Addition

Trude Grätzer: Oostenrijks oorlogskind opgenomen door het echtpaar Martinus de Mol en Estella Betsy Rood

Kindercomité Amsterdam 1938-1939

Dankzij de online vermelding van Trude Pia Grätzer op de site van de Stichting Duitse Oorlogskinderen in Nederland en nader onderzoek in andere openbare online bronnen kan nu met zekerheid worden vastgesteld hoe en bij wie het jonge meisje Trude vanuit Wenen in Den Haag terecht kwam. Deze publicatie is dan ook een aanvulling op het eerder gepubliceerde verhaal in mei 2022 over Trude en haar Weense ouders.

De Stichting Duitse Oorlogskinderen in Nederland (Dokin) vermeldt op haar site dat ‘na de Kristallnacht Reichskristallnacht (vanaf 9 november 1938) veel ouders in Duitsland en Oostenrijk besloten om hun kinderen alleen naar het buitenland te sturen. Niet veel landen waren bereid vluchtelingen op te nemen. Dat Engeland zo’n 8000 kinderen heeft geaccepteerd is bekend en goed gedocumenteerd. De zogenaamde "Kindertransporten" van Duitsland naar Londen zijn beroemd. Dat sommige andere Europese landen sommige vluchtelingenkinderen wel hebben geaccepteerd, is grotendeels onbekend. Bijna 2000 kinderen kwamen naar Nederland’.

Ook de in Wenen woonachtige joodse ouders Grätzer moeten in oktober 1938 besloten hebben dat het beter was om hun dochtertje Trude Pia als vluchtelinge naar Nederland te sturen. Zelf blijven zij achter in Wenen. Vader dr. Arnold Grätzer en zijn dochter zullen in 1943-1944 alsnog slachtoffers worden van de Holocaust. Moeder Grete Grätzer zoekt na de oorlog naar haar man en kind. Zie eerdere publicatie.

De door de stichting Dokin gepubliceerde correspondentie is cruciaal geweest om te kunnen achterhalen dat, hoe en bij wie Trude vanaf eind 1938 in Nederland is opgevangen. Het betreft een briefwisseling tussen mr. M. de Mol uit Gouda met het Kindercomité te Amsterdam en de politiechef van Gouda. De transcriptie van deze brieven zijn hier als aparte bijlage opgenomen. In het online bevolkingsregister van het streekarchief Midden-Nederland is één ‘juridisch student’ en ‘meester in de rechter’ gevonden met de naam Martinus de Mol (1895-1966). Met het vinden van dit persoonsgegeven kon vervolgens de samenhang worden gelegd tussen de hier beschreven verschillende levenslopen.

Vooroorlogse komst van Trude vanuit Wenen naar Nederland

Trude is in Nederland op 1 december 1938 ontvangen en opgenomen bij het kinderloze echtpaar mr. Martinus de Mol (1895-1966) en joodse Estella Betsy Rood (1899-1982) die voor het meisje gaan zorgen. Trude is dan 10 jaar oud. In de brieven met de autoriteiten beijvert dhr. mr. M. de Mol zich op liefdevolle wijze dat Trude niet eerst in quarantaine wordt opgenomen. ‘Ik roep Uw medewerking in om deze voor Trude onaangename maatregelen te voorkomen. Trude is op 29 november jongstleden te Wenen gekeurd door Dr. Adolf Gross wiens verklaring ik bijvoeg en op derde dezer te Arnhem door dr. Hartog die ik verzocht U zijn verklaring rechtstreeks toe te zenden. Beide geneesheren vonden haar volkomen gezond, zodat het mij onnodig voorkomt haar nogmaals aan een onderzoek te onderwerpen’.

Arrestatie in 1942 van mr. Martinus de Mol

Het echtpaar verhuist na 1939 samen met Trude van Gouda naar de Ruychrocklaan 202 in Den Haag. Zowel de cartografie over Trude als de latere arrestatie-informatie van Martinus vermelden dit adres. Van 3 september 1940 tot 26 augustus 1941 gaat Trude naar het Maerlant Lyceum en vanaf 1 september 1941 (verplicht) naar het Joods Lyceum. Over Martinus de Mol is bekend dat hij (met beroep bankier) op 14 oktober 1942 in Rotterdam door de Sicherheitspolizei wordt gearresteerd en in het Huis van Bewaring aan de Noordsingel wordt gedetineerd. Dit Rotterdamse Huis van Bewaring werd tijdens de Duitse bezetting gebruikt voor onder meer het gevangen zetten van zwarthandelaren en verzetsdeelnemers. Na een verblijf van 14 dagen wordt Martinus op 29 oktober 1942 overgebracht naar Kamp Amersfoort en vervolgens naar kamp Vught. Op 4 maart 1943 wordt Martinus zonder vermelding van reden vrijgelaten.

Uit onderzoek verkregen elementen wijzen erop dat het zeer aannemelijk is dat zij op dat moment niet meer woonachtig was bij familie de Mol maar in het Joods Weeshuis aan de Pletterijstraat. Op haar kaart is het adres aan de Ruychrocklaan op enig moment doorgehaald en de Pletterijstraat 66 opgenomen. Op 6 maart 1943 wordt Trude vanaf dat adres op transport naar Westerbork gezet. Zij komt op 13 maart 1943 om het leven in vernietigingskamp Sobibór, Polen. Of er een verband bestaat tussen de gebeurtenissen in oktober 1942 en de plaatsing in het weeshuis kan niet worden vastgesteld. Trude behoort tot de groep van kinderen van het Joodse Weeshuis waarvan gedocumenteerd is dat zij allen samen met de directeur in avond van vrijdag 5 maart 1943 door Duitse soldaten met vrachtwagens zijn afgevoerd naar Westerbork, daar op 10 maart 1943 op transport zijn gesteld en vervolgens op 13 maart 1943 vermoord zijn in Sobibor (bron: Van Creveld en Te Slaa).

Martinus overlijdt op 4 november 1966 in Den Haag. Estella hertrouwt met haar zwager en overlijdt op 12 oktober 1982 in Den Haag. Estella is op deze site opgenomen als overlevende van Holocaustslachtoffers binnen haar familie. Haar broer Isidor Maurits Rood en schoonzus Sara Sohlberg vonden in respectievelijk 1944 en 1945 de dood in Auschwitz en Theresienstadt en lieten vier kinderen na die de oorlog overleefden. Broer Maurits Rood vond een onderduikadres en overleeft de oorlog.

Onbekend is of moeder Grete Grätzer na de oorlog in contact is gekomen met het echtpaar de Mol-Rood. Gedocumenteerd is dat zij in december 1945 vanuit Londen bij het Rode Kruis in Nederland een opsporingsverzoek naar haar dochter (en haar man) heeft gedaan en daarin melding maakt dat haar dochter was ondergebracht bij het echtpaar de Mol. Ook staat vast dat het echtpaar de Mol in 1938 over de familie- en adresgegevens van Trude in Wenen beschikte. Beide families zijn zwaar getekend uit de oorlog gekomen.

Voor deze reconstructie is gebruik gemaakt van documentatie uit online openbare bronnen zoals de Arolsen Archives, Haags gemeentearchief, gemeente archief Gouda, Stichting Duitse Oorlogskinderen in Nederland en oorlogsbronnen.nl. De transcriptie van de correspondentie met het Kindercomité is als derde verhaal opgenomen. Mochten er ondanks de door mij in acht genomen zorgvuldigheid, onjuistheden in dit stuk zijn geslopen, dan stel ik een correctie op prijs.

13 januari 2023, 2 maart 2023 en 29 september 2023