Verhaal

Gezin Pais

Door: Robby

Abraham Pais en Grietje Drilsma trouwden op 8 mei in hun woonplaats Zaandam, maar verhuisden vijf jaar later met hun driejarige dochter Rebecca naar Wormerveer. Daar kwam in 1935 ook hun tweede dochter ter wereld, Ada. Ze gingen nog even naar Beverwijk, maar vestigden zich in 1938 aan de Insulindelaan 34, waar zoon Aaron werd geboren. Tijdens de bezetting was hun adres Zaanweg 29. Pais had op de Zaanweg 11a een pakhuis.

Hij handelde er in levensmiddelen, scheepsbenodigdheden en oud ijzer. Een krantenfoto uit 1936 toont de heer A. Pais, de bekende handelaar in scheepsbenodigdheden, en Rebecca voor dit magazijn. Bram stond ook bekend als sloper. Hij demonteerde onder meer de gashouder van Wormerveer. Verteld werd dat hij in de oorlog sloepen opkocht van getorpedeerde schepen, om ze voor hergebruik te verkopen. Met de buren ging hij er wel mee spelevaren op de Zaan.

Kinderen die daar zwommen, gaf hij soms een reddingsvest uit zo’n sloep. In maart 1941 kreeg zijn zaak vanwege de Arisierung van Joodse bedrijven een zaakwaarnemer die de bedrijfsleiding overnam. Betty Pais ging naar School B (na de oorlog Herman Gorterschool). Ze was er als Joodse leerlinge vanaf september 1941 niet meer welkom. Met haar eveneens getroffen dorpsgenoten Mendelina en Hartog de Jong gaf ze ten afscheid alle leerkrachten een handje. Dat maakte indruk op de school. De Joodse kinderen kregen daarna nog een tijd les bij Pais thuis. Op 22 april 1942 moesten de Joodse inwoners Wormerveer verlaten. Het gezin Pais kreeg echter toestemming om te blijven, misschien omdat hun bedrijf als kriegswichtig werd gezien. Wormerveerder Klaas Zwart herinnert zich dat zijn vader Rebecca Pais in 1943 stiekem inschreef voor een zwemfeest in zwembad Het Zwet, onder de naam Betty Zonderland.

Het feest verliep voor Rebecca zonder narigheden. Geholpen kan hebben dat badmeester Jan Kuijper verzetsman was. De familie Pais moest op 3 januari 1944 alsnog naar Westerbork, bijna twee jaar na de andere Zaans-Joodse inwoners. Ze liepen naar het station, met alleen hun handbagage bij zich. Abraham Pais lachte en riep: 'Ik kom terug hoor.' Zijn zaak werd voortgezet door de vroegere knecht Anton de Grunt. Sommige eigendommen werden bij anderen in bewaring gegeven.

Zo ontving de familie Corell enkele schilderijen. Het magazijn ging over in de handen van een Treuhandler, een opkoper. Het gezin werd vermoedelijk op 25 januari 1944 in beestenwagens op transport gesteld. Moeder en kinderen werden drie dagen later in Auschwitz geselecteerd voor vergassing.

Ook voor Abraham staan op de Holocaust-websites deze overlijdensdatum en -plaats vermeld. In de overlijdensakte in Wormerveer is echter een correctie aangebracht. Op 11 januari 1954 werd in de kantlijn geschreven: Overleden op 31 december 1944 in Guntergrube in Polen. Deze kolenmijn was een van de kleinere werkkampen van Auschwitz.

Bron: WesterborkPortretten

Alle rechten voorbehouden