Verhaal

Waalstraat 88

Het raadsel van mevrouw Asscher

Door: Gert Nieveld

Mijn familie woonde sinds 1932 op Waalstraat 88-III. Ze hadden vier kinderen waaronder mijn moeder Bep (1919-2000) en mijn tante Jo (1926). Mijn grootvader had samen met de 'oude' Drees les gehad in het bankierswezen en had een hoge functie bij de bank Labouchere waar hij in de oorlog allerlei illegale financiele zaken met Gijs van Hall heeft uitgewerkt. Na de oorlog werd Gijs directeur bij de bank van mijn opa.
Onder mijn grootouders woonden de Asschers op 88-II (overigens ook een familie Asscher op 88-I).

Mijn tante Jo is 95 en nu komen veel oorlogsverhalen weer boven. Over de Asschers vertelde ze laatst dat ze nog naar de bar-mitzwah van de zoon is geweest. Waarschijnlijk in 1934 of 1935. Haar broer Jan moest daarvoor een keppeltje aanschaffen. Mijn moeder had wekelijks de taak om bij de familie rond de sabbat de lichten aan/uit te doen.
Mijn moeder had voor haar broer (opgepakt en in dodencel in Oranjehotel gezeten, maar met veel geluk vrijgelaten) een onderduikadres in de Achterhoek geregeld en wilde dat de Asschers daar ook naartoe zouden gaan.
Dat weigerden ze. Ze zeiden tegen mijn moeder: "Kind, wij zien er zo joods uit, daar willen we niemand mee belasten. We gaan wel naar Duitsland om te werken."
Toen ze weggevoerd werden riep mevrouw Asscher mijn tante Jo bij zich en zei: "Ik heb een raadsel voor je, dat moet je maar proberen op te lossen:  Waar je je handen wast, ligt ook de vaat."

De woningen hadden allemaal op de bovenste verdieping een opslagkamertje, met een wasbak en kraantje. In het begin van de oorlog zat daar de echtgenoot van dochter Louise (Loes) van de Asschers (1920-1999), Jacob van Amerongen (1913-1995), verstopt. Mijn tante vertelde dat ze hem vaak hoorde schuifelen. Ze waren bang dat de streng katholieke buren ze zouden verraden maar later bleek mijn moeder met een dochter van die buren een onderduikplek voor hem te hebben gezocht (en wellicht gevonden). Ze zijn later naar Israel verhuisd waar hij, volgens mijn tante, een hoge ambtelijke functie kreeg. Dat klopt. Hij werd directeur van het ministerie voor Financiën.

Mijn tante heeft in haar paniek bij het wegvoeren van de familie Asscher niet begrepen wat mevrouw Asscher met het raadsel bedoelde.

Tot ze tientallen jaren later, er waren inmiddels andere bewoners op Waalstraat I en II, ineens een enorm lawaai op de zolderverdieping hoorde. Een loodgieter was bezig met een reparatie en vond het servies en het tafelzilver van de Asschers. Het was onder de vloer bij het wasbakje verstopt. Mijn tante vertelde dat de nieuwe bewoners het servies en zilver hebben verkocht en hun zoon er een brommer van hebben gegeven.