Verhaal

In Memoriam

Simon Spee wordt geboren in 1924 als zoon van Jean Benjamin Gerard Spee en Judith Blitz. Het gezin telt een aantal kinderen. De vader van Simon is venter terwijl zijn moeder als koopvrouw werkt. Op andere momenten werkt zijn vader als boekbinder en scharenslijper. De ouders van Simon overlijden in 1984 en 1968. Dochter Isabella Sophia Segal-Spee en zoon Alexander Spee worden in Auschwitz omgebracht. Zoon Karel sterft in januari 1945 in Amsterdam, slechts een maand oud.

Simon is nog maar drie maanden als hij zijn geboortestad Haarlem verlaat en met zijn ouders naar Amsterdam verhuist. Na enige tijd keert het gezin terug naar Haarlem. In 1927 wordt Simon volgens de gezinskaart van Amsterdam opgenomen in een inrichting in Appingedam. Ook zijn moeder verblijft volgens de kaart een tijdje in Appingedam. Over hun verblijf kan de gemeentearchivaris van Appingedam echter niets vinden. Wel is zijn zus, Cornelia, in Appingedam geboren terwijl de ouders volgens de geboorteakte formeel nog in Amsterdam zijn ingeschreven. 

Simon komt in De Bergstichting in het Noord-Hollandse Laren terecht. Dit is dezelfde instelling waar zijn broer Alexander eerder al opgenomen is. Tijdens zijn verblijf komt de naam van Simon voor in een uitgave van de instelling. De kinderen doen mee aan een project waarbij zij bloemen mogen kweken. De beoordeling geschiedt op basis van drie criteria: het aanleggen van hun gedeelte, het onderhouden van het stukje tuin en hoe netjes het er allemaal bij ligt. Samen met zijn ‘compagnon’ scoort Simon bovengemiddeld. Op enig moment na dit verblijf wordt Simon weer ingeschreven op het adres van zijn vader. Hij wordt aangeduid als leerling broodbakker.

In de zomer van 1939 wordt Simon overgeplaatst naar Paedagogium Achisomog, de kinderafdeling van de Joods-psychiatrische instelling van Het Apeldoornsche Bosch. Op 23 maart 1940 ontvlucht hij de instelling. Hij wordt als volgt omschreven: 1 meter 69 lang, een smal gezicht, een litteken bij de linker wenkbrauw, donkerblond haar en hij draagt een donker gestreept kostuum, een pet en vermoedelijk zijn de schoenen zwart van kleur. Een toevoeging maakt duidelijk dat hij weer terecht is, vermoedelijk dezelfde dag al.

In mei 1941 ontvlucht Simon opnieuw de zorginstelling en ruim drie weken later houdt de politie van Amsterdam hem aan. Op welke plek(ken) hij deze periode verbleef, is onbekend. Enkele uren later brengt een medewerker van Het Apeldoornsche Bosch hem terug naar het kindertehuis. Ruim een maand later, op 16 augustus 1941, loopt Simon opnieuw weg. Een medewerker van Het Apeldoornsche Bosch heeft hem op de Hoofdstraat zien lopen, richting het station. Nu wordt alleen zijn leeftijd genoemd en wat hij aan had: een loden jas, nieuwe, lage schoenen, zwart van kleur en blootshoofd. Simon wordt een maand later door de Rotterdamse politie aangehouden. Hij wordt naar het politiebureau in Apeldoorn gebracht en daar door een medewerker van de zorginstelling opgehaald.

In juni 1942 krijgt de politie van Apeldoorn opnieuw een melding. Simon is weer uit de inrichting weggelopen. Hij wordt omschreven als 1 meter 73 lang, kort blond haar met een lichter gekleurde haarlok, blauwe ogen, een smal gezicht en een slank postuur. Hij heeft een litteken dat door een van zijn wenkbrauwen heen loopt en draagt een donker gestreept colbertkostuum. Hierbij maakt de politie duidelijk dat het geen ‘gestichtskleding’ betreft. Tenslotte draagt hij een blauw alpinomutsje. Hoewel in het dagrapport staat dat Simon geen fiets bij zich had toen hij verdween, wordt hij dezelfde ochtend gearresteerd met de vermelding ‘in arrest gesteld wegens rijwiel diefstal’. Het is onbekend of Simon ten onrechte beschuldigd is of anderen hem hebben aangewezen of dat hij op heterdaad betrapt is. Na enkele uren ingesloten te hebben gezeten, haalt een medewerker van Het Apeldoornsche Bosch hem op. 

In de nacht van 21 op 22 januari 1943 jagen de nazi’s zover bekend 1080 patiënten uit bed en transporteren ze per vrachtwagen naar station Apeldoorn. Simon is één van hen. Hier wacht een lange goederentrein waarmee alle patiënten, enkele dorpelingen en een deel van het verplegend personeel rechtstreeks naar vernietigingskamp Auschwitz worden gedeporteerd. De officiële sterfdatum van Simon is 25 januari 1943.

Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, Afdeling ‘Naam & Gezicht’ van het herinneringscentrum Kamp Westerbork, CODA Archief Apeldoorn, Digitaal Joods Monument, Erica adresboek van Apeldoorn, het Gelders Archief, ITS Archiv Bad Arolsen (International Tracing Service), het boek ‘In Memoriam’ door Guus Luijters, Yad Vashem, het Nationaal Archief en Delpher (gedigitaliseerde Nederlandse historische kranten).

13 april 2023