Aanvulling

De molen van Rosenbaum

'Windmotor' is een omschrijving voor een relatief moderne vorm van windmolen. Een poldermolen van dit model staat sinds 1925 in een weiland aan de Noorddijk, ten oosten van het dorp Peize. Het type is in de Verenigde Staten door Daniel Halladay ontwikkeld en werd gebruikt voor irrigatiedoeleinden. Een aangepaste vorm met een kleiner rad werd in Europa geproduceerd door Herkules Metallicus te Dresden. In Nederland werd ze gebruikt als poldermolen. Tussen 1902 en 1925 is er een 200-tal van deze molens geplaatst, vooral daar waar een stoomgemaal te groot en te duur zou zijn. Dit was met name in Noord-Holland en Friesland het geval.
Het grootste model viel op door het reusachtige rad dat maar liefst dertig schoepen telde en een diameter had van ongeveer 9 meter. De totale hoogte kwam op 16 meter. Het geheel werd gecompleteerd door meterslange windvanen die zodanig waren geplaatst dat de molen zichzelf op de wind zette aldus geen permanent toezicht nodig had. Heemschut en andere landschapsbeschermers in Nederland waren niet blij met de komst van dit type molen, dat hier ook wel roosmolen genoemd werd, daar ze vreesden dat deze de traditionele wipwatermolen en spinnenkopmolen zou verdringen. Bovendien werd de enorme metalen molen lelijk gevonden.
De roosmolen was echter slechts gedurende een beperkte periode in zwang, omdat het elektrische gemaal uiteindelijk de roosmolen verdrong. Ook hadden de molens nadelen: Hoewel ze zo waren ontworpen dat ze automatisch uit de wind werden gedraaid bij hoge windsnelheden, ging het nogal eens fout waardoor de molen vernield werd. Door dit alles is ook de roosmolen tegenwoordig een bezienswaardige curiositeit.
De middelgrote windmotor heeft tien tot twintig bladen. Hij is meestal van het merk Record en uitgevoerd met een platform. Het kleinere type heeft vier bladen. Veel van deze kleine en middelgrote windmolens werden geproduceerd door de windmotorenfabriek Gebr. Bakker te IJlst. Deze leverde ook de molen van Peize, de enige van dit type die nog overgebleven is in de provincie Drenthe. De geschiedenis van deze molen hangt nauw samen met de geschiedenis van Peize in de twintigste eeuw.
Sinds het ontstaan van het dorp hebben de Peizers altijd in hun eigen brandstof kunnen voorzien. Men stak zijn eigen turf. Rond het begin van de 20e eeuw werd de turfwinning grootschaliger aangepakt. De joodse ondernemers Aptroot uit Leek en Rosenbaum uit Peize exploiteerden grote gebieden, respectievelijk ten zuidwesten en ten noordoosten van het dorp. Een stukje boekhouding uit de provinciale archieven kan daar nog van getuigen:

31 januari 1926 – Van E.J.L. Rosenbaum te Peize, 14e of laatste termijn de veengelden voor sectie B, no. 431 te Peize Fl. 42,36.

De methode waarmee Rosenbaum de turf produceerde heette 'baggelen'. De opgegraven veenkluiten werden in een bak fijngestampt en daarna met water vermengd. De brij die daarbij ontstond werd in een dikke laag over het land uitgespreid waarna het water er langzaam uit wegzakte. Als deze massa stevig genoeg werd hij met plankjes onder de voeten aangetrapt en later in blokjes gestoken. De blokjes werden te drogen gelegd totdat ze vervoerd en verkocht konden worden als brandstof. Het land dat bewerkt was kwam zo vol liggen met veenplassen, 'baggelkoelen.'
De ondernemende Rosenbaum wist wel hoe hij zijn onherbergzame landerijen verder te gelde kon maken: Als hij er een polder van maakte kon het gebied drooggemalen worden en ingericht als weiland. Hij kon er zelfs subsidie voor krijgen:

Uit de Peizer gemeenteraad – NvhN 31-03-1925
Op voorstel van B. en W. werd met 4—3 st. besloten voor het laatste gedeelte van de inpoldering der veenplassen van E. I. L. Rosenbaum de gemeentelijke subsidie ad 10 pct. te verhoogen tot 17 ½ pct. daar het Rijk eveneens 17 ½ pct. vergoedt.

Een paar maanden later meldde het Nieuwsblad van het Noorden:

PEIZE, 22 Mei. Wie voor eenige jaren terug de z.g. Noorddijk, gelegen in ons dorp temidden van prachtige weilanden, passeerde, en dan de groote waterplassen, de z.g. Veenputten of baggelkoelen aanschouwde, eigendom van den heer Rosenbaum alhier, zal dit jaar niet meer van dit alles genieten.
De enkele vreemdeling of natuurliefhebber, die juist die plaatsen zoekt om te genieten, wat Moeder Natuur biedt, zal nu missen de wilde eenden, de duikertjes, het waterhoentje, de meerkoet, de verschillende visschen, de prachtige waterlelies of plompen en andere waterplanten, want die watervlakte is nu herschapen in prachtige stukken land. Het geheel, ongeveer 10 H.A. groot, is omgeven door een dijk en wordt drooggehouden door een windmotor, fabrikaat Gebr. Bakker te IJlst (Fr.) Prachtig komen de haver, klaver- en graszaden te voorschijn. Het werk is gereed gekomen met subsidie van rijk en gemeente en werd uitgevoerd door werkloozen. (NvhN 23-05-1925)

Twee jaren later staat er weer een bericht in de krant over de watermolen:

PEIZE, 5 Sept. Nu een maand geleden, na de wolkbreuk, die bijna geheel Peize onder water zette, brak de dijk van de polder van den heer Rosenbaum door, zoodat de geheele polder onder water liep. De voornaamste doorbraak had plaats bij den watermolen, een op den dijk geplaatste windmotor, terwijl ook op een andere plaats het opdringende water door den dijk sloeg.
Daar de dijken gedeeltelijk uit veengrond, bestaan en daarop rusten is er altijd kans op doorbraak, wanneer het buitenwater hoog staat. Bovendien maken mollen en ratten den dijk poreus en wanneer er maar een kleine opening is, wordt deze spoedig door de erosie van het doorstroomende water vergroot. Nadat de doorbraak had plaats gehad, begon men onmiddellijk, nadat de dijk hersteld was, te pompen. Door het verzakken, van den windmotor kon deze niet gebruikt worden; men werkte echter dag en nacht met een tonmolen en een centrifugaal pomp, elk door een motor gedreven. Toen men den polder bijna droog had, brak de dijk weer door en stroomde het water weer met kracht de polder binnen. Toen werd een stevige houten dam in de opening geplaatst.
Na na een maand werken is de polder weer droog gekomen. We kunnen nu ook de schade, die het water heeft aangericht, waarnemen. Voor pl.m. f l. 600 gras, dat voor den tweeden keer gemaaid moest worden, is waardeloos geworden. Op verschillende plaatsen is de zode geheel dood, zoodat 't volgende jaar daar opnieuw gras ingezaaid zal moeten worden. Ook is de kunstmest die voor de eerste overstrooming werd gestrooid natuurlijk verdwenen. Men zal nu de plaats van doorbraak met een betonnen wand versterken en daardoor dit beste grasland van het water vrij houden. (Nieuwsblad van het Noorden 06-09-1927)

In de jaren dertig verhuisde het gezin van Rosenbaum naar Groningen waar de zoon Ephraïm farmacie was gaan studeren. Het land bleef in bezit van de familie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vonden Isaäk Rosenbaum, zijn vrouw, hun zoon, diens vrouw en hun pasgeboren zoontje de dood in Sobibor. Een dochtertje, Betty, heeft de oorlog overleefd op een onderduikadres.
Na de oorlog, in 1949, heeft de voogd van Betty Rosenbaum het land van haar vader verkocht. Op een publieke verkoping kwam één deel in handen van een zekere Hofman. Twee neven van hem, de gebroeders Oldenburger, kochten het andere deel, waar de molen op stond. Hofman moest wel huur betalen voor de molen omdat die ook het water bij hem op peil moest houden. Bij de molen was later een schuurtje gebouwd voor een benzinemotor die het maalwerk deed als er geen wind genoeg was.
De molen is in de oorlog verwaarloosd. Ook is de bliksem er eens ingeslagen. In 1963 is hij gerepareerd door dezelfde firma Bakker uit IJlst die de molen ook geplaatst had. Daarna heeft hij weer 20 jaren gedraaid. Ondertussen kwam er nieuwbouw op de Es. Vaak speelden er jongens bij de molen als de gebroeders Oldenburger aan het melken waren. Dan werd er van alles stuk gemaakt. Zo verviel hij opnieuw.
In 2006 ging de Peizer Bartol, die bij de suikerfabriek in Hoogkerk gewerkt had, op pensioen. Om nog wat te doen te hebben ging hij de molen opknappen. Daarvoor kon hij materiaal gebruiken van de suikerfabriek. Samen met nog twee andere mannen heeft hij de klus geklaard. Het bordes werd vernieuwd en het wiekenrad had medio 2006 weer 18 nieuwe roestvrij stalen bladen.
Toen kwamen er plannen voor de herinrichting van de streek. Men beoogde daarbij de situatie van voor de inpoldering deels weer te herstellen. Een groot gedeelte zou als waterberging gaan fungeren. In de plannen was ook plaats voor de molen. Maar nu ze in uitvoering zijn is het niet duidelijk wat er gaat gebeuren. De watergang is dichtgegooid. De molen heeft niets te malen; hij fungeert alleen nog als landschapselement.

Alle rechten voorbehouden