Verhaal

In Memoriam

Heiman Sander Leefsma is de zoon uit het huwelijk van koopman Sander Heiman Levi Leefsma en Betje Davids Kalf. Naast Heiman krijgen Sander en Betje nog zeven kinderen. Heiman wordt als laatste in 1854 geboren, vijftien jaar na de geboorte van het eerste kind.

Heiman is negen, als zijn vader sterft, in 1863. Zijn moeder sterft in 1902. Op 3 oktober 1877 trouwt Heiman met Magalina Mossel, hij is dan drieëntwintig en zij één jaar ouder. Het huwelijk wordt voltrokken in Utrecht, de woonplaats van Magalina.

Het echtpaar krijgt negen zoons en vijf dochters. Vier kinderen sterven jong; Louis wordt dood geboren, Helena sterft als ze zeven maanden is, Jozef als hij elf maanden is en Benedictus is acht jaar als hij sterft. Het jongste kind uit het gezin wordt geboren in 1900.

Het echtpaar woont in Gorredijk. Heiman is eigenaar van een textielwinkel, het is niet bekend wanneer de zaak voor het eerst de deuren heeft geopend. De oudste krantenadvertentie die is gevonden, stamt uit 1901. Heiman wordt met milde (Friese) spot ‘Heiman moailap’, Herman met de mooie lappen, genoemd. Het assortiment van zijn winkel bevat behalve lappen onder meer heren- en kinderbroeken, bonkers (korte winterjassen), naaibenodigdheden en zelfgebreide sokken. In de krantenadvertenties wordt zijn voornaam Heiman net wat anders geschreven: Hijman. Magalina en de kinderen helpen Heiman de zaak draaiende te houden, vier van de kinderen hebben grote belangstelling voor alle facetten van het vak.

In 1904 gaan er in Gorredijk venters met paard en wagen langs de deuren, die textiel van matige kwaliteit verkopen, waarbij zij de kopers willen laten geloven, dat dit vanuit de firma Leefsma gebeurt. Heiman laat er in krantenadvertenties geen twijfel over bestaan; deze mannen verkopen niet in zijn opdracht. Hij beschrijft dat het ook niet zijn zonen kùnnen zijn geweest, want die komen langs met een handkar, waar de naam van zijn bedrijf duidelijk op staat, en niet met paard en wagen.

In 1907 trouwt Alexander, één van de zonen van Heiman en Magalina. De bruid is Henrietta Godschalk (1881-1943), hij is dan vierentwintig, zij zesentwintig.

Heiman en Magalina verhuizen in 1916 met hun dochters Hanriëtta en Esther naar Apeldoorn, waar ze een huis vinden in de Rosariumstraat, op nummer 55 (nu: Hofdwarsstraat 9). Ze zijn dan al in de zestig en hebben de zaak binnen de familie overgedragen. Ook hun zoon Alexander woont met zijn vrouw Henrietta en de kinderen Heiman (*1909) en Salomon (*1910) in Apeldoorn. 

Hanriëtta trouwt in 1923 op haar twee en veertigste met Jesaias Herz, die dan 37 is. 

In 1932 overlijdt Heimans vrouw Magalina. Heiman blijft na de dood van zijn vrouw in hun huis wonen.

Als in mei 1940 de nazi’s Nederland binnenvallen, zijn er nog acht kinderen van Heiman en Magalina in leven. Vijf van hen worden in de oorlog omgebracht. Drie van hun kinderen overleven de oorlog.

Dochter Hanriëtta en haar man Jesaias, die in Apeldoorn wonen, worden begin oktober 1942 naar doorgangskamp Westerbork gedeporteerd. Vier weken later worden ze in Auschwitz om het leven gebracht.

Over het lot van Heiman zelf is lang veel onduidelijk gebleven. Uit de beschikbare informatie komt de volgende reconstructie naar voren: vrijwel alle nog in Apeldoorn wonende Joden moeten zich medio 1943 in het Apeldoornsche Bosch laten interneren. Heiman wordt in de plaatselijke politiearchieven genoemd, omdat hij zich niet heeft gemeld voor internering. Hij doet een beroep op de medische verklaring die hij in bezit heeft, waaruit zou blijken dat hij op grond van ziekte en ouderdom - hij is dan 89 - niet mag worden vervoerd. Ondanks deze verklaring wordt hij door de nazi’s naar het Apeldoornsche Bosch gedeporteerd. In een brief die later door zijn kleinzoon wordt geschreven, staat dat Heiman niet in staat was om zelf te lopen, en dat de bezetter hem daarom met stoel en al uit huis heeft gehaald. Dat heeft één van de buren van Heiman na de oorlog aan deze kleinzoon verteld. Een andere naoorlogse getuige beschrijft dat alle zieke Joden werden ingedeeld in een aparte ziekenzaal van het Apeldoornsche Bosch. De overige geïnterneerde dorpelingen worden gescheiden van de circa dertienhonderd patiënten. Henrietta Leefsma-Godschalk heeft mogelijk de verzorging van haar schoonvader op zich genomen. 

Heiman en zijn schoondochter zijn geïnterneerd, als de bezetter op wrede wijze met de ontruiming van de psychiatrische inrichting begint; de patiënten en de kinderen van het aangrenzende Paedagogium Achisomog worden ‘s nachts hardhandig in vrachtauto’s geladen.

De leiding van deze wrede ontruiming is in handen van SS-Hauptsturmführer Ferdinand Hugo Aus der Fünten. Na de ontruiming rijden de vrachtwagens af en aan naar het station van Apeldoorn, waar een trein met veertig veewagons klaar staat. Dorpelingen horen het geschreeuw en gekrijs van de vele patiënten uit de vrachtwagens komen. Aus der Fünten slaat op het station het hele proces gade. De patiënten worden in de veewagons opgesloten. Hierna arriveert Aus der Fünten weer in het Apeldoornsche Bosch om een vijftigtal personeelsleden toe te voegen aan het transport.

Aus der Fünten verklaard na de oorlog dat twintig personeelsleden zich vrijwillig hebben gemeld, en de overige dertig door hem zijn aangewezen. In zijn herinnering waren er ‘vijfentwintig of zesentwintig’ goederenwagons beschikbaar gesteld voor de deportatie van de patiënten en de vijftigtal personeelsleden.

In de vroege ochtend van vrijdag 22 januari 1943 vertrekt de trein met de patiënten en de personeelsleden rechtstreeks naar Auschwitz. De naam van Heiman en die van alle andere gedeporteerden wordt nooit op een transportlijst geregistreerd. Dit ondersteunt het ontbreken van zijn naam in het register van het doorgangskamp Westerbork. De geïnterneerde dorpelingen zijn niet tegelijk met de patiënten weggevoerd, zij worden in de loop van de dag in het doorgangskamp geregistreerd.

De sterfdatum van Heiman wordt na de oorlog bij wet vastgesteld op 25 januari 1943, dezelfde datum als van alle patiënten van wat later ‘het Apeldoornsche Bosch-transport’ is gaan heten. Ook zijn schoondochter heeft deze sterfdatum, ook van haar zijn bij Kamp Westerbork geen registratiedata bekend. Het is hierdoor denkbaar dat Henrietta bij haar schoonvader in de ziekenzaal aanwezig was, toen de ontruiming van het zorgterrein begon. Henrietta zal vermoedelijk op deze wijze zijn ‘toegevoegd’ aan dit transport.

Na de oorlog blijft het lot van Heiman lang onduidelijk. Dertien jaar na de oorlog, in mei 1958, wordt er nog een oproep in de krant geplaatst: Zij, die in staat zijn inlichtingen te verschaffen, die kunnen leiden tot de vaststelling van de overlijdensdatum van de heer Heiman (Sander) Leefsma, geboren te Gorredijk op 1 oktober 1854, laatstelijk wonende te Apeldoorn. Rosariumstraat 55, gelieven zich in verbinding te stellen met notaris [naam en contactgegevens van de notaris].

2 juni 2020