Levie Pijpeman en zijn gezin

Verhaal -

Als de oorlog uitbreekt woont het gezin van Levie Pijpeman en Aaltje Coster in Rotterdam. Nu de Duitsers besloten hebben Nederland te bezetten, levert dat angstige gevoelens op bij Levie en Aaltje. Ze hebben genoeg dreigende verhalen gehoord uit Duitsland. Als op de vierde dag van de oorlog Rotterdam wordt plat gebombardeerd wonen ze op een kilometer afstand van waar de bommen vallen. Ze besluiten al gauw naar Apeldoorn te verhuizen, ver weg van de ellende van de gebombardeerde stad.  Op 1 augustus 1940 opent Levie aan de Nieuwstraat 52 zijn ‘dames en heerenkleermakerij’. De toekomst ziet er weer even wat rooskleuriger uit.

 

Levie Pijpeman is in 1906 in Rotterdam geboren. Hij is de zoon van Abraham Pijpeman en Judith Stad. Abraham is koopman in sponsen.

Aaltje Coster is in hetzelfde jaar geboren in Rotterdam als dochter van Coenraad Coster en Betje Bierschenk . Coenraad is in 1906 koopman in galanterieën/ongeregelde goederen.

Levie en Aaltje trouwen op 14 maart 1928 in Rotterdam en op 14 april 1929 wordt hun zoon Abraham geboren. Zes jaar later, op 11 april 1935, wordt Coenraad geboren.  

In de twaalf jaar dat ze in Rotterdam wonen, verhuizen ze regelmatig. Kort na het begin van de oorlog verhuizen ze vanaf de Jan Sonjéstraat 23a naar de Nieuwstraat 52 in Apeldoorn. De vader van Levie, Abraham, en broer van Levie, Joël, verhuizen  mee. En zo begint Levie zijn kleermakerij op zijn woonadres.

Levie’s zoon Abraham is dan elf jaar en gaat vanaf 1 september 1940 naar de Brinklaanschool, die bij hun bijna om de hoek is. Abraham komt in de zesde klas.  Hij gaat maar één  jaar naar deze school en komt dan een paar maanden thuis te zitten. Vanaf 22 december 1941 gaat hij samen met zijn broertje Coenraad naar de joodse school. Coen in de eerste klas bij juf Martha Wijler en Abraham in de zevende klas. Na de zomer van 1942 gaat Coen naar de tweede klas en blijft Abraham nog in de zevende klas.

 

Levie en zijn broer Joël worden in augustus 1942 gekeurd en aansluitend naar het werkkamp Lievelde bij Lichtevoorde gestuurd. Beide broers waren hiervoor nog actief  voor de afdeling  Sociale Zorg  van de Joodse Raad in Amsterdam als vervaardigers voor uitrustingen voor deportatie.

Op 2 oktober 1942 worden alle mannen uit de kampen overgebracht naar Westerbork. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 worden ook de gezinnen opgehaald en eveneens naar Westerbork overgebracht. Dat gebeurt ook met Aaltje Coster, haar zonen Abraham en Coenraad en haar schoonvader Abraham Pijpeman.

Levie wordt samen met zijn gezin ondergebracht in barak 62. Opa Abraham Pijpeman wordt al op 23 oktober 1942 gedeporteerd naar Auschwitz. Het gezin Pijpeman blijft langer in Westerbork. Mogelijk komt dat om Coenraad ziek is en in het ziekenhuis ligt. Maar dan slaat het noodlot alsnog toe. Het gezin wordt op 25 februari 1944 naar Theresienstadt gedeporteerd. Op 28 september 1944 wordt Levie naar Auschwitz gedeporteerd en daar aansluitend vermoord.

Aaltje en de kinderen worden  een week later naar Auschwitz gedeporteerd, waar Aaltje en de kinderen na aankomst worden vermoord.

Copyrights: Attribution Non-commercial Share Alike