Herman (Heiman) Philip Polak was accountant en lid van de vrijmetselaarsloge De Oude Plichten in Den Haag. Hij werd geboren in Hoorn en was gehuwd met Eva Reens (Hoorn, 25 april 1897). Het echtpaar woonde aan de Frankenslag 315 in Scheveningen en kreeg twee kinderen: Philip Maurits Herman (Den Haag, 25 september 1926) en Flora Jacoba (Den Haag, 20 juli 1932).
Eind september 1942 werd het gezin in Scheveningen gearresteerd, vermoedelijk nadat zij aanvankelijk hadden geweigerd gehoor te geven aan een oproep tot deportatie. Op 30 september 1942 arriveerden zij in kamp Westerbork, en op 2 oktober volgde transport naar Auschwitz.
De trein stopte op 3 oktober 1942 bij station Cosel, waar Herman en zijn zoon Philip met geweld uit de trein werden gehaald en naar Durchgangslager Gogolin werden gebracht. Op 10 oktober 1942 werden zij door de dwangarbeider-opzichter Hau(n) Schild geselecteerd voor tewerkstelling bij de Duitse Reichsbahn in een van de beruchtste Schmelt-kampen, Schöppinitz. Beide kwamen daar om het leven, vermoedelijk in de loop van 1943, maar in elk geval vóór 30 juli van dat jaar.
Zijn echtgenote Eva Polak-Reens en dochter Flora Jacoba werden vanuit Cosel verder naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd, waar zij op 4 oktober 1942 bij aankomst werden vermoord.
Ter nagedachtenis aan Herman Philip Polak werd een struikelsteen geplaatst bij zijn voormalige woonadres aan de Frankenslag in Den Haag.
Bron: Stichting Zikaron