Verhaal

Bijzonder artikel

Door: Leo Arbeid

HET VRIJE VOLK —DONDERDAG
2 JULI 1959

Lijk gevonden van onderduiker
(Van een onzer verslaggevers)

Het lijk van een jongeman is woensdag opgegraven in- de tuin van de hervormde pastorie te Zweeloo, die men aan het afbreken is.
Vermoedelijk is het stoffelijk-overschot van de joodse onderduiker A. E. Arbeid uit Amsterdam, die in januari 1943 op 23-jarige leeftijd overleed.

In 1942 waren verschillende joodse onderduikers in de pastorie met medeweten van ds. C. C. Pijpers.

Toen de heer Arbeid in 1943 overleed, werd als doodsoorzaak acute niervergiftiging geconstateerd. Men begroef het lichaam in de tuin, daar een normale begrafenis veel te gevaarlijk was.

Na de oorlog vestigde ds. Pijpers zich in Curaçao.

In 1950 kwam de zaak weer in de belangstelling toen familieleden van de gestorven jongeman
zekerheid over zijn dood wilden hebben.

Ds. Pijpers bevestigde toen*, per brief het overlijden (als doods-*oorzaak gaf hij andermaal acute niervergiftiging op), maar schreef, niet meer te weten waar het lichaam precies begraven was.

Men nam met zijn verklaring genoegen.

Nu het lichaam gevonden is, staat de zaak opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Aan de hele kwestie zit een duister puntje.

Dokter K. Boerema, die in 1943 arts in Zweeloo was, heeft verklaard, niet bij de zieke onderduiker te zijn geweest.
De verklaring van acute niervergiftiging is in geen geval door hem afgegeven.

Alle rechten voorbehouden