De familie Hes-Honij
Joseph Hes (Amsterdam 1879 - Sobibor 1943)
Jette Hes-Honij (Laasphe 1875 - Sobibor 1943)
Joseph Hes, zijn vrouw Jette Honij en hun drie kinderen Sally (1908), Bertha (1910) en Clara (1919), komen in 1926 naar Borne. Joseph wordt er Joods voorganger en godsdienstleraar, maar hij zit er ook in het bestuur van de Openbare School. Elke week gaat hij ritueel slachten bij de slagerij van Isaac Lievendag, de enige koosjer slagerij in Borne. Ook in Delden geeft hij godsdienstles en is hij ritueel slachter.
Joseph Hes
Joseph Hes, getekend door Ralph Prins
Na de machtsovername van Hitler in Duitsland zet voorganger Hes zich in voor de Duits-Joodse vluchtelingen. Op een gegeven moment mogen de Joden na acht uur ’s avonds niet meer naar buiten, maar mag ook niemand hén bezoeken. Toch kwam een buurvrouw, bewoonster van het Bussemakershuis en zelf van Duitse afkomst, elke avond even stiekem achterom om te kijken of alles in orde was.
Bertha, de oudste dochter van Joseph en Jette, vertrekt in 1928 op 18 jarige leeftijd naar Apeldoorn, ze wordt verpleegkundige en trouwt met Herman Lopes Dias. Beiden worden in Sobibor vergast.
Zoon Sally vertrekt in maart 1938 naar Harlingen en wordt er godsdienstleraar. Hij trouwt met Anna Rosa van Gelder uit Borne en ze krijgen een dochtertje: Mathilde. Alle drie worden ze naar Auschwitz gedeporteerd, waar Anna en Mathilde direct bij aankomst worden gedood. Sally wordt voor werk geselecteerd en bezwijkt aan een niet behandelde infectieziekte.
Trouwfoto Sally Hes en Anna Rosa van Gelder
De trouwfoto van Sally en Anna Rosa van Gelder, met links Clara en rechts Bertha Hes en Jaap van Gelder
Alleen de jongste dochter Clara woont nog thuis als de oorlog begint. Ze duikt onder en overleeft via verschillende onderduikadressen. Ze zit onder meer ondergedoken bij een familie in Vught, die gestapo-spionnen blijken te zijn en kan er ternauwernood ontsnappen. Bij een razzia op een ander adres weet ze ook net op tijd weg te komen. Op weer een ander moment zit ze tijdens een razzia in een gat onder de vloer: er worden planken en daarna een vloerkleed overheen gelegd en er wordt nog een bank op gezet. Het moeten letterlijk en figuurlijk zeer benauwde tijden zijn geweest.
Het echtpaar Hes krijgt ook verschillende onderduikadressen aangeboden, maar hoopt op Gods bescherming. Ze moeten in april 1943 verhuizen naar een Joods getto in Amsterdam. De persoonskaart van de Joodse Raad vermeldt voor Joseph, die een sperr heeft vanwege zijn functie: ‘flink voorkomen, goed adm. onderlegd, alg. ontwikkeld, kantoorroutine, machineschrijven, perf. Duits’. Hij krijgt bij de Raad een aanstelling als kassier bij de afdeling Vrijwillige Bijdrage, een functie die hij slechts twee weken kan vervullen, want hij wordt naar Westerbork gedeporteerd. Daar wacht hem en Jette de trein naar Sobibor en de gaskamer.
In zijn interviews in de tachtiger jaren stelde Jaap Grootenboer een specifieke vraag over herinneringen aan de Joodse leraren in Borne:
|
Herinneringen van Joodse inwoners: Hes was een vakman. Hij had een enorme stem. Had ook veel tact. Een redenaar en de vertrouwensman van velen. Hij was een geleerde man. Hij had een grote moestuin. Hij was echt een dorpschazzen. Hij had ook de loofhut achter het huis. De hele kehilla dronk daar dan koffie. Hij was erg zuinig… Joodse kinderen hebben een gotspe: ze zijn brutaal. Vaak is ondervraagde door chazzen Hes uit de klas geramd. Toch leerde hij er Joods lezen, vertalen, de lofzeggingen en de feestdagen en zo meer. Hes was een goede leraar, maar werd door de jongens veel gepest. Je kom je namelijk veel permitteren bij een godsdienstleraar, meer dan bij een gewone leraar. Herinneringen van niet-Joodse inwoners: Hes was een echte heer, dat kon je zien. Je kon ook zien, dat hij een Jood was. De Jodenmeester was een heel brave man… Hij was een strenge orthodoxe Jood… Hes, de Jodenmeester. Een stille en statige man. Een nette verschijning… Een lange, rechte, slanke man… Hes was een geziene en sympathieke figuur… Ik ben naar de trein geweest toen de Joden werden weggevoerd. Hes was erbij, om afscheid te nemen. Hun sjabbesgoi vertelt: Ik kreeg een stuk boterkoek. Zo lekker! Zo verschrikkelijk lekker!! Het was in huis een Joods gezin, ze zonderden zich ook wat af. Ze betraden nooit een niet-Joods huis, uitnodigingen werden altijd afgeslagen, ook door de kinderen. Hij vertelt ook dat twee broers van ‘die lieve mevrouw Hes’ in de eerste wereldoorlog in België gesneuveld waren. Bron: Interviews Jaap Grootenboer. |