Verhaal

tante Betsie in Westerbork en verder

Uit het archief van Herinneringscentrum Westerbork

Door: Kropveld

Betje Kropveld is geboren op 1 april 1896 in Groningen als dochter van David Salomon Kropveld en Grietje Gans. Ze had acht broers en zusters. Haar vader was commissionair. Het gezin verhuisde daardoor vaak en woonde kort in verschillende plaatsen in het land.

Betje Kropveld

Voornaam

Betje

Achternaam

Kropveld

Geboortedatum

01 april 1896

Geboorteplaats

Groningen

Sterfdatum

09 april 1943

Sterfplaats

Sobibor

Betje werd opgevoed in een traditioneel Joods gezin. De Joodse spijswetten, Kasjroet, werden in huis nageleefd. Moeder Grietje zag er zoveel mogelijk op toe dat vader David Salomon de Joodse voorschriften vooral de Sjabbat naleefde.

Betje was ongehuwd. Als volwassene woonde ze in Amsterdam aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 84III. Ze was koopvrouw. Op haar registratiekaart is haar laatste adres Lepelstraat 59 in Amsterdam. De Lepelstraat werd bijna uistsluitend door Joden bewoond (123 Joodse huishoudens tegen 23 niet-Joodse).

Betje kwam op 3 april 1943 aan in kamp Westerbork waar ze verbleef in barak 55. Op 6 april werd zij vanuit Westerbork per trein naar Sobibor getransporteerd. Met dit transport vertrokken 2020 mensen vanuit kamp Westerbork waaronder ook haar broer Israel met zijn vrouw en dochter Lea en haar zuster Mietje met haar neefjes David, Jacob en Isidoor. Het was voor zover bekend het eerste transport waarbij de gedeporteerden in goederenwagons werden vervoerd. Kampcommandant Gemmeker liet in de timmerwerkplaats van het kamp houten bankjes maken voor in de wagons zodat de mensen in ieder geval nog kinden zitten. Omdat het niet mogelijk bleek om alle goederenwagons steeds weer van bankjes te voorzien, bleef het bij die ene keer en moesten gedeporteerden later wel staand de reis maken.

Met dit transport vertrokken 2020 mensen vanuit kamp Westerbork

Levie Sluijzer maakte ook deel uit van het transport van 6 april 1943. Hij had met zijn broer die in Westerbork achterbleef afgesproken de reis te beschrijven en de brief in de wagon te verstoppen. Zijn beschrijving is bewaard gebleven. Enkele fragmenten daaruit over de reis die ook Betje maakte:

Eerste dag van de reis was al verschrikkelijk. De wagon was tjokvol. Wanneer iemand van de wc-gebruik moet maken moet hij over anderen heen klimmen. Vooral voor de zieken is het enorm lastig wanneer die uit de bedden geholpen moeten worden. De stemming is nu al vreselijk, iedereen kift en maakt ruzie. Wanneer de deur dicht is, stinkt het ontzettend en erg benauwd. De deur open, dan tocht het erg. We zitten in pikdonker. ‘s Nachts is het niet uit te houden van de kou. Het is een ontzettende nacht en wanneer we ‘s morgens de deur open maken blijkt dat het hier hartje winter is. (…) Tegen de avond worden we allemaal een beetje gaar want de banken zijn keihard en doen ons geweldig pijn. Geslapen hebben we niet. De Groenen zijn erg voorkomend en vriendelijk. Valt best mee. Aan de vele stations geven zij ons water en ook brood met worst en jam. (…) Tegen de morgen staan we stil. Het lijkt dat de spoorlijnen gebombardeerd zijn en we moeten omrijden, dus zal de reis veel langer duren. Ik zie als een berg op tegen de derde nacht want al die tijd zijn we niet uit de kleren geweest, niet gewassen, niets warms gegeten of gedronken. Het is meer als erg. We zien nu op vele plaatsen krijgsgevangenen werken zoals stenen bikken, karren voortduwen enzovoorts onder leiding van Duitse soldaten. De omgeving is prachtig, enorme bergen met bossen begroeid en eindeloze landvlakten. Het is opmerkelijk dat we zo weinig mensen zien en vee helemaal niet. Trouwens, Polen ziet er helemaal armoedig uit. Bij informatie bij Poolse boer blijkt dat we 100 kilometer van Lublin af zijn, dus vanavond zijn we er. Wij hebben er 3 dagen en 2 nachten over gedaan, een bloedreis. De Poolse boer zei dat de Joden neergeschoten waren. Wij hopen op een beter lot.

Bij aankomst van dit transport in Sobibor op 9 april 1943 werd een kleine groep geselecteerd voor werk in het kamp. Betje Kropveld hoorde daar niet bij. Zij en haar familieleden werden allemaal direct na aankomst vergast. Betje Kropveld werd 47 jaar.