Het onderduikverhaal van Alexander Noach

Verhaal -

Alexander en zijn vader 

Copyrights: Attribution Non-commercial Share Alike

Hoe Sander uit Zutphen Keesje uit Voorburg werd

Bram en Eva Noach-Zilverberg  zijn dolgelukkig als een jaar na hun huwelijk hun eerste kind, zoon Alexander (Sander) Noach wordt geboren. Vele felicitaties en gelukwensen volgen. Helaas heeft Sander geen geluk. Hij heeft de pech geboren te worden als Joods jongetje op 26 oktober 1939 in Zutphen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust waarbij bijna driekwart van alle Nederlandse Joden zijn vermoord.

Het naderende gevaar

Bram zag het gevaar. Zijn jongste broer Eduard is al op 31 oktober 1941 in Mauthausen vermoord. En Anny, een zus van Eva, duikt op 4 november 1942 onder in Amsterdam maar wordt na 3 dagen opgepakt. Op 28 november 1942 is zij vermoord in Auschwitz. Wanneer Bram en Eva precies het besluit nemen onder te duiken is niet bekend maar dat zal eind 1942 of begin 1943 zijn geweest.

Naar de familie Van den Abeele in Voorburg

Omdat onderduiken met een klein kind te gevaarlijk is, moeten Bram en Eva het hartverscheurende besluit nemen hun zoon mee te geven aan Alie en Piet van Weert uit Haarlem. Een moedig stel dat onderduikadressen voor Joodse kinderen regelt. Sander wordt eerst ondergebracht bij de zus van Alie van Weert in Haarlem. Op 4 april 1943 wordt Sander naar Voorburg gebracht, naar Jan Willem en Ina van den Abeele-Zalm. Ze vangen het 3-jarige jongetje liefdevol op onder de naam Keesje van den Abeele.

Het leven van Keesje van den Abeele

Ze houden Keesje niet verborgen integendeel, ze leiden een normaal leven als gezin. Zo gaan ze in augustus 1944 op vakantie (zie foto rechts), heeft Keesje vriendjes en vieren ze zijn verjaardag met een kinderfeestje. Keesje woont met de familie Van den Abeele aan de Van der Palmstraat 62 in Voorburg. In diezelfde straat, op nummer 61, wordt in mei 1943 de Joodse familie Levie (Juda, Mietje en Fritz) weggevoerd en vermoord in Sobibor. En dat terwijl de Joodse Sander Noach, onder zijn schuilnaam Keesje van den Abeele, open en bloot bij de familie Van den Abeele verblijft. Zij moeten wel stalen zenuwen hebben gehad. Er is ook regelmatig briefcontact met Eva en Bram, de ondergedoken ouders van Sander. De familie Van den Abeele schrijft heel liefdevol over Sander en het leven dat hij als Keesje bij hen heeft.  

Sander wordt slechts 5 jaar oud

Op 27 mei 1945 stuurt Jan Willem van den Abeele Bram en Eva het trieste bericht dat hun zoon Sander, slechts 5 jaar oud, op 6 januari 1945 is overleden. ‘Op oudejaarsochtend viel het ons op dat we hem niet als gewoonlijk vroeg in zijn bedje hoorden spelen en praten. Toen mijn vrouw ging  om hem uit bed te halen en mij geroepen had, zag ik hem bewusteloos liggen, terwijl hij zachtjes kreunde’. Keesje wordt ingepakt in dekens en in een geleende grote kinderwagen naar het Sint Antoniushoeve gebracht. Helaas overlijdt Keesje in de ochtend van 6 januari 1945, waarschijnlijk aan leverfalen. Op 9 januari 1945 wordt hij onder de naam Keesje van den Abeele, begraven op de Openbare Begraafplaats aan de Parkweg in Voorbrug. Door de oorlog is het niet mogelijk hem onder zijn echte naam te begraven, dat zou het doodsvonnis beteken voor de familie Van den Abeele.

De vreselijke boodschap na de oorlog

Jan Willem van den Abeele schrijft in de brief aan Eva en Bram van 27 mei 1945: ‘Het spijt mij nog niet in de gelegenheid te zijn deze boodschap mondeling over te brengen. Wij hebben zelf ervaren hoe vreselijk zij is. Veel troost kunnen wijzelf niet vinden alleen dat hij tot het laatst een gelukkig bestaan heeft gehad. Maar het verdriet is er niet minder om. Ik wens u veel sterkte, deze zware slag te kunnen dragen. De mogelijkheid bestaat dat u in andere kinderen troost zult vinden voor het feit dat ditmaal een wat een grote belofte scheen, niet vervuld is mogen worden.’ Uit voorzorg sturen ze de brief naar de burgemeester van Zutphen met de vraag deze aan de ouders van Sander te overhandigen. Uit angst dat Bram en Eva zichzelf wat aan doen omdat zij de oorlog wel hebben overleefd maar hun geliefde zoontje niet.

Het graf van Keesje in Voorburg

Na de oorlog krijgen Bram en Eva gelukkig nog drie zoons. In de jaren na de oorlog bezoeken Bram en zijn zoons, Eddie, Ronnie en Hans, nog wel eens de begraafplaats in Voorburg. Wie Keesje van den Abeele precies is, weten ze op dat moment niet. Pas veel later begrijpen ze dat dit het graf van hun oudste broer Sander is. Ook de gemeente Voorburg weet niet dat het hier om een graf van een Joods kind gaat. Op het moment dat de graven van de Oude Algemene Begraafplaats worden geruimd, verdwijnt ook het graf van Keesje. Pijnlijk, want voor Joden geldt dat zij eeuwigdurende grafrust kennen.

Plaatsen van een gedenksteen

Jaren later neemt Ronnie via het NIK (Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap) contact op met oud-burgemeester Michiel van Haersma Buma. Na overleg met de gemeente Leidschendam-Voorburg wordt een grafzerk geplaatst ter nagedachtenis aan Alexander (Sander) Noach. Ronnie is de gemeente dankbaar dat zij een vergunning verstrekken voor het plaatsen van de steen en een plechtigheid organiseren. De plechtige onthulling van de grafsteen wordt bijgewoond door burgemeester Jules Bijl, wethouder Marcel Belt, de opperrabbijn Binyomin Jacobs en de Haagse rabbijn Shmuel Katzman in aanwezigheid van familie en genodigden.

Sander symbolisch herenigt met zijn moeder

Op 16 augustus 2022 plaatst de familie ook een kleine steen op het graf van Eva Noach-Zilverberg op de Joodse Begraafplaats in Zutphen. Zo wordt Sander symbolisch weer thuisgebracht en herenigd met zijn moeder. Met de families  Van den Abeele en Van Weert hebben Bram en Eva hun hele leven contact gehouden. Bram en Eva leggen op 22 februari 1944 zelfs schriftelijk vast dat zolang er sprake is van de Duitse bezetting of als zij de oorlog niet overleven, ze willen dat Sander bij de familie Van den Abeele blijft. Ze vragen hen Sander als hun eigen kind op te voeden. Onder andere Piet van Weert ondertekent dit emotionele verzoek als getuige.

Blijvende herinnering aan Alexander (Sander) Noach

De Vereniging Mooi Voorburg heeft de gedenksteen opgenomen in een folder over de Algemene Begraafplaats aan de Parkweg. De steen vormt daarmee de blijvende herinnering aan het droevige lot dat een klein jongetje trof. Weggehaald bij zijn ouders met als doel de oorlog te overleven. Helaas zou hij het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meer meemaken en zijn ouders nooit meer zien. Het verdriet om het verlies van hun zoontje hebben Eva en Bram hun hele leven met zich meegedragen.

In de Talmoed staat ‘een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd’. Met het plaatsen van deze grafsteen in Voorburg en de steen op zijn moeders graf blijft de naam van Alexander Noach bestaan. Opdat wij nooit vergeten.

Auteur: Nathalie Noach

Redactie: Ronnie Noach en Daniëlle Noach

Zutphen, 9 juli 2024

Opgenomen in het boek: 'Het lot van de joden in Voorburg en Leidschendam in de Tweede Wereldoorlog' uit 2025. 

 

Copyrights: Attribution Non-commercial Share Alike