Verhaal

Westerbork

Door: Kees

Georg Borchardt komt op 20 juni 1943 in kamp Westerbork aan vanaf het adres Jekerstraat 71 II in Amsterdam, waar hij werd ondergebracht in barak 55. Hij is officieel ingeschreven bij de gemeente Westerbork als inwoner, bij de huidige gemeente Midden-Drenthe is nog een persoonskaart. Georg Borchardt had een Sperr, een voorlopige vrijstelling van deportatie, op grond van zijn functie. Welke dat was, is helaas niet aangegeven op zijn registratiekaart van de Joodse Raad. Op 27 juni 1943 wordt vanuit het kamp een verzoek naar de Joodse Raad in Amsterdam gestuurd om na te gaan of Georg mogelijk op de Barneveldlijst kan worden geplaatst. Twee dagen later komt bericht terug dat hij als buitenlander niet veel kans heeft voor Barneveld. Op 4 juli 1943 dan het bericht dat ook plaatsing op de Palestinalijst niet mogelijk is – dan wordt gekeken of hij misschien op grond van zijn verdienste voor de duitse literatuur een Sperr zou kunnen krijgen. Overigens blijft men proberen om toch een Palestinacertificaat te verkrijgen, correspondentieadres is mevr. Professor Emilie Borchart in Zürich. Alle pogingen om uitstel van deportatie te verkrijgen mislukken: Georg Borchardt gaat op 16 november 1943 op transport naar Auschwitz, waar hij na aankomst wordt vermoord.

Zijn dochter Ursula Henriëtte Kalmann-Borchardt komt samen met haar zoontje Hendrik Peter Michael (geboren 13-3-1941 in Hilversum) én haar vader op 20 juni 1943 in kamp Westerbork aan. Zij was gescheiden, werkte voor de broodvoorziening en had daarom een Sperr. Moeder en zoon worden ondergebracht in barak 57. Beiden worden op 1 februari 1944 naar Bergen-Belsen gedeporteerd en op 10 juli 1944 uitgewisseld naar Palestina. Zo hebben beide de oorlog overleefd.

Bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork