Aanvulling

Biografie gezin Laufer

Matos Laufer is de zoon van Rosche Sandig, de naam van de vader is momenteel nog niet achterhaald. Deze vader overlijdt voor de oorlog. Brandel Masche Satz is de dochter van Nechum Satz, de naam van de vader is momenteel nog niet achterhaald.

In de zomer van 1921 komt Matos naar Apeldoorn en begint als aspirant verpleger in het Apeldoornsche Bosch. Na ruim jaar wordt hij op 30 december 1927 genaturaliseerd. Op 15 juni 1932 trouwt hij in Apeldoorn met de acht jaar oudere Brandel Masche Satz. Hierdoor ontvangt ook zij de Nederlandse nationaliteit.

Op 17 maart 1933 wordt hun zoon Izak geboren. Op 16 maart 1940 komt hun zoon Nechuma te wereld.

Er is weinig bekend over het gezin. In het bevolkingsregister van Apeldoorn staat de moeder van Matos vermeld als inwonend. Ook staan er enkele andere personen met de achternaam Laufer als inwonend vermeld, maar daarbij staat vreemd genoeg vermeld dat zij niet verwant zijn aan Matos.

Matos woont op de Welgelegenweg 48, Veenhuizerweg 59 en vervolgens op de Grote Velderslaan 22. Vanaf september 1937 verhuist het gezin naar de Grote Velderslaan nummer 3 (het huidige Salland 3).

Het gezin Laufer en andere Apeldoornse Joden zijn op het terrein van het Apeldoornsche Bosch geïnterneerd en van daaruit op 22 januari 1943 naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Op dinsdag 2 februari 1943 zijn zij, samen met 936 anderen, met transport 48 naar Auschwitz gedeporteerd. Daar zijn zij op vrijdag 5 februari 1943 vermoord. 

Bronnen: Gelders Archief, CODA archief Apeldoorn, Erica adresboek voor de gemeente Apeldoorn, afdeling 'Naam & Gezicht' van het herinneringscentrum Kamp Westerbork en het boek 'In Memoriam' door Guus Luijters.