Aanvulling

Andries Ansel is de zoon van Lion Ansel (*1842) en Betje Neeter (*1837).

Machiel Ansel is de zoon van diamantsnijder Andries Ansel en van Betje Reens. Het in 1932 geboren nichtje van Machiel, de latere mevrouw van Vliet-Menist, weet zich in 2018 nog veel te herinneren van haar oom, die door de familie Michel wordt genoemd.

Bertha West is de dochter van boekhouder/notaris Nathan West en van Betje Zuidema.

Mevrouw van Vliet-Menist omschrijft Machiel als een serieuze, zachtaardige, bevlogen en lieve oom, die een streng orthodox gelovige is. Machiel studeert in Groningen en doet ook staatsexamen. Zijn hoop later rabbijn te kunnen worden, vervliegt door de oorlog. Machiel en Bertha, een vrouw uit een gerenommeerde familie, hebben elkaar vermoedelijk in Groningen leren kennen.

Als Machiel zestien is, sterft zijn moeder. Zijn zus Judith overlijdt in 1931, ze is dan negen en twintig, aan een niervergiftiging. Ze laat een man en een zoon achter. Machiel heeft van 1932 tot 1934 in het leger gezeten. Vanwege de Joodse spijswetten dient hij bij het leger het verzoek in om bij zijn tante Marianne te mogen inwonen, zodat hij niet in de kazerne hoeft te eten. Dat verzoek wordt ingewilligd.

Sinds november 1936 werkt Machiel bij het Apeldoornsche Bosch als assistent op het paedagogium Achisomog tegen een jaarsalaris van 300 gulden. Nicht van Vliet-Menist geeft aan dat hij leerkracht was bij moeilijk lerende kinderen van 18 jaar oud. Bertha werkt als onderwijzeres en assistente.

Machiel wordt tijdens de mobilisatie opgeroepen en dient ten tijde van de Duitse inval. Zijn legeronderdeel levert geen actief aandeel in de strijd. Na de capitulatie keert hij terug naar zijn werkplek bij het Apeldoornse Bosch.

Machiels zus Marianne ziet dat haar eigen man tijdens de eerste razzia in de Amsterdamse Jodenbuurt - de Valkenburgerstraat - wordt opgepakt. Hun dochter, de eerder genoemde mevrouw van Vliet-Menist, is hier ook getuige van. Marianne en haar dochter duiken onder. Op een bepaald moment wordt Marianne bij het Centraal Station van Amsterdam opgepakt. Ze wordt verhoord, maar ze verraadt niet waar haar dochter zich ophoudt; deze is op bezoek bij vrienden en ontloopt zo arrestatie en deportatie. Marianne wordt na haar verhoor twee weken in Het Oranjehotel vastgezet. Op Dolle Dinsdag wordt ze vanuit Kamp Westerbork naar Theresienstadt gedeporteerd. Hier wordt zij aan het eind van de oorlog door het Russische leger bevrijd.

Machiel en Bertha trouwen op 7 april 1942 in Wildervank, de geboorteplaats van Bertha.

Machiel en Bertha zijn, samen met andere Apeldoornse Joden, op het terrein van het Apeldoornsche Bosch geïnterneerd, en van daaruit op 22 januari 1943 naar Kamp Westerbork gedeporteerd. In het kamp beviel Bertha van dochter Elishewa. Op 25 mei 1943 zijn zij naar Sobibor gedeporteerd. Daar zijn ze op 28 mei 1943 vermoord.

De vader en tante van Machiel komen ook om in de vernietigingskampen. Hetzelfde geldt voor de moeder en zus van Bertha. Mevrouw van Vliet-Menist en haar moeder worden na de oorlog herenigd.

Bronnen: Mevrouw van Vliet-Menist, CODA archief Apeldoorn, Erica adresboek van Apeldoorn, archief Amsterdam, stichting Sobibor, afdeling ‘Naam & Gezicht’ van het herinneringscentrum Kamp Westerbork en het boek ‘In Memoriam’ van Guus Luijters.

13 november 2018