Verhaal

Bennie Kosses

Het derde kind van het gezin Kosses, Benjamin (Bennie), werd geboren op 25 oktober 1921 in Oude Pekela.
In 1923 verhuisde het gezin naar Vlagtwedde. Vader Hartog Kosses was veehandelaar, vooral in schapen. Het gezin leefde koosjer en ging met feestdagen naar de synagoge. Omdat hun dorp vlakbij de Duitse grens lag, wisten ze al vroeg wat er in Duitsland gaande was. Zoon Bennie wilde na de MULO naar Engeland, al in de jaren '30, maar vader Kosses vond dat te duur en wilde dat hij op de boerderij kwam werken. Bennie wilde dat niet, dus het uiteindelijke compromis werd dat hij naar de landbouwschool ging.

In de zomer van 1942 kreeg het gezin een oproep om naar Westerbork te gaan. Zoon Bennie vond dat ze hier geen gehoor aan moesten geven en onder moesten duiken, maar de ouders en dochter Rebekka Sara twijfelden nog. Jongste zoon Wiardus Gompel wilde niet: hij was bang dat zijn ouders op transport zouden worden gesteld als hij onderdook. Wiardus werd op 24 augustus 1942 vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd.

Na de oproep werd de boerderij van het gezin Kosses gevorderd. Het gezin besloot toen toch onder te duiken. Eerst werd een adres voor de ouders gevonden, toen ook voor Rebekka en Bennie. In december 1942 kwam Bennie in Wildervank terecht bij het gezin Drenth. Toen zijn ouders in 1943 werden opgepakt was Bennie nog altijd bij de familie Drenth in huis. Hij kreeg uiteindelijk een relatie met hun dochter Lammie en in december 1944 werd hun dochtertje geboren. Het stel kon pas trouwen na de bevrijding in mei 1945.

Bennie's zus Rebekka bleek de oorlog eveneens te hebben overleefd. Hun ouders kwamen om in Auschwitz.

Bron: 80plus Joden, door Elsbeth Struijk van Bergen & Ido Abram. Amsterdam, Amphora Books, 2017.