Verhaal

In Memoriam

Emma en Else Elise Salberg zijn dochters van Abraham Salberg en Henriette Salberg-Heymann. Naast deze twee meisjes telt het gezin nog tien kinderen. Alle kinderen worden in het Duitse Korbach geboren, twee kinderen sterven als baby en een als peuter. De moeder van de kinderen overlijdt in 1915 en de vader krap twee jaar later.

In Korbach heeft de vader van Emma en Else Elise een textielhandel, en is hij eigenaar van een privébank. Ook is hij eigenaar van een bedrijf dat onder andere handelt in cement en bouwmaterialen. Na het overlijden van hun ouders blijven de zussen in het ouderlijk huis wonen; het huis dat hun vader heeft gebouwd. Emma en Else Elise treden nooit in het huwelijk. In de archieven van Korbach zijn geen aanwijzingen gevonden dat de zussen werk hebben gehad. Het is aannemelijk dat hun ouders tot aan hun dood in het levensonderhoud van Emma en Else Elise hebben voorzien. Na het overlijden van hun ouders zullen ze waarschijnlijk van de erfenis hebben kunnen leven. Zus Antonie komt bij de twee zussen inwonen nadat ze weduwe is geworden. In de latere registratiekaarten van de Joodse Raad, voor de afdeling Apeldoorn, worden wel (tijdelijke) beroepen genoemd: Else Elise zou gedurende de Grote Oorlog als verpleegster in een Duits lazaret hebben gewerkt en Emma zou werkzaam zijn geweest op een treinstation.

Omdat de zussen geen 'typische Joodse voornamen’ hebben, moeten zij, op bevel van de nazi’s, vanaf januari 1939 een stigmatiserende persoonsnaam aan hun eigen voornaam toevoegen. De officiële naam van deze verordening luidt: ‘Zweite verordnung zur Durchführung des Gesetzes über die veränderung von Familiennamen und Vornamen’. Deze wet schrijft voor dat vanaf 1 januari 1939 alle Joden die Duits onderdaan zijn, maar geen 'typische Joodse voornaam' dragen een tweede persoonsnaam aan hun naam moeten toevoegen (deze wet gold dus ook voor Duitse Joden die op enig moment uit Duitsland waren gevlucht). De mannen worden verplicht ‘Israël' aan hun persoonsnaam toe te voegen en de vrouwen ‘Sara’. Op een lijst kunnen zij zien dat hun voornamen als ‘niet typisch Joods’ worden aangemerkt.

Emma, Else Elise en Antonie emigreren eind maart 1939 gezamenlijk naar Nederland en gaan wonen in Den Haag. Hier voegt zus Rosalie zich bij hen. Zij overlijdt op 29 december 1939; vijf weken later, op 3 februari 1940, sterft ook zus Antonie.

Als de oorlog in Nederland uitbreekt, is Emma 72 en Else Elise 63. De zussen verhuizen vanuit Den Haag naar Apeldoorn. 

Datum van Ernst is: 1941, maar w.s. al in najaar 1940 ivm kustgebied Joden-vrij maken.

Vanaf 13 februari 1941 wonen zij beiden op de Zwolseweg 29 (nu: Koninginnelaan) in Apeldoorn. Op 1 juli 1941 verhuizen zij naar de Meester van Hasseltlaan 21 (nu: 31). Na één maand vertrekken zij ook hier en nemen hun intrek in het pand in de Kerklaan op nummer 20. Het betreft de woning van Comprecht Nieweg (1908-1945), Selma Nieweg-Cohen (1913-1942) en hun zoontje Benjamin Comprecht Nieweg (1937-1942). 

Het gezin Nieweg verhuist na enkele weken, en de zussen Salberg gaan met hen mee. Het nieuwe adres is Koppellaan 6, in enkele gevallen specifiek genoemd als rusthuis en pension.

Hoewel er geen officiële registratiedatum bekend is waarop de zussen doorvoerkamp Westerbork zijn binnengebracht, zijn zij hoogstwaarschijnlijk in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 uit huis gehaald. Emma en Else Elise staan namelijk genoemd op de lijst met Apeldoornse Joden die in deze nacht uit hun huizen zijn gehaald.

Na ruim drie weken worden Emma en Else Elise opgeroepen zich klaar te maken voor transport. Op maandag 26 oktober 1942 vertrekt de trein, met als eindbestemming vernietigingskamp Auschwitz. Transport 31 telt 24 wagons en in totaal 841 vervolgden.

Bij aankomst op het overslagperron van Auschwitz vindt de selectieprocedure plaats. Bijna de helft van de gedeporteerden wordt geselecteerd voor dwangarbeid. De zussen worden door de SS-arts niet geschikt bevonden en worden naar de gaskamers gestuurd, waar hun leven wordt beëindigd.

Eén broer en één zus van Emma en Else Elise overleven de oorlog.

1 november 2022