Op 1 april 2025 aanstaande is het 80 jaar geleden dat Enschede bevrijd is.
Enschede heeft, net als vele steden in Nederland, veel te lijden gehad onder het Duitse bewind. Onder andere diverse razzia’s door de Duitsers (13, 14 en 15 sept. ’41) en vele bombardementen door de geallieerden hebben de Enschedeërs te verwerken gehad. Het schrikbewind door de Duitsers, inclusief de Duitslandvriendelijke Burgermeester, hebben hun tol geëist en hun sporen achtergelaten binnen de Enschedese stadsgrenzen. Ook het schoolgebouw de Maere heeft het tijdens de tweede wereldoorlog zwaar te verduren gehad.
In het begin van de oorlog gingen de lessen van de Hogere Textielschool nog gewoon door. Echter kwam daar in de zomer van 1941 verandering in. Joodse leerlingen mochten vanaf de zomer niet meer naar een reguliere school. Voor de niet joodse leerlingen ging het onderwijs dan ook ‘gewoon’ door. De joodse leerlingen mochten wel naar de voor hen speciaal opgerichte Joodse scholen, echter werden de lessen veelal verzorgd in huiskamers of in kantoren van (textiel)fabrieken.
In 1944 werd de Maere in beslag genomen door de nazi’s en werd het gebruikt als ‘Kriegslazaret’, hier konden de terugtrekkende en soms gewonde Duitse militairen tot rust komen. Op het dak van de Maere was toen ook een groot wit vlak met een rood kruis geschilderd. Na de beëindiging van de oorlog hebben de Canadese troepen het gebouw nog een tijd gebruikt om o.a. Duitse militairen en Duitslandgezinde Nederlanders vast te houden. Pas in oktober 1946 werd de Maere weer vrijgegeven voor onderwijs.
Dit alles had dan ook zijn weerslag op het personeel en leerlingen van de HTS. De toenmalige directeur J. Postma (en oud-leerling J. van der Wal) zijn beide gesneuveld bij Heumen (Gelderland) tijdens de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. Zij waren vooraf gemobiliseerd omdat zij beiden reservisten waren bij het Nederlandse leger.
Ook de razzia’s in Twente hebben hun weerslag gehad op Enschedeërs, maar ook op enkele (oud)leerlingen. Deze, bij de razzia’s gearresteerden, werden naar het dwangarbeiderskamp Mauthausen in Oostenrijk gedeporteerd. Waaronder 6 leerlingen en oud-leerlingen van de HTS.
Op het herdenkingsmonument binnen de muren van de Maere staan 52 namen van personeel en (oud)leerlingen van de Hogere Textielschool. Ieder met zijn eigen persoonlijke verhaal omtrent de vermelding op het monument. Velen waren Joods en sommigen zaten in het verzet waardoor zij slachtoffer werden van het Duitse beleid. Een enkeling was slachtoffer van de bombardementen op Enschede en anderen hadden simpelweg de pech dat ze op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plek waren.
Het onderzoek naar de ‘anonieme’ namen op het herdenkingsmonument heeft o.a. als resultaat gehad dat ik alle 52 personen een “gezicht” heb kunnen geven door het achterhalen van hun correcte gegevens, deel van hun levensverhaal en vele portretfoto’s. Deze verhalen heb ik gebundeld in het document “Gezichten”.
Echter bleek ook dat de reeds bestaande plaquettes diverse fouten bevatten, o.a. fouten in namen, datums en zelfs een verkeerde persoon stond er op. Daarom is er besloten om 4 april ‘25, naast de bestaande plaquettes, een nieuwe en gecorrigeerde plaquette te plaatsen. Deze plaquette wordt onthuld door de Enschedese burgemeester Roelof Bleeker en bestuursvoorzitter Trudy Vos.
Ook heeft het onderzoek de adoptie van 2 oorlogsgraven op het Nationaal Ereveld te Loenen opgeleverd. De graven van de heren Dercks en Röth zullen vanaf nu jaarlijks door docenten en studenten van ROC van Twente bezocht worden.
Tevens worden enkele persoonlijke verhalen van de 52 slachtoffers omgezet naar lesstof welke gebruikt gaan worden bij mijn lessen Burgerschap.
Peter Venema,
ROC van Twente, docent Burgerschap,
College voor CI&I. Teams SiMM en DG te Enschede.