De familie Zilversmit-van Gelder

Verhaal -

De familie Zilversmit-van Gelder

 

Samuel Zilversmit (Warsingsfehn 1887 – Sobibor 1943)

Mina Zilversmit-van Gelder (Beilen 1895 – Sobibor 1943)

  • Zelma Bertie Zilversmit (Borne 1929 – Sobibor 1943)

 

Samuel of Sam woont met zijn vrouw Mina van Gelder aan de Abraham ten Catestraat (nu nummer 21) in Borne. Ze hebben achter het huis een koestal, want Sam handelt in vee en is slager. Hij is een roemruchte handelaar en veel mensen herinneren zich hem na de oorlog. In 1929 wordt hun dochter Zelma geboren.

Zelma Zilversmit

Zelma Zilversmit

 Zelma

Als de oorlog begint hebben ze nog familie in Borne: Izak, de vader van Sam, en Sams schoonzus Sofie met haar zoon Iwan.

Persoonsbewijs Samuel Isaac Zilversmit

Persoonsbewijs Samuel Isaac Zilversmit

In de oorlog weet de familie onder te duiken en worden ze door de politie gezocht. Ze zijn naar Weerselo gevlucht, naar de familie Juninck. De boerderij van de Junicks is een centrum van illegale activiteiten. De Zilversmits verblijven er – samen met een Bornse familie Lievendag – in een kippenschuur. Er volgt verraad, volgens de verhalen omdat Sam te ongedurig was en geregeld buiten liep.

In 1943 wordt de familie Zilversmit vanuit Westerbork naar Sobibor vervoerd en vergast bij aankomst, Zelma is dan 13 jaar oud.

In de tachtiger jaren hield Jaap Grootenboer interviews, waarin hij mensen vroeg naar hun herinneringen aan de Joodse Gemeenschap voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Buurtbewoners herinneren zich:

Sam Zilversmit was een specifieke veekoopman… Sem was handelaar. Als een ander ’s morgens de ogen open deed, had Sem de kost al verdiend… Isaac Spanjaard [fabrieksdirecteur] had veel antiek in huis via Sem, een gehaaid koopman… Sem kwam elke dag [in het buurtcafé]. Hij had een dochter: Zelma. Van Sem kregen we een gulden in de spaarpot voor een kerstkribbe. Die gulden was prachtig, want we leerden immers dat de Joden ons Heer hadden vermoord! We hadden een café en Sem was een huisvriend. Hij kwam altijd, totdat we geen Joden meer mochten ontvangen in onze zaak. Sem duikt onder op een overtuigend goed adres. Hij gaf ons het geld in bewaring. Dat hebben we naar Jozef-van-de-Knuif [directeur van een bank] gebracht. Sem hebben we niet meer gesproken. Op 22 mei 1943 is hij opgepakt in Saasveld. Hun dochter Zelma was een heel knap kind, stapelgek waren ze met haar. Het spijt me nog dat we Zelma niet in huis genomen hebben.

 

Copyrights: Attribution Non-commercial Share Alike