Verhaal

Julius de vries

Joodse Groningers van weleer.

Julius de Vries 1918-1943

Oom Maurits, de jongste broer van mijn grootvader, kwam in de jaren dertig regelmatig bij ons thuis. Voor 1935 logeerde hij wel bij ons als hij voor zaken in Groningen moest zijn. Vaag kan ik me herinneren dat oom Maurits iets met touw te maken had. In mijn gedachten zie ik een correct geklede ca. 50 jarige man met een grijze kortharige snor. Precies 4 maanden na het uitbreken van de eerste wereldoorlog op 28 november 1914 trouwde Maurits met tante Meta, die eigenlijk Mietje Hamburg heette. Zij kwam uit Zutphen waar zij ook getrouwd zijn en gingen in Amsterdam wonen.
Oom Maurits en tante Meta kwamen met hun twee kinderen, Julius en Dina op 11 mei 1935 uit Amsterdam naar Groningen. Ze woonden aan de Korreweg no. 60a. Oom Maurits, die eigenlijk Mozes heette, stond als Handelsreiziger te boek.

De bezoeken die ik met mijn moeder op de Korreweg aan hen bracht zal in de jaren 1938-1939 geweest zijn. Ik kan me de overgordijnen nog helder voor de geest halen. Het waren van die ruwharige bruinige gordijnen die aan grote koperen ringen op grote houten roeden hingen, waar een ronde knop aan het einde de lelijkheid nog beter deed uitkomen. In de jaren dertig van de vorige eeuw dacht men hier kennelijk anders over.
Het was dan ook een donkere en sombere bovenwoning. Dat hun zoon Julius student was vervulde me met ontzag. Hij studeerde voor “dokter”. Ik moet er wel bij zeggen dat dit in de tijd was dat artsen nog hoog in aanzien stonden. Dit was immers alleen maar weggelegd voor de “happy few”. We moesten wel wat zachtjes doen, want Julius moest immers studeren en mocht niet worden gestoord.

Spotprent van Julius in 1937 - maker onbekendTijdens Julius’s zijn studie was hij ook zeer betrokken bij de politieke gebeurtenissen welke zich in Europa voltrokken. Op 25 mei 1937 werd Julius dan ook lid van de Nederlandse Zionistische Studenten Organisatie (NZSO). Deze afdeling van de NZSO bestond uit een kleine groep mensen, ca. twaalf leden, die regelmatig bij elkaar kwam. Het notulenboek van deze vereniging heeft de oorlog overleefd en is een bron van informatie geworden voor het functioneren van die “happy few” in die benauwende jaren dertig. Ieder kandidaat lid moest een inauguratierede houden. Als dit goedgekeurd werd, dan kon de betreffende kandidaat als lid worden toegelaten. Julius wordt hier gememoreerd als hebbende de snelste gehouden inauguratie aller tijden te hebben gehouden. Waarschijnlijk heeft hij het afgeraffeld.

Donkere wolken uit het oosten.
Op 8 november 1938 vond in Duitsland de “kristalnacht” plaats. Grote ontsteltenis alom!
Naar aanleiding hiervan werd er op dinsdag 22 november 1938 een “Buitengewone Vergadering” ten huize van A. Stern door de NZSO belegd. Ook werden er niet-leden, wel studenten uitgenodigd, zodat er dit keer 17 studenten aanwezig waren.
Agenda punt was: te bespreken wat in deze tijd onze houding t.o.v. de per-acute phase van de Jodennood moet zijn. Door de theologische faculteit werd geld beschikbaar gesteld voor het leed van de Duitse Joden aangedaan, te lenigen. Dit werd door de NZSO als beschamend ervaren, maar gaf wel aan dat er actie moest komen. Er wordt die avond een lezing gehouden door Theo van Rijn. Daarin wordt betoogd dat assimilatie een achterhaalde mogelijkheid is geworden. Geen land wil Joden opnemen. Wat voor kort voor iedereen een volslagen onmogelijkheid leek, bleek zeer goed mogelijk te zijn. “Wat moeten we doen” is de grote vraag. Men wil de Joden koloniseren naar Tangayika (het huidige Tanzania) of Guiana (hiermee wordt het voormalige Brits Guyana in Zuid Amerika bedoeld).
Nee, alleen Palestina is het land waar we heen willen en waar we rechten kunnen doen gelden. Na de pauze branden de vragen los.
Julius de Vries: Chamberlain* heeft gezegd dat Palestina geen oplossing kan betekenen.
Pais: Moeten we ons verzetten tegen gebieden buiten Palestina?
Jacobs: Heeft een protestvergadering tegen Engeland zin?
Gezien de achtergrond van de tijdgeest en de onmogelijkheid om gebeurtenissen te voorzien, die nog nooit in de geschiedenis waren voorgekomen, ging men toch weer enigszins gerust naar huis.
Op de vergadering van 10 oktober 1939 wordt de politieke situatie besproken nadat Duitsland Oostenrijk geannexeerd heeft en Tjecho-Sloakije ingenomen. Engeland heeft, zoals het beloofd heeft, niet ingegrepen! Het is duidelijk dat de ernst van de situatie niet ingezien wordt. Op pag.112 van de notulen volgt: De gehele toestand is onduidelijk en het is een eigenaardig moment voor propaganda. Toch is het wel verantwoord daar de NZSO zich meer op ideologisch dan actueel terrein beweegt.
Julius de Vries: Vraagt zich af wat er zal gebeuren als Duitsland de oorlog wint en ziet in het feit dat Von Ribbentrop en Stalin met 2 Joden aan één tafel hebben gegeten een belangrijk perspectief voor het Joodse Volk.
Zich verschuilen voor de werkelijkheid verklaart men dan door te stellen dat: Dit is mogelijk doordat wij als studenten gewend zijn logisch te denken. Dit in tegenstelling met een zekere paniek toestand welke bij de Ned. Zionisten Bond ontstond. Aan een zekere arrogantie ontbreekt het hier helaas dus niet. Of is het een ontkennen van een realiteit die men wel voelde aankomen, maar niet kon ontlopen? De notulen sluiten verder af met: Het einde van de avond werd doorgebracht met het drinken van thee en zionistische kout.

Studie en Gezin
Op 17 september 1935 schrijft Julius zich als één van de eersten (no.9) in op de faculteit geneeskunde. Hij is dan 19 jaar. Het is 16 januari 1939 als hij zijn kandidaatsexamen haalt, en schrijft zich dan de volgende dag in voor het 4e studiejaar. Kennelijk is hij iets achterop gekomen, maar weet dit toch weer in te halen. Binnen tweeëneenhalf jaar na zijn kandidaatsexamen haalt hij zijn doctoraal op 30 juni 1941. Hij is dan bijna 25 jaar. Hij zal één van de laatste joden in Groningen geweest zijn die examen aan de universiteit heeft gedaan.
In Juli 1942 trouwt Julius zijn zuster Dina nog met Izak Leefsma uit Gorredijk. Een maand later, op 20 augustus moet Izak naar Westerbork. Later komt Dina hier ook naar toe. Ze zijn dan nog samen in Westerbork tot 25 januari 1944. Het is opmerkelijk dat ze bijna anderhalf jaar samen geweest zijn voordat ze op transport naar Auschwitz werden gezet. Ook hebben ze het nog tot 31 december 1944 volgehouden voordat ze in de gaskamers verdwenen.
In oktober 1942 zijn Julius met zijn ouders, Maurits en Meta, opgehaald en naar Westerbork getransporteerd. Ze zijn doorgevoerd naar Auschwitz en volgens de gegevens zijn Maurits, zowel als Meta beide op vrijdag 17 september 1943 vergast. Julius heeft nog tot november 1943 geleefd. Het bijzondere is dat Julius niet in Lezecher** voorkomt. Een reden zou kunnen zijn dat hij is omgekomen tijdens de transporten van kamp naar kamp, welke aan het einde van de oorlog plaats vonden. Zijn zuster Dina en haar man Izak Leefsma zijn ze op 31 december 1944 in de gaskamers verdwenen. Moge hun ziel opgenomen worden in de bundel des levens.
Omein
Epiloog
In 1964 kreeg ik een brief van notaris Offerhaus uit Groningen dat ik voor een 342e deel gerechtigd was in de nalatenschap van het echtpaar Leefsma, (de ouders van Izak Leefsma uit Gorredijk). Het bedrag wat overbleef na aftrek van kosten bedraagt ƒ. 0.60 hetwelk ik bijsluit in 5 postzegels van ƒ. 0.12.
Bij het schrijven van deze zinnen voel ik de woede die mij overviel toen ik deze brief kreeg, weer in mij opkomen. De brief èn de postzegels heb ik dan ook verscheurd.

ƒ. 0.60 na aftrek van kosten...

*Athur Neville Chamberlain was van 1937-1940 Premier van Engeland.
** Het “in memoriam” boek waarin alle omgekomen Joden in de tweede wereldoorlog zijn opgenomen.