Biografie

Over Jacob Vischjager

De ouders van Jacob Vischjager lieten hem al vroeg in de oorlog onderduiken. Hij kwam terecht bij een familie in Amersfoort. De onderduikmoeder, bekend als Tante Mienke, maakte zelf de kleren voor Jacob. Ze vroeg aan vrienden om oude winterkleding aan haar te geven, zodat zij dat kon verknippen tot kinderkleren. De onderduikgevers waren dol op Jacob.
Om de onderduik niet te laten opvallen verhuisde Jacob om de paar weken van Amersfoort naar Heemstede, waar de vader van tante Mienke woonde, en weer terug.
De onderduikgrootvader van Jacob was een lange man van bijna twee meter. In de eetkamer in Heemstede stond een lange tafel waar twaalf personen aan konden zitten. Vader zat aan het ene hoofdeneind en Jacob aan het andere. Bij een speelse woordewisseling zei Jacob, met een opgeheven krom vingertje: 'Salle me vechten?'
Het reizen met de trein was gevaarlijk. Jacob had een heel donkere huid en leek wel een Surinaams of Indisch jongetje. Dat bood enige bescherming. Tijdens de oorlog is hij nog bij zijn zus Judic op bezoek geweest, die in Barneveld was ondergedoken.
In de loop van 1942 wilde de moeder van Jacob haar kinderen weer bij zich hebben. Dat was een heel emotioneel moment. De onderduikgevers konden met moeite afscheid nemen van hun Jaapje.
Het is met het gezin niet goed afgelopen.
Toevoeging van een bezoeker van de website


Van de onderduiktijd van Jacob Vischjager is een fotoboekje bewaard. Het boekje is opgenomen in de fotocollectie van het Joods Historisch Museum.