Aanvulling

Biografie echtpaar Elze-Soester

Joseph Elze is de zoon uit het huwelijk van kantoorbediende Louis Joseph Elze en Judith Elze-Calff. De moeder van Joseph sterft in 1939. Van zijn vader is geen overlijdensdatum bekend. Joseph woont vanaf maart 1938 op de Weidestraat nummer 10 in Apeldoorn.

Judith Soester is de dochter van diamantbewerker Meijer Soester en Lea Soester-de Vries. Judith heeft een oudere zus, Marianne. Joseph en Judith treden op 19 oktober 1938 in Apeldoorn in het huwelijk. Joseph is dan 31 en Judith 27 jaar oud. Het echtpaar blijft op hetzelfde adres in de Weidestraat wonen.

De vader van Judith wordt in de zomer van 1940 opgenomen in het Apeldoornsche Bosch en overlijdt daar in februari 1941.

Joseph is vertegenwoordiger en later is hij sjammes, ofwel koster, van de Joodse gemeente. Hij staat vanaf 1 januari 1940 als werknemer van het Apeldoornsche Bosch vermeld. In zijn vrij tijd is Joseph voorzitter van de ‘Apeldoornsche Joodsche Tooneelvereeniging’. Of hij naast het voorzitterschap ook zelf actief toneelspeelt is niet bekend. Samen met penningmeester Berend Polak (Deventerstraat 51 II) en secretaris David Spier (Hoogakkerlaan 71) vormt hij het bestuur van de vereniging.

Judith was, toen ze nog in Amsterdam woonde, verkoopster. Het is niet bekend of ze in Apeldoorn werk heeft gehad. Judith laat de Joodse Dina van de Kar bij haar in huis wonen. Dina heeft namelijk een tijdelijke aanstelling gekregen als  onderwijzeres op de lagere Joodse school in Apeldoorn.

Joseph wordt in een werkkamp vastgezet en moet daar in een werkverschaffingsproject arbeid verrichten. Het is niet meer na te gaan vanaf wanneer en in welk werkkamp. Hij wordt op 2 oktober 1942 overgeplaatst naar Kamp Westerbork. Zijn vrouw Judith wordt in de daarop volgende nacht uit huis weggevoerd en ook in Kamp Westerbork geregistreerd. Dina ondergaat op dat moment hetzelfde lot. Na ruim zeven maanden in dit kamp geïnterneerd te hebben gezeten, worden Joseph en Judith op dinsdag 18 mei 1943 met transport 64 naar Sobibor gedeporteerd. Ze worden bij aankomst niet geselecteerd voor dwangarbeid. Met hen worden ongeveer 2500 andere Joden direct bij aankomst in Sobibor vergast.

Ook de moeder, zus en zwager van Judith komen gedurende de oorlog om in de vernietigingskampen.

Bronnen: CODA Archief Apeldoorn, Erica adresboek van Apeldoorn, Yad Vashem, het Gelders Archief, afdeling ‘Naam & Gezicht’ van het herinneringscentrum Kamp Westerbork, het boek ‘In Memoriam’ door Guus Luijters, Stichting Sobibor, Stadsarchief Amsterdam en Delpher (gedigitaliseerde Nederlandse historische kranten).

2 februari 2019