Verhaal

Biografie familie van Son

Mozes van Son is de zoon van Salomon van Son en Saartje van der Hoek. Beide ouders van Mozes overlijden voor de oorlog in Nederland uitbreekt.

Susanna Trijbits is de dochter van huidenhandelaar Leo Trijbits en Carolina Mogendorff. Susanna’s vader overlijdt voor de oorlog, haar moeder en haar twee broers komen met hun gezinnen gedurende de oorlog om. Een broer van Susanna is getrouwd met de zus van Mozes van Son. Dit gezin woont tijdens de oorlog in Apeldoorn, in de Paslaan op nummer 25.

Mozes verdient zijn geld als papierhandelaar. Hij trouwt met Susanna op 29 augustus 1917. De huwelijksvoltrekking vindt plaats in Groenlo. Veertien maanden later wordt Leo geboren. In 1925 krijgt hij een broertje, Salomon. Bekend is dat Salomon later als kapper bij het Apeldoornsche Bosch werkt.

Eenmaal volwassen werkt oudste zoon Leo als zakenman (boekhouder) en gedurende de oorlog als sjammes, oftewel koster, van de synagoge in Apeldoorn. Claartje van Aals beschrijft in een van haar brieven hoe zij een keer met Leo uitging. Leo belt op een dag naar het Apeldoornsche Bosch, vraagt naar Claartje en vraagt haar via de telefoon mee uit. Uit Claartje's brief blijkt dat zij Leo niet kent. Toch ontmoeten zij elkaar dezelfde middag. Claartje schrijft zij ook dat Leo “in een karretje rijdt”. Hij blijkt volgens overlevering kinderverlamming te hebben gehad.

Op een krantenfoto uit 1936, hij is dan zeventien jaar, staat Leo op een groepsfoto van een voetbalclub met een wandelstok in zijn hand; hij wordt hier ‘de trouwe supporter’ genoemd. Hij zet zich ook in voor de lokale dansvereniging ‘Dansinstituut Bienefelt’. In oktober 1940 is hij één van de leden van de feestcommissie die het twintigjarig jubileum van deze dansvereniging organiseert. Ook fungeert hij als wedstrijdsecretaris van een sportdag, waar onder andere teams uit Enschede, Arnhem en Deventer aan mee doen; één van de teams uit Apeldoorn wordt eerste. Eerder, in 1937, slaagt hij voor het examen ‘kantoor steno Hollandsche taal’, en in datzelfde jaar krijgt hij ook het einddiploma ‘handelsafdeling school A’.

Op de registratiekaart van de Joodse Raad staat vermeld dat de linkerknie van Leo verstijfd is vanwege beendertuberculose, zijn andere knie is verlamd door diphteritis. Hij kan zich alleen nog voortbewegen door middel van een invalidewagen. Hierbij staat ook vermeld dat Leo geen ‘Sperre’ toegekend heeft gekregen, maar door zijn opleiding tot boekhouder in combinatie met de gewilligheid die hij toont geschikt zou kunnen zijn voor administratief werk.

Op de registratiekaart van de Joodse Raad wordt jongste zoon Salomon omschreven als een aardige, astmatische jongen, maar nog niet volleerd in zijn vak als kapper. Hij krijgt geen ‘Sperre’.

Het echtpaar van Son, hun jongste kind Salomon en andere Apeldoornse Joden worden op 19 januari 1943 op het terrein van het Apeldoornsche Bosch geïnterneerd en van daaruit op 22 januari 1943 naar Kamp Westerbork gedeporteerd, hun verblijf (in ieder geval die van Mozes en Salomon) is in barak 72. Op dinsdag 9 februari 1943 vertrekt vanuit het kamp transport 49 met als eindbestemming Auschwitz. Het transport telt vijfentwintig personenwagons met in totaal 1184 gedeporteerden, onder wie Mozes, Susanna en Salomon. Allen worden op vrijdag 12 februari 1943 in Auschwitz omgebracht.

Leo wordt twee maanden na de deportatie van zijn ouders en broer naar het doorgangskamp, gedwongen om naar Amsterdam te verhuizen. Hij gaat onder meer wonen in de Tugelaweg, op nummer 78 I. Dit is de fase waarin ‘de laatste Joden’ vanuit de provincies naar Amsterdam worden verplaatst, om van daaruit naar Kamp Westerbork te worden gedeporteerd. Dit maakt het de bezetter nog eenvoudiger om de Joden op te jagen. Het kamp kan op dat moment het grote aantal gedeporteerden niet aan. Leo is voor de bezetter vermoedelijk op dat moment nog van waarde.
Leo wordt op 11 mei 1943 in Kamp Westerbork geregistreerd. Op dinsdag 29 juni 1943 vertrekt een trein uit het kamp met als eindbestemming vernietigingskamp Sobibor. Transport 69 telt zevenenveertig wagons met in totaal 2397 gedeporteerden. Leo is één van hen. Meteen bij aankomst op vrijdag 2 juli 1943 wordt hij omgebracht.

Bronnen: Verwanten van familie van Son, ‘Als ik wil kan ik duiken’ samengesteld door Suzette Weyers (Thomas Rap, 1995), International Tracing System te Bad-Arolsen, stichting Sobibor en Delpher (gedigitaliseerde Nederlandse historische kranten). Digitaal Joods Monument, CODA Archief Apeldoorn, Erica adresboek van Apeldoorn, Yad Vashem, het Gelders Archief, afdeling ‘Naam & Gezicht’ van het herinneringscentrum Kamp Westerbork en het boek ‘In Memoriam’ door Guus Luijters.

10 augustus 2019