Verhaal

Marcus en Geertruida

Het verhaal over het echtpaar Polak-van Rhijn

Door: Eric

In een boek in de bibliotheek van Zaandam vond ik dit verhaal over het echtpaar Polak. Het is dus niet mijn verhaal. Bij hun laatste woonadres, Westzijde 262, liggen twee Stolpersteine.

Op 5 mei 2009 plaatsten drie dochters van Bertje Bloch-van Rhijn (1928), een nicht van Truus (Geertruida Regina Polak-van Rijn), ter herinnering twee 'Stolpersteine' voor het pand Westzijde 262 in Zaandam. Ze deden dit samen met de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, de bedenker van deze 'struikelstenen'.

Echtpaar Marcus Louis POLAK (Veendam, 16-07-1884) en Geertruida Regina POLAK-VAN RHIJN (Hoogeveen, 14-06-1897).

Marcus Polak, bijnaam '(oom) Moos', was meer dan twintig jaar leraar aardrijkskunde, handelsrecht en staatswetenschappen aan het Gemeentelijk Lyceum. Hij en zijn vrouw waren, evenals de families Drilsma, Löwenstein en Pais, uit het Noorden des lands afkomstig. Hun huwelijk werd op 16 augustus 1916 gesloten in Hoogeveen. Midden november 1918 werd het vanuit Den Haag komend echtpaar ingeschreven in Zaandam. Als beroep staat er op de gezinskaart 'leraar HBS', later doorgehaald voor 'leraar Lyceum'. Na twee maanden op Dam 8 te hebben gewoond, vestigden zij zich op een bovenwoning aan de Westzijde 95a, vlakbij de Verkade-fabrieken. In januari 1934 verhuisden zij door naar de Westzijde 262. 'Dokter' Polak was actief in de Nederlandse Zionistenbond. Het is mogelijk dat voorzanger Michel Philipson enige tijd inwoonde bij de familie Polak.

Harry Führer tekende een herinnering op aan de lessen aardrijkskunde. "Het ontstaan van de vulkanen werd als volgt gedemonstreerd: [Markus Polak] kwam met twee boekensteunen binnen en een veertig centimeter lange snijkoek. (...) Hij sneed de koek over de lengte in tweeën, en zette een van de repen tussen de boekensteunen en bedekte het hele geval met een zwarte doek. Tot dan toe had hij geen woord gezegd, maar de aandacht van de klas was er. Als hij dan begon te praten behandelde hij uitvoerig het verschijnsel van de massale spanningen in het binnenste van de aarde, die wanhopig naar ruimte zochten en tenslotte geen andere uitweg vonden dan door uit te barsten in de vorm van (...) een vulkaan. En bij dat laatste woord trok hij het zwarte kleed weg en sloeg met groot misbaar de twee boekensteunen tegen elkaar. De in elkaar geduwde reep koek golfde omhoog en vertoonde nu dezelfde kegelvorm als een vulkaan." Harry vertelt ook dat Polak en zijn vrouw aan het eind van het schooljaar elke klas voor een glas limonade en iets lekkers in het mooie huis aan de Zaan uitnodigden. Ze stuurden de leerlingen naar huis met een grote Verkadereep.

Het echtpaar had na mei 1940 last van anti-joodse pesterijen en vroeg op 14 oktober toezicht van de politie. Er werd 's nachts steeds langdurig bij hen aangebeld. Marcus Polak kon begin oktober 1940 de door het gemeentebestuur toegestuurde niet-jood-verklaring niet ondertekenen. Daardoor was hij verplicht voor 26 oktober een jood-verklaring in te vullen met opgave van personalia, aantal joodse grootouders, functie en inkomen(s). Bij weigering zou onmiddellijk ontslag volgen, schreef B&W. Zo was de procedure rond de Ariërverklaring. Van Marcus Polak staat vast dat hij op 21 november 1940 per brief van zijn functie werd ontheven, net als zijn collega's W. Elte en S. Koperberg. Ook de Amsterdamse Elsa van Dien, net afgestudeerd als sterrenkundige, werd van het lyceum verwijderd. Andere joodse onderwijsgevenden waren Johannes Heijstek, en uit Amsterdam Mauritz Adelaar en David de Vries. Twee weken later regelde rector Oosterhuis de 'tijdelijke' vervanging van Polak. Hij stelde ter benoeming door het Zaandamse college de Amsterdammer Gerardus Jacobus Kriste voor. Deze zou 25 lessen aardrijkskunde en staatshuishoudkunde gaan geven. Daarnaast gaf de rector twee lyceum-docenten extra uren: drie uur aan de niet-joodse aardrijkskundeleraar Rodenberg en één uur (cosmografie) aan de uitgesproken anti-nazi George Louis Jambroes, een wiskundeleraar. Op het formuliertje voor het opgeven van radiobezit vulde Polak eind april 1941 als beroep 'ontslagen leraar lyceum' in.

Marcus Polak was sinds de oprichting in het voorjaar van 1941 vertegenwoordiger van de Joodsche Raad in Zaandam. Vanaf oktober 1941 was hij degene bij wie Zaanse joden toestemming moesten vragen om te reizen of te verhuizen. Hij had drie keer per week spreekuur, op dinsdag, donderdag en zondag. De circulaire van woensdag 14 januari 1942 over de verdrijving ('evacuatie') van alle 'volle' joden uit Zaandam ging officieel van hem uit, als vertegenwoordiger van de Joodsche Raad. Hij zat met andere leden een dag later in de winkel van juwelier Vet aan de Gedempte Gracht, om uitzonderingen op te nemen op de wijze van het gedwongen vertrek.

Vrijdagavond 16 januari heeft het echtpaar een afscheidsmaaltijd bij de buren van 262a, de familie Kakes. De Polaks geven hen een dichtgesoldeerd, loden kistje in bewaring. De heer Kakes begraaft het in de tuin. Na de oorlog graaft men het op -daarvan wordt een filmpje gemaakt- en stuurt het naar een achtergelaten adres. Marcus en Geertruida Polak slaan een aanbod om onder te duiken af. Ze denken vermoedelijk dat het allemaal wel mee zal vallen. Op zaterdag 17 januari moet het echtpaar op de al vaker beschreven wijze uit Zaandam vertrekken. Van de huishoudens op het briefje van politieagent H. is de vertegenwoordiger van de Joodsche Raad de enige die deze dag vertrekt. Drie anderen krijgen uitstel wegens ziekte, een vierde vanwege ouderdom en de vijfde is al eerder verhuisd. De inboedel, geschatte waarde 91 gulden, wordt binnen drie maanden weggehaald.

Het echtpaar Polak-van Rhijn vond eerst onderdak op de Weteringschans 92 en later aan de Plantage Kerklaan 74, midden in een der drie jodenbuurten. Daar bezocht het latere Tweede Kamerlid voor de CPN Marcus Bakker zijn oud-leraar in de zomer van 1942. Polak was er erg blij mee. Niet veel later kreeg het echtpaar de oproep tot 'arbeidsverruiming'. Harry Führer herinnert zich zijn vroegere leraar in Westerbork te hebben gezien. Polak was op weg naar de trein. "In stilte omhelsden we elkaar."

Acht maanden na het vertrek uit Zaandam en twee maanden na het begin van de deportaties, op 17 september 1942, werden Marcus Louis Polak (58) en Geertruida Regina Polak-van Rhijn (45) meteen na aankomst in Auschwitz door vergassing om het leven gebracht.