan. Axel: "Moeder ging elke dag kijken of ze er nog waren. En op een dag waren ze weg."

Lea en Esther waren 59 en 73 jaar oud toen ze zijn opgepakt. Op 2 april 1943 werden zij in Kamp Westerbork gehuisvest in barak 73. Maar dat duurde niet lang. Elf dagen later, op 13 april, zijn ze op transport gezet naar Sobibor. De trein vertrok met 1.204 personen. De overlevenden van de drie dagen durende reis zijn direct na aankomst in Sobibor, op 16 april, vergast.