Artikel

Inleiding

Inleiding door Ad van Liempt

Op deze plek werden op 22 en 23 februari 1941, vijfenzeventig jaar geleden, 427 joodse mannen bijeengedreven, opgepakt en afgevoerd. Na de oorlog kwamen er slechts twee levend terug.

die een krans legt bij de dokwerker met op de achtergrond de Nieuwe Synagoge, 1953. Foto: collectie Joods Historisch Museum Door: Redactie Joods Monument

Alle rechten voorbehouden

//......De Duitsers werden hoe langer hoe wilder vooral toen er meerdere arrestaties volgden en er hoe langer hoe meer huilende vrouwen en kinderen om hun mannen en ouders begonnen te schreeuwen.
Ik heb toen gezien dat er een jood van boven naar beneden werd gegooid, de trap af...op straat. Daar werd hij overgenomen door de Grüne Polizei die hem met de kolf van zijn geweer deed opstaan.... //
(uit Ben Sijes “De Februaristaking”)

Na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 ging het leven toch min of meer gewoon door. Joden werden steeds meer geweerd uit de samenleving en gingen zich organiseren. In communistische kring troffen sommigen voorbereidingen voor hardere acties tegen overheidsmaatregelen. Er verschenen geregeld groepen ontevreden arbeiders op straat om te protesteren. In joodse wijken, waar groepen WA-mannen doorheen trokken om ruzie te zoeken, werden de confrontaties harder. Het was onduidelijk wie er op straat de baas was. Begin 1941 liep de spanning snel op in de Amsterdamse straten. Bij een van de vechtpartijen tussen Joodse knokploegen en de NSB, overleed WA-man Koot aan zijn verwondingen. De jodenbuurt werd met prikkeldraad afgezet. Bij het volgende incident in een ijssalon werden Duitse agenten bespoten met ammoniakgas. De bezetter eiste zware maatregelen tegen de Amsterdamse Joden: er werden 427 Joodse mannen opgepakt. Van die razzia’s op het plein maakte een Duitse soldaat de foto’s die hier te zien zijn. Ze zijn bewaard gebleven omdat een laborant van fotozaak Capi een extra set afdrukte. De woede over deze pogrom op klaarlichte dag werkte als de lont in het kruitvat: communistische arbeiders die toch al met stakingsplannen rondliepen voegden een element toe aan het stakingspamflet: ‘Deze Jodenpogroms zijn een aanval op het gehele werkende volk, Staakt, staakt, staakt!!!’

Op de ochtend van dinsdag 25 februari rijden de tramconducteurs niet uit.
Iedereen die op straat komt merkt daardoor dat er iets aan de hand is. Het werkt als twitter: de enkele trams die wel in de straten verschijnen worden door de Amsterdamse bevolking uit de rails getrokken: de staking is een feit. Hier en daar zitten mensen op de rails. Met wonderbaarlijke snelheid, zelfs voor de organisatoren, breidt de staking zich binnen enkele uren uit. Tienduizenden arbeiders uit Amsterdam en omstreken leggen hun werk neer en trekken naar het centrum van de stad. Shell staakt, net als de Bijenkorf, Fokker ligt plat, werknemers bij Amstel Bier leggen het werk neer en later ook bedrijven in de wijde omtrek, zoals de Hoogovens in IJmuiden en Van Gelder Papier in Velsen, Demka in Utrecht, Albert Heijn in Zaandam.
De staking wordt bloedig neergeslagen. De bezettingstroepen schieten met scherp en maken negen doden en veel zwaargewonden.
Daarmee toont de bezetter z’n wrede gezicht. De bevolking weet vanaf nu dat verzet dodelijk kan zijn.
Na de oorlog bleek deze staking het enige massale protest tegen de jodenvervolging in heel bezet Europa.
In de jaren die volgden werden meer dan 70.000 Amsterdamse Joden weggevoerd en vermoord zonder massaal verzet van de bevolking.

Ad van Liempt

Alle rechten voorbehouden