Verhaal

Max Ringer

Max Ringer, die op de Weinreb-lijst stond, was veiligheidshalve ondergedoken in de Ramaerkliniek, een onderdeel van de psychiatrische inrichtingen in Loosduinen bij Den Haag. Zijn ouders zaten hier ook.
In de Ramaerkliniek verbleven in het najaar van 1942 bijna honderd joden in een soort van semi-ondergedoken staat. Met goedvinden van de directie gingen zij voor patiënten door, hoewel hun adreswijziging niet was doorgegeven aan het bevolkingsregister of de Joodse Raad.
Op 31 december 1942 deed de Sicherheitspolizei een inval in de Ramaerkliniek en arresteerde de hele groep. Tijdens deze inval, waarbij alle deuren op slot werden gedaan, wist Max Ringer via een WC-raampje te ontsnappen en hij vluchtte naar het huis van zijn ouders in de Zwetstraat.
Zijn vader, die ook in de Ramaerkliniek verbleef, had tijdens de inval echter zijn huissleutel moeten afgeven aan de Duitsers, en dit werd Max noodlottig. Toen hij in het huis van zijn ouders ondergedoken zat, kwamen de Duitsers korte tijd later met de sleutel binnen en troffen hem daar aan, waarna hij werd gearresteerd.
Max' broer (die de oorlog overleefde) had al eerder een onderduikadres voor hem geregeld in Arnhem, maar omdat zijn vrouw Celina Ringer-Beder hoogzwanger was, weigerde hij haar in de steek te laten.
Zijn vrouw Celina, die ondergedoken zat in het huis van Max' broer, ging na de arrestatie van haar man vrijwillig met hem mee naar Westerbork.

Bron: 'Rapport door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie uitgebracht aan de minister van Justitie inzake de activiteiten van drs. F. Weinreb gedurende de jaren 1940-1945, in het licht van nadere gegevens bezien', Mr. D. Giltay Veth & A.J. v/d Leeuw. Den Haag, 1976.