Verhaal

'de mogelijkheid gegeven om per bus te reizen'. De deportatie van bejaarde Joodse Zwollenaren naar Westerbork op 8 april 1943

Op 6 april 1943 maakte de bezetter bekend dat alle Joden, uitgezonderd de gemengd gehuwden en de zogenoemde half- en kwartjoden, Overijssel en Gelderland uiterlijk op 10 april moesten hebben verlaten. Op de Zwolse deportatielijst stonden 123 personen. Vijftien van hen doken onder en veertien personen werden om uiteenlopende redenen ‘ vorübergehend zurückgelassen’. Het echtpaar Adelaar-van Huiden koos voor de dood in hun woning Soendastraat 14.[1]  Uiteindelijk zijn op 8 en 9 april 92 Joodse Zwollenaren gedeporteerd.[2]

Op 9 april zijn 65 personen met de trein naar kamp Vught gedeporteerd. In de maanden daarna gingen zij op verschillende momenten vanuit Vught naar Westerbork en verder. Een dag eerder arriveerden 27 Joodse Zwollenaren in Westerbork: 19 bejaarden, daarnaast Reintje Zilverberg-Drukker en Saartje Zilverberg-van der Veen met hun zes jonge kinderen.[3] De ouderen zijn onder politiebewaking met de bus rechtstreeks van Zwolle naar Westerbork gebracht. Onduidelijk is nog of de gezinnen Zilverberg ook met deze bus zijn meegegaan dan wel met de trein naar Westerbork zijn gedeporteerd. De bus telde dus minimaal 19 en maximaal 27 onvrijwillige passagiers.

Fijtje Elte-Heijselaar [4] kreeg toestemming hen tijdens hun reis op weg naar het einde te begeleiden. Op 9 april deed ze hiervan verslag in een brief [5] aan Michel Leo (Max) en Ilse Hes-Bouscher.[6] Hun (schoon)ouders, Hartog en Mietje Hes-Marcus, behoorden tot de inzittenden. Max en Ilse Hes-Bouscher waren op dat moment ondergedoken. De informatie over de deportatie heeft hen vrij snel via ondergrondse kanalen bereikt. In de kleine zakagenda die dient als dagboek noteert Max Hes bij 8 april: Een zwarte dag. Om 15 uur oudelui weggehaald. Er past slechts één gedachte, overleven en wraak. En enkele dagen later, op 11 april: Go komt de treurige tijding van deportatie oude lui en vele anderen brengen. [7] Ofschoon verwacht, zijn zeer terneergeslagen. Alle hoop hen ooit terug te zien is verloren. Geen kans meer op een laatste herinnering als zij het tijdige met het eeuwige gewisseld hebben welk oogenblik wel ras zal naderen.

Fijtje probeert in haar brief over te brengen dat de reis rustig is verlopen en dat er redelijk voor de bejaarden is gezorgd. Zij kan echter het verdriet, de zorgen en de angst ook niet verhelen. Met de kennis van nu is het een enigszins surrealistisch beeld.

Zwolle 9 april ’43. Beste Ilse en Max, Ik denk dat jullie ’t wel erg prettig zult vinden te hooren hoe buitengewoon flink je vader en je moeder zich gehouden hebben bij hun vertrek naar Westerbork. Ik kan jullie dit alles het beste vertellen, omdat ik ze tot Westerbork weggebracht heb. Deze week moesten ze kiezen tusschen Vught en Westerbork; Vught beteekende een vermoeiende reis met veel overstappen, reizen op eigen gelegenheid (ik zou ze wel weggebracht hebben) en van Vught af op nog onbekende manier naar ’t ver afgelegen kamp en daar uren in de rij staan. Voor Westerbork was voor de moeilijk te vervoeren oude menschen de mogelijkheid gegeven om per bus te reizen, de bus zou ze van huis halen, dus dat was de gemakkelijkste reis. Toch wilden je ouders aanvankelijk liever naar Vught, maar ik had er geen rust van om de vermoeiende reis en na overleg met dr H. is toch ’t besluit naar Westerbork genomen. Niemand van ‘t Joodsche verplegende personeel durfde mee, ook doktoren en J. Raad niet, uit vrees daar vastgehouden te worden. Ik heb toen aangeboden mee te gaan en daarvoor is toestemming gegeven. De bus kwam ‘t laatst bij je ouders; ondanks de drukte en zorgen van ’t inpakken waren ze rustig en flink, alles was goed verzorgd. ’t Afscheid was natuurlijk even moeilijk, maar toen de bus eenmaal reed, was ’t de oude “tante Mietje” weer. De reis verliep prettig en goed. Ik was erg blij dat ik meegegaan was; ’t deed de menschen goed nog even al hun leed en zorgen uit te kunnen praten en anders waren ze alleen maar onder politiegeleide geweest. De beide oude tantes waren ook mee; ze hebben de reis ook goed gemaakt.[8] De aankomst in W. was gelukkig erg prettig; hulp voor de zieke menschen was er voldoende, ook voor de bagage werd goed gezorgd. Ik ben blij dat ik jullie deze vrij rustige omstandigheden kan schrijven al begrijp ik dat er zorgen en verdriet genoeg overblijven. Ik moet jullie natuurlijk de heel hartelijke groeten doen. Ze vonden de gedachte dat ik jullie direct op de hoogte kon brengen, erg prettig. Ik hoop dat ook jullie de kracht en sterkte zullen hebben deze ellendige tijd door te komen.

Met hart. gr. van ons allen. Fijtje.

Noten

[1]  ‘Eduard en Klara vluchtten in de dood’, in: D. Baan e.a., Jodenvervolging in twaalf portretten (Zwolle 2016), 24-28. Zie ook de digitale versie.

[2] Gegevens gebaseerd op de administratie van Kamp Westerbork (met dank aan José Martin), de Joodse Raad Kaarten uit de Arolsen Archives en Historisch Centrum Overijssel, Toegang 702, Archief gemeentebestuur Zwolle, inv.nr. 3009.

[3] Op 8 april 1943 vanuit Zwolle naar Westerbork gedeporteerden: 

Bilderbeek Aaltje Zwolle 18.08.1862 Sobibor 16.04.1943
Bilderbeek Reintje Zwolle 20.06.1870 Sobibor 16.04.1943
Davidson Leentje Zwolle 23.01.1877 Sobibor 16.04.1943
Davidson-Salomon Bertha Dülmen 01.01.1875 Sobibor 16.04.1943
Drukker-Brest Jetje Blokzijl 03.10.1863 Sobibor 23.04.1943
Esso Judikje van Blokzijl 01.08.1855 Sobibor 16.04.1943
Esso Betje van Blokzijl 21.02.1857 Sobibor 16.04.1943
Frank Abraham Klundert 27.12.1872 Sobibor 23.07.1943
Frank-van Oss Regina Mathilde Werkendam 17.09.1873 Sobibor 23.07.1943
Groot-Dannenberg Clara de  Adelebsen 10.06.1872 Sobibor 30.04.1943
Hes Hartog Gorredijk 24.04.1862 Sobibor 07.05.1943
Hes-Marcus Mietje Dokkum 20.10.1869 Sobibor 07.05.1943
Visser-Jesaijes Esther Zwolle 22.10.1860 Sobibor 16.04.1943
Levie-van Dam Henderiette Ooststelling- 31.12.1856 Sobibor 16.04.1943
    werf      
Polak-Luteraan Hendrika Zwolle 09.05.1857 Sobibor 16.04.1943
Rudelsheim Susanna Zwolle 15.04.1867 Sobibor 02.07.1943
Simon-Lichtenstein Karoline Münster 15.02.1863 Sobibor 23.04.1943
Vecht Jacob Elburg 12.01.1858 Sobibor 16.04.1943
Vegt-Cohen Essiena Wildervank 18.12.1863 Sobibor 16.04.1943
Zilverberg-van Saartje Beilen 22.07.1902 Sobibor 16.04.1943
der Veen          
Zilverberg Esther Zwolle 05.09.1926 Sobibor 16.04.1943
Zilverberg Izaak Zwolle 01.06.1931 Sobibor 16.04.1943
Zilverberg Betje Zwolle 12.01.1934 Sobibor 16.04.1943
Zilverberg Julia Zwolle 22.05.1938 Sobibor 16.04.1943
Zilverberg-Drukker Reintje Steenwijk 04.12.1903 Sobibor 21.05.1943
Zilverberg Ester Zwolle 21.10.1934 Sobibor 21.05.1943
Zilverberg Jetje Zwolle 05.06.1938 Sobibor 21.05.1943

[4] Fijtje Heijselaar (Den Helder 1897 –Zwolle 1998), onderwijzeres, niet-joods, in 1919 gehuwd met Salomon Elte (Alkmaar 1889-Zwolle 1955), leraar Nederlands en geschiedenis, rector van het Joods Lyceum 1941-1943. 

[5] Zowel de brief van Fijtje Elte-Heijselaar als de dagboeken van Max Hes bevinden zich in het familiearchief Hes, dat in 2021 zal worden ondergebracht in het Historisch Centrum Overijssel. Met dank aan Harry N. Hes voor de transcripties en nadere duiding.

[6]  Max Hes (Zwolle 1897-Zwolle 1983), firmant van de textielhandel Fa Hes & Co. te Zwolle, in 1931 gehuwd met Ilse Bouscher (Gevelsberg 1907-Zwolle 1982). Zij overleefden de oorlog in onderduik.

[7]   Het echtpaar Jaap en Go Stins bewoonde het bovenhuis Rodetorenplein 8 te Zwolle. Op dit adres woonden Hartog en Mietje Hes gedurende het eerste halfjaar van 1942 nadat hun eigen huis, Melkmarkt 45, ten behoeve van de Wehrmacht was gevorderd. Het echtpaar Stins fungeerde tot aan de bevrijding als communicatieknooppunt voor de familie Hes die gaandeweg verspreid ondergedoken raakte. Ook hebben zij Hartog en Mietje Hes-Marcus tot op het laatste moment bijgestaan.

[8] De zussen Judikje en Betje van Esso, Zeven Alleetjes 10. Judikje van Esso bereikte de leeftijd van 87 jaar en was het oudste Zwolse slachtoffer van de Holocaust.