Biografie

Over Jacob Smeer

Jacob Smeer was de zoon van Azor Smeer en Sara Cohen. Op 21 Maart 1928 trouwde Jacob in Amsterdam met Greta Baruch Henriques, een dochter van Abraham Baruch Henriques en Roosje Gerritse. Greta overleed echter op 12 April 1930 en is twee dagen later, op 14 April 1930 op de Joodse Begraafplaats in Diemen begraven.

In het daarop volgende jaar, op 4 Februari 1931, trouwde Jacob Smeer opnieuw, nu met de 22-jarige Dirkje Oosterhof uit Alkmaar, strijkster en dochter van Marten Oosterhof en Trijntje Hiemstra, beiden uit Friesland. Ten tijde van het huwelijk heeft Jacob Smeer de in September 1927 geboren Marten Oosterhof, de buitenechtelijke zoon van Dirkje Oosterhof, erkend, waardoor hij de naam Marten Smeer heeft verkregen (¹).  Uit dit huwelijk zijn verder nog drie kinderen geboren, t.w. Selma op 21 Maart 1932 (²), Theo in 1935 en André in 1939. Zij hebben de oorlog overleefd.  

(¹) Uit de huwelijksakte van Jacob Smeer en Dirkje Oosterhof van 4-2-1931 te Amsterdam: De bruidegom verklaarde bij deze te erkennen met toestemming der moeder – bruid – een kind genaamd Marten Oosterhof, geboren alhier op 29 September 1927, zijnde dit kind reeds door de moeder erkend bij akte van 10 October 1927, verleden door den ambtenaar van den Burgerlijke Stand alhier.

(²): Volgens de betrokkene zou dit 21 Maart 1930 moeten zijn maar om nog nooit opgehelderde en onbekende redenen, is zij in het geboorteregister van Amsterdam geregistreerd als zijnde geboren op 21 Maart 1932. 

Voor de verzorging van zijn dochter Selma, heeft Jacob Smeer haar bij zijn ouders, Azor Smeer en Sara Cohen gebracht. Vermoedelijk , na het overlijden van Azor Smeer op 1 Februari 1938, werd zij weer opgehaald door haar vader en woonde toen thuis in het gezin van Jacob Smeer en Dirkje Oosterhof. Tijdens de oorlogsjaren verbleef zij van 1942 tot 1945 in Friesland.  

Jacob Smeer was gummiplakker of regenjassenplakker en als zodanig werkzaam geweest bij Hollandia Kattenburg. Volgens een aantekening, door een medewerker van de Joodse Raad in Westerbork op Jacob's registratiekaart gemaakt, zou Jacob Smeer vanwege Hollandia Kattenburg “gesperrt” zijn voor deportatie vanwege zijn “werk voor de Wehrmacht”. Uit informatie van het NIOD is echter gebleken dat hij eind 1941 niet meer bij Hollandia Kattenburg werkzaam was. Toch is hij, gelijk met de arrestatie van de Joodse medewerkers van Hollandia Kattenburg op 11 November 1942, wegens "sabotage" thuis opgepakt en via de Euterpestraat en het Adema van Scheltemaplein op 12 November in de strafgevangenis van Scheveningen terecht gekomen.

Na in de gevangenis in Utrecht door de Duitsers ter dood te zijn veroordeeld, is hij met nog zeven anderen op 11 Januari 1943 naar Kamp Amersfoort afgevoerd en kwam hij – na ook nog enkele maanden in Kamp Vught te hebben gezeten, op Maandag 24 Mei 1943 als strafgeval in Kamp Westerbork aan en werd ingesloten in strafbarak 67. De volgende dag, 25 Mei werd hij als strafgeval doorgestuurd naar Sobibor waar hij bij aankomst op 28 Mei 1943 onmiddellijk werd vermoord.

Stadsarchief Amsterdam, archiefkaarten Jacob Smeer en Dirkje Oosterhof ; website www.wiewaswie.nl; huwelijk Jacob Smeer met Greta Baruch Henriques en huwelijk Jacob Smeer met Dirkje Oosterhof; website www.akevoth.org/mokum/burialpermits Greta Smeer; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Jacob Smeer; Het Nederlandse Rode Kruis en het NIOD en persoonlijke toevoegingen van de dochter van Jacob Smeer, geplaatst door de redactie .

 

Alle rechten voorbehouden