Addition

Biografie David Meents

David Meents werd samen met zijn zwager David Kropveld door de grüne Polizei uit het TipTop Theater gehaald tijdens de razzia van zaterdag 22 februari. De foto is genomen in de Uilenburgersteeg die grensde aan het theater.
NIOD/Collectie Jon van der Maas. Themasite Stadsarchief Amsterdam, februarirazzia's

David Meents groeide op als derde zoon in het grote gezin van Hartog Meents en Elisabeth Visser.  Vader Hartog was venter, maar zijn inkomsten waren veel te laag en hij was jarenlang afhankelijk van de Steun. Vader Hartog overleed in februari 1927 en werd begraven op de Joodse begraafplaats in Diemen. Zijn echtgenote Elisabeth bleef achter met vijf kinderen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar. David werkte inmiddels als knecht bij een karrenverhuurbedrijf. Hij was stallenzetter. Zijn jongste broertje Abraham werd aan het eind van dat jaar opgenomen in het Nederlands Israëlietisch Jongensweeshuis aan de Zwanenburgerstraat. De andere kinderen moesten met hun verdiensten als venter, ʻfietsjongenʼ en karrenverhuurder bijdragen aan de huishoudpot.

Moeder Elisabeth hertrouwde na veertien maanden met haar voormalige buurman Abraham Segal. Hij was een maand eerder dan Elisabeth weduwnaar geworden van Leentje van der Sijs en met zeven kinderen achtergebleven, van wie hij er twee naar het Joodse Weeshuis had gebracht. Abraham en zijn kinderen trokken in bij Elisabeth in de Benkoelenstraat en samen kregen zij nog een dochter, Klaartje. Het meisje overleed echter na ruim twee weken. In maart 1933 verhuisde het gezin naar de Joden Houttuinen, waar ook de kinderen uit het weeshuis kwamen wonen.

David trad in oktober 1935 in het huwelijk met Frederika Prins, lingerienaaister en dochter uit een groot ventersgezin.  David trok in bij zijn schoonouders en in februari 1937 werd hun zoontje Hartog geboren, vernoemd naar zijn overleden vader. Vanaf oktober 1938 woonde het jonge gezin in de Valkenburgerstraat 145-II, nog steeds bij de ouders van Elisabeth.

Tijdens de razzia van zaterdag 22 februari 1941 was David met de man van zijn halfzus Sipora, David Kropveld, naar een show in het Tip Top Theater gegaan. Duitse politieagenten sleepten hen naar buiten, hielden de mannen tegen de zijgevel van het pand onder schot en dreven hen naar het Jonas Daniël Meijerplein. Van daaruit werden zij naar kamp Schoorl overgebracht en later die week naar Buchenwald. Op 22 mei werden degenen die het wrede regime in dat kamp hadden overleefd, onder wie David en zijn zwager, naar Mauthausen gedeporteerd. Daar stierf de 26-jarige David op 20 augustus. Zijn zwager overleed drie weken later, op 12 september.

 Van het samengestelde gezin Meents-Segal overleefde niemand de oorlog.

Bron: Gebaseerd op onderzoek, boek en verhaal van Wally de Lang.