Verhaal

Gezin-Dormits op Nieuwstad 42 te Zutphen

Veehandelaar Joseph Dormits, de enige overlevende van het pand Nieuwstad 42, Zutphen. In Zutphen geboren op 16 januari 1874 en in Zutphen overleden op 11 september 1954. De foto (met dank aan de erven-Dullaert) dateert waarschijnlijk van kort na de bevrijding.

Bij de Duitse inval in mei 1940 wordt het pand Nieuwstad 42 bewoond door slager Herman Dormits, 53 jaar oud; zijn vrouw Sientje (46) en hun twee zonen (19 en 15 jaar); zijn alleenstaande broer Joseph (66), slager en veehandelaar, en hun nichtje Rijntje Dormits (35). Herman Dormits is eigenaar van het pand. Vijf jaar later bij de bevrijding door Canadese troepen is alleen Joseph Dormits nog in leven.

AFKOMST, GENEALOGIE

Joseph, Herman en Rijntje zijn geboren in de grote Zutphense slagersfamilie van Louis Jacob Dormits (1835-1908) en Bela Weijel (1841-1923). Zij zijn in 1864 in Zutphen getrouwd en kregen negen kinderen, vijf meisjes en vier jongens. De eerstgeborene was in 1865 een zoon, Jacob; de laatstgeborene eveneens: Herman in 1887. Alle zonen werden runderslager. Van de negen kinderen waren er in 1940 zeven nog in leven, vijf jaren later nog slechts twee: Joseph en, in Deventer, zijn zus Klaartje Pagrach-Dormits (1876-1963).

De slagerij van Louis Jacob was gevestigd aan de Spittaalstraat 95 maar na diens dood verleggen weduwe Bela Weijel en haar zonen hun activiteiten naar de Barlheze. Eerst vestigen zij op nummer 33 de Zutphense Vleeschhal die wordt gerund door Joseph en Herman; deze verhuist later naar Barlheze 14 op de hoek met de Heukestraat. Op nummer 99 in de Barlheze, naast de vismarkt, hebben Jacob Dormits en zijn vrouw Heintje sinds het begin van de nieuwe eeuw hun eigen Vleeschhouwerij Dormits.

Slager-veehandelaar Joseph Dormits blijft ongehuwd maar zijn jongere broer Herman trouwt in mei 1920 in Rijssen met Sientje Cohen. Zij krijgen twee zonen, in maart 1921 de naar zijn grootvader vernoemde Louis Jacob en in februari 1925 Izak. Beide jongens groeien op in het pand achter de slagerij aan de Barlheze 14. Louis Jacob viert zijn bar mitzwa op dit adres op 17 maart 1934.

1937 VERHUIZING

In 1937 verhuist het gezin naar het grote en voorname pand Nieuwstad 42. Joseph en nicht Rijntje gaan mee, Rijntje doet een deel van de huishouding. Zij wonen nu naast de eveneens Joodse familie Vomberg die op nummer 44 een winkel heeft in confectie en beddengoed. De slagerij van de Gebroeders Dormits op het nieuwe adres staat bij de Joodse Gemeente geregistreerd als een koosjere slachterij die voldoet aan de kasjroet-voorschriften. Het is echter tot op heden niet helemaal duidelijk waar werd geslacht en waar het vlees werd verkocht. Volgens de overlevering dient het gebouwtje achter de tuin (nu gelegen aan het Oude Wijvenhofje) als slachterij; het vee wordt door de nauwe steeg vanaf de Halterstraat hier naartoe gedreven. Tegen deze versie spreekt dat Zutphen sinds 1930 een gemeentelijk slachthuis heeft met een eigen afdeling voor de Joods-rituele slacht. 

Zoals de meeste Zutphens-Joodse gezinnen in die tijd, leven de Dormitsen waarschijnlijk niet zwaar orthodox, dat wil zeggen dat de mitswot, de vele ge- en verboden met enige souplesse in acht worden genomen. Na Louis Jacob markeert nu ook Izak op 13-jarige leeftijd, op 22 januari 1938 in sjoel aan de Dieserstraat zijn bar mitzwa. De receptie is later die dag thuis, Nieuwstad 42. Izak duikt in de berichtgeving steeds weer op als een actieve Joodse jongeling die zich inzet voor de goede zaak, geld ophaalt voor ‘Duitse vluchtelingen’ en zo talloze mitswot verzamelt. Louis Jacob treedt minder naar buiten maar slaagt in juni 1939 voor het middenstandsdiploma handelskennis.   

ONDERGANG

Al voor de deportaties in juli 1942 beginnen is dienstbode en nicht Rijntje teruggekeerd naar haar ouderlijk huis aan de Barlheze 99. Zij is vanaf dit adres gedeporteerd, niemand van het gezin van haar ouders Jacob en Heintje ‘komt terug’ uit Sobibor en Auschwitz. Van Joseph weten we dat hij al in 1941 is ondergedoken, aan de Zutphense Houtmarkt. De jongste zoon, Izak, vertrekt naar Amsterdam. Maar voor Herman, Sientje en zoon Louis is onduidelijk waar zij in de twee jaren na april 1941 hebben gewoond. Mogelijk in hun eigen huis, mogelijk ook elders.

Vast staat dat de Duitse bezetter Herman onteigent en het pand Nieuwstad 42 overdraagt aan de Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV) die het door een zekere Claase laat beheren. Het kan zijn dat Herman, Sientje en Louis sindsdien als huurder in hun eigen woning verblijven. Op 3 maart 1943 wordt het pand voor 5.000 gulden verkocht. Voor alle duidelijkheid: Herman ziet van dit bedrag geen cent. De verkoop wordt gesloten een maand voor het gezin Dormits uit Zutphen naar kamp Vught wordt getransporteerd. Koper is de uit Duitsland afkomstige M. Küsters, Korte Beukerstraat 10 in Zutphen. De overdracht vindt plaats op 6 december 1943 bij notaris H. Capel. Deze notaris houdt aan de roof een bedrag van 150 gulden over, 3 gulden wordt ingehouden aan omzetbelasting. 

Herman, Sientje en Louis zijn dan al vermoord. De ouders zijn met het laatste grote transport vanuit Zutphen meegevoerd, zo’n vijftig personen. Op 7 april 1943 naar kamp Vught. Louis Jacob, 22 jaar, is om onduidelijke redenen niet via Vught gedeporteerd. Op 8 april 1943 wordt hij Westerbork binnengebracht en vijf dagen later op transport gesteld. 

Zutphen is dan bijna Judenrein. Politiecommissaris Annink schrijft in zijn rapport aan burgemeester Dijckmeester: ‘Op 9 april 1943 vertrokken de meeste leden van den Joodse Raad en z.g. Gesperrten uit eigener beweging per trein naar Vught. Tenslotte zijn op 10 april 1943 de laatste hier nog te stede vertoevende en onder betreffende bepalingen vallende joden per trein naar Vught vertrokken.’

Het is wel heel wrang vast te moeten stellen dat Louis zijn ouders ‘inhaalde’: op 16 april 1943 als zijn ouders nog in Vught verblijven, sterft hij in de gaskamer van Sobibor. Herman en Sientje worden op 23 mei naar Westerbork overgebracht en twee dagen later naar Sobibor. Op 28 mei 1943 worden zij daar vermoord.

Izak, in februari 1943 achttien jaar geworden, maakt meer omzwervingen. Hij gaat na april 1941 naar Amsterdam waar zijn laatste adres Ferdinand Bolstraat 18 is. Blijkens zijn registratiekaart bij de Joodse Raad had hij gewerkt als slager maar is hij nu leider van een jeugdsynagoge en werkt hij bij de afdeling Steun aan Vertrekkenden. Toch is hij niet ‘gesperrt’. Op 27 augustus 1943 wordt hij in kamp- Westerbork geregistreerd en in barak 63 ondergebracht. Vier dagen later gaat Izak op transport naar Auschwitz waar hij nog zeven maanden leeft, tot 31 maart 1944. Ik mag de woorden niet onvermeld laten die iemand in de rubriek ‘indruk’ op zijn registratiekaart heeft geschreven: kan met publiek omgaan

NA 1945

Joseph is in april 1945 de enige overlevende. Bij de bevrijding is hij 71 jaar oud. Van de ruim vijfhonderd vooroorlogse Zutphense Joden is nog maar iets meer dan tien procent in leven.

Dat Joseph Dormits aan deportatie en dood is ontsnapt heeft hij te danken aan Hein(rich) en Mieneke van Beek die hem tot de bevrijding heimelijk onderdak verlenen in het pand aan de Houtmarkt 63 waar zij wonen boven hun café-restaurant ‘Negro’. Hein van Beek is katholiek en woonde eerder met zijn vrouw en kinderen in Emmerich in Duitsland. Zij hebben daar een kippenslachterij die koosjer pluimvee levert aan Joodse poeliers in grote Duitse steden. Al snel na 1933 is Van Beek een uitgesproken tegenstander van de Nazi’s. Hij en zijn vrouw krijgen de reputatie van Judenfreund en ontvluchten enkele jaren later hun woonplaats Emmerich via Netterden naar Zutphen. Na afloop van de bezetting blijven Hein, Mieneke en Joseph bevriend. Daarvan getuigt onder meer deze foto, waarschijnlijk genomen kort na de bevrijding. 

Het zal Joseph Dormits moeite hebben gekost om het pand van zijn vermoorde broer terug te krijgen. In het Zutphense adresboek van 31 december 1951 staat hij met als beroep veehandelaar op dit adres geregistreerd. Hij biedt dan onderdak aan Meijer Groen en diens gezin. Groen is grossier in papier en heeft zijn voorraden opgeslagen in het pakhuis achter de tuin. Groen is sinds 1945 bestuurslid van de Joodse gemeente. Ook buurman Emanuel Vomberg op nummer 44 vervult in de Joodse Gemeente een leidende rol.

Als Joseph in januari 1954 zijn tachtigste verjaardag viert is hij de oudste Joodse inwoner van Zutphen. Maar misschien wel belangrijker: hij is, in de woorden van het landelijke Nieuw Israëlietische Weekblad (NIW) de ‘oudste supporter van een der plaatselijke voetbalclubs, welker wedstrijden hij nog regelmatig iedere week bezoekt.’ Bedoeld is voetbalvereniging Be Quick. Aan deze laatste activiteit schrijft het NIW het toe dat enkele honderden Zutphenaren ‘onder wie de voorzitter der Joodse Gemeente’ hem is komen feliciteren. Acht maanden later overlijdt hij. De overlijdensaangifte wordt gedaan door de vroegere onderduikgever Heinrich van Beek.

Bij zijn dood heeft Joseph alleen nog zijn twee jaar jongere zus Klaartje die in Deventer woont. Klaartje heeft de bezetting met haar gezin in onderduik in Holten overleefd. Zij zorgt voor de matsewa die in Zutphen op Josephs graf wordt geplaatst.  

John Löwenhardt, december 2020

eerder gepubliceerd op StolpersteineZutphen.nl