Aanvulling

Salomon Cauveren, een van de eerste vijfendertig Joodse slachtoffers van de oorlog

Als we aan Joodse oorlogsslachtoffers denken, komen direct beelden naar boven van de holocaust. De eerste vijfendertig Joodse slachtoffers vielen echter al in de meidagen van 1940. Twaalf van hen zagen na de capitulatie geen andere mogelijkheid dan een vlucht in de dood. De andere kwamen door oorlogshandelingen in de dagen daarvoor om het leven. Een van hen was Salomon, de oudste zoon van Lena en Jonas Cauveren – de Haas.

Gezinssituatie
Op 1 januari 1899 werd in Haarlem Salomon Cauveren geboren. Hij was de oudste zoon van Jonas en Lena Cauveren – de Haas. Vader Jonas was afkomstig uit het Zuid-Hollandse Aarlanderveen (thans gemeente Alphen aan de Rijn) en moeder Lena was geboren en opgegroeid in het Overijsselse Ommen. Later volgde de geboorte van zusje Matta (27-01-1901) en broertje Alex (01-04-1907) Vader Jonas verdiende eerder zijn geld als huidenzouter, maar later begonnen zijn ouders een pension.

Salomon trouwde op 12 juni 1924 met de in Rotterdam geboren en getogen Wilhemina van Witsen. Het huwelijk vond ook plaats in de geboortestad van de bruid. Salomon was toen 25 jaar en zijn vrouw twee jaar ouder. Het bruidspaar ging wonen in Zeist, maar in juni 1940 verhuisde het gezin terug naar de geboortestad van Salomon en vestigden zich aan de Perseusstraat 17 in de Haarlemse planetenwijk. De woning was aan het begin van de jaren dertig gebouwd.

De oorlog dreigt
Met de dreiging van een oorlog werd op 29 augustus 1939 het gehele Nederlandse leger gemobiliseerd. Ook Salomon Cauveren en zijn broer Alex moesten zich melden om ons land te verdedigen tegen de vijand uit het oosten. Salomon was reserve eerste luitenant. Als commandant was hij verantwoordelijk voor de 1e sectie dat deel uitmaakte van de 34e regiment infanterie. Toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak was luitenant Salomon Cauveren gelegerd in Numansdorp, nabij het Hollands Diep. De troepen hadden als taak om de zuidelijke grens van de Vesting Holland te bewaken. Op 11 mei kregen de soldaten van infanterie-regiment 1-l-34 RI de opdracht om als kopgroep te dienen van het bataljon dat onder leiding stond van majoor Ravelli. In de omgeving van Dordrecht hadden Duitse soldaten zich ter hoogte van de Glazenstraat verschanst in verschillende woningen. De Duitsers konden vanuit hun mitrailleursnesten zien hoe depatrouille van Nederlandse soldaten zich op de Mijlweg begaf. Er was geen enkele begroeiing om achter te verschuilen. De Duitsers zagen hoe de Nederlandse patrouille de kruising met de Glazenstraat naderde. Toen zij binnen schootsafstand waren openden de Duitse parachutisten vanuit verschillende kanten het vuur. Tweeëntwintig soldaten werden slachtoffer van deze hinderlaag. Ook luitenant Salomon Cauveren raakte dodelijk gewond. In eerste instantie werden Salomon Cauveren en de andere slachtoffers begraven in een massagraf vlak bij de plek waar zij het leven lieten. Op 27 mei 1940 werd hij echter herbegraven en vond hij zijn laatste rustplaats op de Joodse begraafplaats in Haarlem. (Israëlitische Begraafplaats Haarlemmerliede – rij 23 graf 6)

Salomon Cauveren werd 41 jaar en liet zijn vrouw Wilhelmina en een kind achter. Zijn vrouw kwam in 1944 om in het vernietigingskamp Auschwitz. Hun kind wist de oorlog te overleven.

Alle rechten voorbehouden