Aanvulling

Mogein Dowied, meer dan zingen alleen! (1927 – december 1936)

In dit deel de voorgeschiedenis van Mogein Dowied, de vereniging Hassemeigiem Besjieriem.
Dit verhaal was oorspronkelijk, in verkorte vorm, bedoeld voor de Misjpoge. De redactie en ik verschilden echter van mening over vorm en inhoud.

Hassemeigim Besjierim, bron: NIW 12 dec. 1930.

Zingen en dan vooral ook de koorzang was in Amsterdam voor 1940 een geliefd tijdverdrijf en wijdverspreid. Amsterdam kende vele koren en zangverenigingen. Regelmatig waren er optredens, waren er ook zangwedstrijden. Van de koorleden is niet altijd veel bekend, minder moeilijk ligt het bij de dirigenten.
Soms kom je een vereniging tegen die met een eigen koor successen boekt. Zo ook met het koor dat hier wordt besproken, het koor van de vereniging Mogein Dowied. Maar Mogein Dowied was niet het begin, begonnen is het met Hassemeigiem Besjieriem.

Waarom Mogein Dowied?
Met Mogein Dowied kwam ik in aanraking door mijn onderzoek naar de Joodse dirigent Samuel Henri Englander. Uit mijn onderzoek blijkt dat hij vele koren heeft gedirigeerd. Englander wordt in januari 1937 of eind december 1936 gevraagd om dirigent van het koor van Mogein Dowied te worden. De exacte datum is niet bekend, wel dat zijn eerste repetitie plaatsvond op zondag de 24ste januari 1937. Hij neemt die taak over van de bekende dirigent Jacob Hamel. Deze kon zijn andere drukke werkzaamheden niet langer combineren met het repeteren en dirigeren van Mogein Dowied.

Groepsfoto van het gemengde zangkoor "Kunst en strijd" met S.H. Englander, circa 1930. Bron: JCK – F002143


Met Englander krijgt de vereniging Mogein Dowied een gerenommeerd dirigent in huis. Hij is al lange tijd dirigent van het ‘Koor van de Grote Synagoge’, het ‘Amsterdamsch Joodsche Koor’ en van ‘Kunst en Strijd’ (een socialistisch koor uit Amsterdam Noord). Met deze en vele andere koren heeft Englander veel lof geoogst en ook vele prijzen gewonnen.

 

Portretfoto van S.H. Englander, circa 1925. Bron: JCK – F002147

Waarom (wil) Samuel Henri Englander?
Englander is een druk bezet dirigent en het is dan ook de vraag waarom hij het dirigentschap op zich neemt. Het kan zijn dat het een geldkwestie is. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft hij nooit een vaste aanstelling en dus ook nooit een vast salaris gehad voor zijn dirigentschap. Niet bij het Grote Synagoge en ook niet bij Kunst en Strijd.
Een andere reden kan zijn dat hij het werken met kinderen zeer op prijs stelde. Englander werkte meerdere jaren als muziekdocent voor de onderwijsinstellingen van ‘Kennis en Godsvrucht’. Zo is hij vanaf 1927 vanaf de opening betrokken bij de Joodse ULO (de eerste locatie zat in de Tweede Boerhaavestraat). Later komen daar nog de twee basisscholen bij: de Palacheschool en de Herman Elteschool bij.
Hoewel er grote waardering is voor zijn functioneren, wordt hij in 1935 door Kennis en Godsvrucht ontslagen. Het is een pure bezuinigingsmaatregel. De crisistijd van de jaren dertig heeft zijn weerslag op het onderwijs. Opvallend is dat ook een godsdienstleraar, de heer Bachrach, wordt ontslagen. Beide functies worden vanaf dat moment ingevuld door ‘volontairs’ (vrijwilligers).
Dit lijkt in tegenspraak met de toespraak die Felix Israël, het hoofd van de Joodse ULO, bij de opening van deze school in 1927 hield:
“Spesiaal werk is verder gemaakt van het zangonderwijs, dat onder leiding staat van den bekenden koordirigent den heer Englander. Het voortgezet- en herhalings-godsdienstonderwijs zal er toe meewerken de kinderen te doen opgroeien tot goede Joden en Jodinnen, en tot nuttige leden der maatschappij, die hun ouders en opvoeders tot vreugd en steun zullen worden en ons Joodsche volk tot eer mogen strekken (toejuichingen).”

Hassemeigim Besjierim, bron: NIW 22 jan. 1932

“Wie zich verheuge in de liederen”.
Met het koor van Mogein Dowied is Englander weer terug bij het zangonderwijs aan kinderen. Maar het koor van Mogein Dowied was niet zomaar een koor dat voor het plezier repeteerde en zo hier en daar zou optreden.
Dat is al niet zo als in 1927 de vereniging ‘De Joodsche Zang- en Toneelvereniging’ wordt opgericht onder de naam: Hassemeigiem Besjieriem (HB), de voorloper van Mogein Dowied.
Hassemeigiem Besjieriem betekent: “Wie zich verheuge in de liederen”.
De voorzitter Ph. De Groot omschrift het doel van de vereniging als volgt:
“het filantropisch streven der Vereniging, dat zich niet alleen uit in het lenigen van armoede, maar ook in het brengen van wat afwisseling in het leven van hen, die in gestichten verpleegd worden, die dan ook reeds vaak van zang en spel van de leden van Hassemeigim Besjierim genoten hebben”.

Hassemeigim Besjierim – NIW 22 jan. 1932 (advertentie voor 'de groote feestavond).

Uit hetzelfde artikel blijkt dat de contributie ‘een luttele bijdrage is van 10 cents per week’. Inderdaad een luttel bedrag, maar het is duidelijk dat men rekening moet houden met de financiële positie van haar leden. Dat men er rekening mee houdt, blijkt wel uit een verslag van de eerste lustrumbijeenkomst. De contributie is dan verlaagd tot 25 cent per maand. In de woorden van de toenmalige voorzitter M. Mossel: “de druk der tijden doet zich ook hier gevoelen, schoon een contributie van 25 cent per maand voor velen geen bezwaar kan zijn als donateur toe te treden”,.
Het eerste optreden dat ik ben tegengekomen was in De Joodsche Invalide. De dirigent is een verder onbekende D. Ricardo. Het koor heeft een bescheiden omvang van slechts een tiental jongens en meisjes.
Een jaar later heeft het koor een andere dirigent, het gaat om Emanuel Plukker (1899 – 1943), woonachtig aan de Tugelaweg 86 II. Emanuel Plukker blijft verder altijd verbonden aan deze vereniging. Op zijn huisadres wordt aanvankelijk ook gerepeteerd. Later, zeker als het koor groter wordt, zoekt men een groter repetitielokaal.


Zo wordt in 1931 al het adres Oude Schans 7 genoemd. Maar ook het adres Tugelaweg 86 blijft in gebruik. Zo is er op dit adres eind 1931 een koorrepetitie voor de dames. Het is duidelijk dat men is aangewezen op privé adressen. Repeteren bij de dirigent aan huis of later bij de secretaris in de Nieuwe Amstelstraat, het is niet ideaal. Het zegt wel iets over de mogelijkheden van de vereniging.

Nieuwe Achtergracht 98-100: Met op nummer 98 de Joodsche Invalide en op de hoek Diamantclub gebouw Concordia . Rechts ingang Weesperplein.

Vanaf 1933 maakt men regelmatig gebruik van Gebouw Concordia. Ik vermoed dat Isaäc Gans, de Erevoorzitter van HB, daar een bemiddelende rol in heeft gespeeld. Op het adres Nieuwe Achtergracht 98 zat in 1934 nog De Joodse Invalide met op de hoek Diamantclub gebouw Concordia.
Naast de koorzang gaat het natuurlijk ook om toneel. Als er optredens zijn, worden diverse activiteiten gecombineerd: koorzang, toneel, solozangers en soms ook wel een jazzbandje. HB treedt op voor instellingen als De Joodsche Invalide, het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis en Ouhel Jitschok (de Fedderstichting). Maar ook op de bijeenkomsten van de eigen vereniging wordt opgetreden. In het laatste geval worden dan bijvoorbeeld verpleegden van het Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis uitgenodigd.
Een eigen ruimte heeft de vereniging HB niet in deze jaren. Optredens voor de eigen leden vinden dan ook plaats op verschillende locaties. Locaties die genoemd worden zijn ondermeer: Feestgebouw Huize Kras (locatie onbekend), Feestgebouw Parkzicht (Hobbemastraat 11) en de grote zaal van de Handwerkers Vriendenkring (Roetersstraat).
Over het aantal leden valt weinig te vermelden, dat is onbekend. Maar op een feestavond in 1932 (het eerste lustrum) weet men de grote zaal van de Handwerkers Vriendenkring zeer goed te vullen. In de woorden van de verslaggever: “Wij zaten als haringen in een ton in de grote zaal”.

De bestuursleden van Hassemeigiem Besjieriem
Van het bestuur in de eerste periode zijn wel een aantal namen bekend, maar helaas niet altijd traceerbaar. Ph. De Groot zou Philip de Groot kunnen zijn, maar zeker is het niet. M. Mossel is zeer waarschijnlijk Meijer Mossel, 2e voorzanger (Gazzan) van de Joodse Invalide en in 1932 benoemt tot Gazzan van de Gerard Doustraat Synagoge. Van de secretaresse van de vereniging kennen we de naam, omdat haar adres wordt genoemd. Het adres is Weesperstraat 80 huis, haar naam is Catharina de Liever. Op dit adres heeft haar vader, Joseph de Liever, een banketbakkerij. Op haar archiefkaart staat verder nog vermeld dat zij op 15 januari 1941 trouwt met Marcus Muller. Zij hebben elkaar hoogstwaarschijnlijk leren kennen via de vereniging, Marcus Muller is namelijk voorzitter van de propagandacommissie. Behalve secretaresse is Catharina de Liever ook op een andere manier actief in de vereniging, zij speelt mee in diverse toneelstukjes en begeleidt koren op de piano
Van veel betrokken vrijwilligers is vaak niet meer bekend dan de achternaam met een voorletter. Opvallend is de naam Roos, die wordt veelvuldig genoemd. Van het gezin Roos zijn meerdere gezinsleden actief, het gaat om de broers Jacob en de tweelingbroers Joachim en Abraham. Zij spelen allen mee in de diverse toneelstukjes. Zij wonen aan de Nieuwe Amstelstraat 5 huis. In 1930 worden op dit adres ook repetities gehouden voor de ‘Seideravond’. Van 1936 is dit ook het secretariaatsadres (‘gevestigd bij de heer J. Roos’).
Jacob is, zo blijkt uit het verslag van de jaarvergadering over 1933, zelfs voorzitter geweest. Gezien zijn leeftijd is dit misschien opmerkelijk, maar het gaat hier om een vereniging van en voor jongeren. Jacob Roos is, net als Catharina de Liever, 22 jaar oud. De broers van Jacob, de latere echtgenoot van Catharina en Meijer Mossel zijn slechts een jaar ouder (allen geboren in 1910).

De Joodsche Invalide, voorblad van ‘De Filmbiographie’ (bron: SAA)

De Erevoorzitter
Belangrijk is de stichter en erevoorzitter van de vereniging: Isaäc Gans. Isaäc Gans zal tot aan zijn overlijden op 22 november 1938 betrokken blijven bij de vereniging. Hij is bij praktisch alle bijeenkomsten aanwezig, bezoekt ook de jeugdkampen. Voor de vereniging is hij van onschatbare waarde. Hij kent wegen, hij is directeur van De Joodse Invalide, die voor anderen verborgen zouden blijven. Hij regelt bijvoorbeeld een ruimte in de oude Diamantbeurs aan de Nieuwe Achtergracht zodat er gerepeteerd kan worden.

Ontwikkelingen binnen Hassemeigiem Besjieriem
In januari 1934 besluit de vereniging tot een uitbreiding. Hoewel niet eerder bekend, is de leeftijdsgrens voor toetreding altijd vanaf 17 jaar geweest. Nu verlaagt men de leeftijdsgrens tot 12 jaar, zodat ook de leeftijdsgroep tussen 12 en 17 kan deelnemen aan de activiteiten van de jeugdvereniging. Deze leeftijdsgroep krijgt binnen HB een eigen naam: ‘Jong Hass’, de ouderen onder de naam ‘Groot Hass’.
De contactpersoon voor Jong Hass is de al eerder genoemde Catharina de Liever.
De officiële oprichtingsvergadering is op 11 maart 1934 in Gebouw Concordia. De jongens en meisjes die zich als lid hebben aangemeld, hebben op deze feestavond gratis toegang. Jacob Roos, de voorzitter van HB, opent de bijeenkomst. Hij vertelt over het doel van de vereniging: “zang- en toneelkunst in dienst te stellen van de Joodsche Gemeenschap, voor zover hiermede enig weldadig- of algemeen sociaal doel kan worden bevorderd”. Daarna is het woord aan de erevoorzitter, Isaäc Gans. Hij wordt uitgebreid geciteerd. Hij wijst er vooral op dat gezelligheid van de vereniging, van het jeugdkoor, belangrijk is, maar niet het belangrijkste. Hoofdzaak is toch vooral: “…dat men voor zijn medemensen en zeer zeker voor zijn medemensen die hulp behoeven, offers over moet hebben” .
Het koor van Jong Hass zal overigens net als het koor van ‘Groot Hass’ onder leiding staan van Emanuel Plukker. Na de toespraken is er ruimte voor ‘verpozing’ en zijn er versnaperingen voor de aanwezige jongens en meisjes. De avond sluit af met een muzikaal deel en een toneelstuk waar onder andere de drie broers Roos en Catharina de Liever een rol in hebben.

Wat de leden van Jong Hass wordt aangeboden, zijn aanvankelijk de repetities voor koor en toneel en de bijeenkomsten op zaterdagmiddag (met het Mincho of Mincha gebed en een enkele ‘causerie’). Met Pesach heeft Jong Hass een bezoek gebracht aan het Bijbels Museum. Een hoogtepunt is een uitstapje (het NIW spreekt van een ‘uitgangstocht’) met 35 leden naar Overveen. Het is de eerste keer dat de vereniging een dergelijke activiteit organiseert.
In september 1934 is er voor het eerst sprake van een locatie voor de bijeenkomsten. Het gaat om Huize Cats aan de Nieuwe Herengracht. Met Soekot (Loofhuttenfeest) is er, samen met Groot Hass, op de tweede dag een excursie naar het Museum van de Arbeid. Wel moet een ieder op eigen gelegenheid naar het museum. Verzamelen op de Rozengracht, hoek Marnixstraat.
Ik noemde al eerder de relatie met De Joodse Invalide, vooral ook door haar directeur die de oprichter was van HB. Zo maakt de HB al geruime tijd gebruik van de synagoge van De Joodse Invalide (de ‘Sjabbosmiddag’). Uit dankbaarheid hebben een aantal leden van HB besloten een speciaal daartoe te vervaardigen Thora – mantel aan te bieden. De mantel wordt aangeboden door Max Rosenberg (geboortejaar 1911), godsdienstonderwijzer en ook Gazzan.

In oktober 1934 is er voor het eerst een optreden van het koor van Jong Hass. Samen met de andere koren van HB (het mannenkoor en het gemengde koor) treedt men, ter gelegenheid van Simchat Thora (Vreugde der Wet) op voor de bewoners van De Joodse Invalide. Er is een gevarieerd programma, er zijn ook toneelstukjes, er is een goochelaar en ook diverse solozangers, waaronder Esther Libourkin (oorspronkelijk: Esther Leböerchen).

Het jaar 1934 is een bijzonder jaar met de oprichting van de nieuwe jeugdafdeling Jong Hass. Dit wordt ook onderkend in de jaarvergadering van HB op zondag 28 oktober 1934. Gememoreerd worden de vele bijeenkomsten waar de zang- en de toneelafdeling van Hass aan hebben bijgedragen. Met de komst van Jong Hass verwacht nog meer “in het belang van ons Jodendom, nuttig werk te kunnen verrichten”. Tijdens de jaarvergadering zijn er woorden van lof van Mejuffrouw Catrien de Liever en Marcus Muller. Beiden doen goed werk, de eerste als secretaresse, de tweede als regisseur van de toneelafdeling. Isaäc Gans voert het slotwoord, hij is zeer ingenomen met de uitbreiding met Jong Hass.

Jacob Hamel benoemt tot koordirigent Jong Hass. Bron: het NIW van 9 november 1934.

Jacob Hamel wordt dirigent van Jong Hass
Een week later wordt melding gemaakt van het feit dat er voor Jong Hass en eigen dirigent is gevonden in de persoon van Jacob Hamel. Blijkbaar was dit tijdens de jaarvergadering nog niet bekend. Zijn eerste concert met Jong Hass is direct een uitdaging. Het betreft een optreden met de Obercantor Sirota uit Warschau in de concertzaal van Krasnapolsky. Vanwege ‘een indispositie’ van de Obercantor wordt het concert uitgesteld van 2 april naar 20 mei. Mogelijk dat daarom het aangekondigde optreden van de violist Sam Swaap niet is doorgegaan. Daarvoor in de plaats treden twee jonge talenten op, de broers Jo of Juda (24 jaar oud) op viool en Arnold Juda (22 jaar oud) op piano.

Hassemeigiem Beshieriem treedt op met Obercantor Sirota – NIW 17 mei 1935


Jacob Hamel en zijn koor hebben met dit eerste optreden groot succes.
Het kinderkoor voerde van Ruth Sarphati: ‘Hoor! Hoor!’ uit, op muziek gezet door Jacob Hamel. Daarnaast was er nog het lied ‘Kinderronde’ van Herman J. den Hertog, waarin de sopraansolo voor rekening kwam van Frieda van Hessen , die zich bijzonder van haar taak kweet. Tot slot waren er ook nog twee liederen van de hand van Hendrika van Tuss(ch)enbroek: ‘Meilied’ en ’Gij vriend'lijke zonne’. Voor dirigent en uitvoerders werd het een mooi succes.

Koordirigent Jacob Hamel tijdens een zanghulde op het Jonas Daniel Meijerplein t.g.v. het gouden jubileum van koningin-moeder Emma, 1929. Bron: JCK – F006877

Na dit succesvolle optreden van de koren van Hass gaat het gewone leven verder. Het zijn de gebruikelijke activiteiten met bijvoorbeeld een optreden voor de patiënten van het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis en de bewoners van De Joodse Invalide, de vertrouwde gebedsmiddagen op de sabbat, de repetities. Nieuw is wel het aanbod van een cursus Hebreeuws voor de leden van Jong Hass. Alle activiteiten worden aangekondigd in het NIW onder de kop ‘Vereenigingsleven’.
Op de eerste zondag van september 1935 is er weer een ‘uitgangstocht’ voor de leden van Jong Hass. De excursie ging deze keer met de boot naar Alkmaar waar de Ruytertjes (van de Waagtoren) in Alkmaar werden bekeken. Daarna ging het met de bus naar Bergen waar in de speeltuin de lunch werd genuttigd. Na enige speeltijd ging het door de duinen te voet naar Schoorl. Onderweg werden wedstrijden gehouden. Met de bus ging het daarna naar Alkmaar waar de boot de groep terugbracht naar Amsterdam.

Een nieuw clublokaal
September 1935 is ook de maand dat de vereniging een nieuw clublokaal krijgt. Dankzij de medewerking van Kennis en Godsvrucht kan men gebruik maken van een aantal lokalen van de kleuterschool aan de Plantage Muidergracht 5. Welwillend is Kennis en Godsvrucht wel, maar de lokalen zijn niet gratis. Om de kosten te dekken, organiseert HB een loterij. De jaarcontributie van ƒ 3,-- per jaar zijn helaas niet toereikend om alle kosten te dekken.
De opening op zaterdag 14 september kent naast de optredens van de conferencier Jacob Presser (niet te verwarren met de historicus) en de voordrachtskunstenares Dora Gerson ook een serieuzere ondertoon.
Serieus omdat voor het eerst ook melding wordt gemaakt van de gevaren voor het Joodse volk. Het is vooral de erevoorzitter Isaäc Gans die in zin toespraak rekent op de jeugd. In zijn woorden: “in de zware strijd tegen de vijanden van het Jodendom heeft de jeugd het in handen, dezen strijd met de overwinning te bezegelen”.

Optreden
Een maand later bezorgt de vereniging HB de bewoners van het Nederlands Israëlitisch Meisjesweeshuis een aangename avond. Onder leiding Abraham Roos en begeleid door Catharina de Liever voeren een zestal meisjes, onder de naam Hass-Girls, een aantal dansjes uit. Ook het koor onder leiding van Jacob Hamel treedt op, onder andere met ‘hoor, Hoor’ van Ruth Sarphati.
De jaarvergadering van HB in december 1935 staat in het teken van de voorbereiding op het tienjarig bestaan van de vereniging. Daarnaast worden een aantal nieuwe bestuursleden benoemd en afscheid genomen van M. Overste (waarschijnlijk Marcus Overste, godsdienstonderwijzer) die vanwege drukke werkzaamheden niet langer beschikbaar is. Wel blijft hij betrokken bij de vereniging en zal hij regelmatig optreden samen met zijn latere vrouw Gretha Poppelsdorf.
Het nieuwe bestuurslid is Salomon van Gelder, net als zijn voorganger godsdienstonderwijzer. In 1939 zal hij benoemd worden tot de gazzan van de Joodse Invalide. In 1941 wordt hij benoemd in de Joodse Gemeente Bussum.

Optreden 1936, bron: NIW van 28 feb. 1936.

Het jaar 1936 is een aaneenschakeling van optredens, gespreksavonden en cursussen. Meestal gaat het bij de optredens om leden van de vereniging zelf, soms met medewerking van anderen. Onder hen bijvoorbeeld de bekende radioreporter Han Hollander, de goochelaar Ben Ali Libi en de violist Sam Swaap.
Op 10 december 1936 wordt het tienjarig jubileum gevierd. Opgericht door een vijftal jongeren is het een bloeiende vereniging met bijna 200 leden. Grote steun krijgt men van Isaäc Gans, de erevoorzitter.
Kort daarop, op 19 december, vindt er een buitengewone ledenvergadering plaats waar wordt besloten de vereniging op te splitsen in Groot-Hass (leeftijd 12 – 17 jaar) en Jong-Hass (leeftijd 9 – 12 jaar). De oorspronkelijke naam, Hassemeigiem Besjieriem, blijft wel actief, vooral voor Groot-Hass. Door de splitsing zijn er voor Jong-Hass bestuursleden nodig. De nieuwe bestuursleden zijn: Jacob Soetendorp, Mozes Heiman Gans (de zoon van Isaäc Gans) en Jozeph Overste. Salomon van Gelder komt over van ‘het oude’ bestuur.

Bronnen:

Het Nieuw Isr. Weekblad / Archeifkaarten SAA / Beeldbank SAA / www.joodsamsterdam.nl