Verhaal

Salomon Tukkie was verloofd met Lotty Veffer

zij werd opgepakt vlak voor ze zouden onderduiken

Salomon Tukkie

Alle rechten voorbehouden

We waren verloofd en al ondertrouwd en toen moesten we dat uitstellen, want dat was in 1940 en mijn moeder zei altijd: je moet maar wachten tot je 21e. Maar zolang kon ik niet wachten, maar toen brak de oorlog uit en toen hebben we dat maar uitgesteld. Nog eens een keer. En oh ja toen moest hij weg.

Hij kreeg een oproep. Sal Tukkie heette hij. Hij kreeg een oproep. Hij werkte wel bij de Joodsche Raad maar dat had allemaal niet zoveel zin en eh toen zijn we naar de diamantbewerkersbond gegaan en hebben gevraagd of ze wilden, want deden ze dan wel, eh dan konden we gaan trouwen en dan kon hij ook gesperrt worden, als we gingen trouwen. Nou dat was goed, zeiden ze. En eh dat zouden ze in orde maken en we gingen weer, want dat ondertrouwen was alweer verlopen

dat moest je weer opnieuw doen. En toen zijn we weer in ondertrouw gegaan. We zouden, even denken. We zijn op dinsdag weggehaald. Dat weet ik niet eens uit mijn hoofd meer. Dat staat wel ergens opgeschreven. Een paar dagen voordat we zouden gaan trouwen ben ik weggehaald. Dus dat is er nooit meer van gekomen.

We kenden elkaar zo van alles. We waren al heel jong samen.

Hij was correspondent, hij werkte bij de Metro Goldwyn Mayor. Daar was hij correspondent.

En dan hadden we altijd het idee, dan gaan we naar Amerika, want daar was hij weleens uitgenodigd om daar te komen werken, om daar te komen. En dan zeiden zijn ouders en mijn ouders: “joh, dat moet je niet doen zo ver weg”. Weet je.

Alle diamantbewerkers zijn op 11 februari ’43 weggehaald.

Om acht uur ’s avonds werd er gebeld en toen werd ik weggehaald, mijn vader nog niet. Ik werd weggehaald. Alle jonge diamantbewerker. Nee, niet alleen jong.

- In dat busje gegaan. En vervolgens naar de schouwburg gereden.

En toen werd ik meteen aangeklampt door iemand die zei: “Straks dan gaan jullie naar de tram en dan ga je niet in de tram, maar je gaat achter de tram om en dan ga je naar de overkant naar de crèche. Dan ga je daar naartoe”. Dat had mijn verloofde toen geregeld. Die had daar ook vrienden die dat deden.

Hij wist dus in die tijd, hij was net de deur uit bij ons toen ik opgehaald werd. Dus hij heeft het nog bijna gezien. En toen. Nou, of ik dat had gedurfd? Ik vond dat ook wel eng, maar ik dacht: nou ja, ik zal wel begeleid worden of wat ook. En toen kwamen mijn ouders en m’n zusje. En toen. Dat kon ik niet. Ik kon niet toen weggaan.

- Hij stelde u eigenlijk een soort ontsnappinkje voor lopend achter de tram om naar de crèche en daar

daar zou ik opgevangen worden.

- En op dat moment komen uw ouders en uw zusje binnen.

En toen moesten we, met z’n vieren gingen we, moesten we in die tram. Ik kon moeilijk zeggen, “nou dag”.

Bron: interview (getuigenverhalen.nl/interview/interview-01-lotty-huffener-veffer) over de Kindertransporten 'Joodse kinderen in kamp Vught', begint na 32 minuten.

Alle rechten voorbehouden