Artikel

Werkkampen en 'evacuaties'

Niet alleen de anti-joodse maatregelen grepen in het leven van joden in. In 1942 moesten veel joden al huis en haard verlaten, nog voordat de deporaties waren begonnen. Vanaf januari 1942 werden joodse werklozen (die er inmiddels door alle maatregelen in grote getale waren) naar joodse werkkampen gestuurd. Daarnaast waren er evacuaties uit de kuststeden naar Amsterdam en werden alle niet-Nederlandse joden naar Westerbork afgevoerd.

Werkkampen

Vanaf januari 1942 moesten joodse mannen in werkkampen gaan werken. De Joodse Raad leverde de namen en adressen van de werklozen joden. Vanaf de zomer ging het niet alleen om werklozen, ook mensen met werk werden opgeroepen. Op 10 januari vertrokken bijna 1000 man naar deze kampen, juist in een periode dat het te koud was om grond te bewerken. De kampen bevonden zich vooral in het oosten van het land en de werkzaamheden varieerden van aardappels rooien tot wegen aanleggen. Voorafgaand werden de mannen gekeurd door artsen op de arbeidsbureaus. Dit waren joodse artsen en zij keurden veel mannen af, uit solidariteit of omdat de kandidaten medische verklaringen hadden gekocht. Daarom namen niet-joodse artsen de keuringen over. Zij keurden juist weer iedereen goed, ook zij die niet konden werken. Ongeveer 7500 man werkten tussen januari en oktober 1942 in de meer dan 40 werkkampen. Op 28 september 1942 bevonden zich 5242 mannen in de werkkampen.

Op 2 en 3 oktober 1942 werden de kampen allemaal in één keer leeggehaald en alle mannen naar Westerbork gebracht. Tegelijkertijd werden hun gezinnen van huis gehaald tijdens een grote razzia door Nederlandse en Duitse politie. Ook zij kwamen naar Westerbork. Deze gecoördineerde actie was door de Duitsers op touw gezet om in Westerbork een groot reservoir aan joden te hebben voor de deporaties. Die waren in juli begonnen en omdat de quota vanuit Berlijn maar met moeite gehaald werden liet men al deze mannen en hun gezinnen naar Westerbork brengen. Er kwamen daarmee meer dan 10.000 mensen naar Westerbork.

Zie ook www.joodsewerkkampen.nl

Evacuaties

In januari 1942 besloot de bezetter ook dat Nederlandse joden uit bepaalde steden moesten verhuizen naar Amsterdam. Begonnen werd met de 'evacuatie' van Zaandam, daarna volgden Arnhem, Hilversum en Utrecht Vervolgens waren een groot aantal plaatsen in Noord-Holland en Zeeland aan de beurt. In Amsterdam kwamen ze terecht in drie joodse gebieden die door de Duitsers als joodse wijken werden aangemerkt: de jodenbuurt in het centrum, de Transvaalbuurt in Oost en de Rivierenbuurt in Zuid.

Tegelijkertijd moesten Duitse joden uit bovenstaande plaatsen zich melden in kamp Westerbork. Toen Westerbork vol was kwamen Duitse, en later ook andere niet-Nederlandse joden, in Asterdorp terecht.

Joodse inwoners van de steden die geëvacueerd werden moesten hun huissleutel afgeven bij de politie, waarna de Hausraterfassungsstelle hun bezittingen kwam registeren. Dit was een onderafdeling van de in maart 1941 opgerichte Zentralstelle für Jüdische Auswanderung, een kantoor dat de bezetter in Amsterdam had geopend om de deportaties voor te bereiden en uit te voeren. De bezittingen werden vervolgens door de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg met medewerking van Nederlandse verhuisbedrijven als de firma Puls uit de huizen gehaald. De huisraad van 25.000 woningen werd naar Duitsland vervoerd, onder andere om uit te delen aan huishoudens die door bombardementen getroffen waren. Een deel van de huisraad werd in Nederland verkocht. De leegstaande huizen werden verhuurd aan Nederlanders. De aantrekkelijkste huizen werden betrokken door de Duitsers zelf en door Nederlandse nazi's.

Een laatste maatregel van gedwongen verplaatsing, toen de deportaties al lang begonnen waren, trof de bezetter begin 1943: joden die buiten Amsterdam woonden moesten zich melden bij Kamp Vught. Joodse arbeiders uit Amsterdam met een economische vrijstelling kwamen als eersten naar Vught, later, toen Rauter alle overgebleven joden uit de provincies had verbannen, kwamen ook joden uit de provincie naar Vught. Er waren fabrieken op het terrein van Vught, waardoor de indruk gewekt werd dat het hier om een werkkamp ging. Met deze actie was Nederland officieel Judenrein, in de terminologie van de bezetter. Joden bevonden zich op papier alleen nog in Amsterdam, Vught en Westerbork. Uiteindelijk zijn alle joodse gevangenen uit Vught via Westerbork (en sommigen rechtstreeks) naar het Oosten gedeporteerd.