Addition

In Memoriam I

Mozes Simon Poppers wordt geboren in 1859, als zoon uit het huwelijk van koopman en winkelier Simon Meijer Poppers en Beth Poppers-de Haas. Naast Mozes Simon krijgt dit echtpaar nog twee kinderen, een zoon die de naam Meijer krijgt en een dochter Saartje. Meijer overlijdt in 1937 en Saartje wordt in 1943 in Sobibor vermoord.

Mozes Simon is elf wanneer zijn vader in 1871 overlijdt. Zijn moeder hertrouwt krap een jaar later met koopman Alexander van Gelder. Samen krijgt dit echtpaar drie zonen: Abraham Alexander, Leizer Levie en Salomon. Van deze drie halfbroers overleeft alleen Leizer de oorlog, in 1957 overlijdt hij. De moeder van Mozes Simon overlijdt in 1894.

Het militieregister waarin Mozes Simon genoemd wordt, maakt duidelijk dat hij 1 meter 62 lang is en vrijstelling krijgt vanwege ‘broederdienst’. Op dat moment is hij werkzaam als koopman.

Mozes Simon treedt op 3 november 1882 in het huwelijk met Sophia de Winter. Het huwelijk wordt gesloten in Winterswijk. De echtelieden zijn dan respectievelijk 23 en 25 jaar oud. De stiefvader van Mozes Simon is door hen gevraagd om als getuige bij het huwelijk aanwezig te zijn.

Het echtpaar blijft in Winterswijk wonen, alwaar ze zes kinderen krijgen: Samuel Mozes (1884), Louis (1886), Salli (1889), Herman (1891), Ascher Mozes (1892) en Betje (1897). In de jaren dat de kinderen geboren worden, wordt Mozes Simon onderdeel van de plaatselijke schutterij. Deze burgerwacht zorgt voor de plaatselijke ordehandhaving in geval van bijvoorbeeld brand of rellen. Mozes Simon wordt genoemd als reservist en als vast onderdeel van de manschappen, in welke volgorde is niet met zekerheid te reconstrueren. Wel wordt hij in 1886 bevorderd tot sergeant van de 5e compagnie van het 7e bataljon, onderdeel van de 2e Afdeling Schutterij in Winterswijk.

In januari 1903 verhuist het echtpaar met vijf van hun kinderen naar Apeldoorn. Tweede zoon Louis woont op dat moment in Duitsland en voegt zich enkele weken later bij hen. Het gezin gaat wonen in de Molenstraat, in het pand op nummer 401.

In januari 1903 wordt oudste zoon Samuel Mozes genoemd in de Nederlandsche Staatscourant. De kantonrechter verleent hem handlichting, op deze manier kan hij als minderjarige zelf zijn zakelijke belangen behartigen zonder telkens zijn ouders om toestemming te hoeven vragen. Ook wordt Samuel Mozes genoemd in de militieregisters van Winterswijk. Hij is 1 meter 64 lang. In 1903 wordt Samuel Mozes geschikt geacht om dienst te nemen, maar pas in maart 1905 wordt hij daadwerkelijk ingelijfd. Hij wordt ingedeeld bij het 8e Regiment Infanterie in Arnhem. Later wordt hij ontslagen vanwege ‘zielsgebreken’.

Op het woonadres in de Molenstraat wordt een winkel geopend. Samuel Mozes wordt in de krantenadvertenties voor zijn manufacturenwinkel bij zijn initialen genoemd. Het bevolkingsregister van Apeldoorn noemt hem als eigenaar van een manufacturenwinkel. In het adresboek van Apeldoorn staat zijn vader steevast als hoofdbewoner genoemd en wordt hij als koopman c.q. koopman in manufacturen aangeduid. In het bevolkingsregister staat zijn vader ook genoemd als koopman. In onderstaande reconstructie wordt ervan uitgegaan dat Samuel Mozes de dagelijkse leiding heeft, en dat zijn vader, Mozes Simon, hem ondersteunt.

Samuel Mozes staat in zijn nieuwe woonplaats op vaste dagen op de markt. In 1904 en 1905 staat hij bijvoorbeeld op maandagen op de markt. Hij verkoopt hier onder meer japonstoffen en vitrages uit opgekochte inboedels van failliete winkels. Naar eigen zeggen worden de artikelen tegen spotprijzen van de hand gedaan; zo verkoopt Samuel Mozes duizend lappen voor de helft van de prijs. Het bedrijf heeft een grote voorraad, bijvoorbeeld 10 duizend el (één el is doorgaans circa 70 centimeter) satijnen stof en 5 duizend el japonstoffen.

Samuel Mozes woont van december 1907 tot februari 1908 in Ede, waar hij staat genoemd als slager. Opvallend, omdat hij de naamdrager is van de winkel in Apeldoorn. De reden van zijn verblijf in Ede is onbekend gebleven, het betreft de enige gevonden vermelding op zijn naam van het beroep als slager. Hij keert hierna terug naar het adres van zijn ouders.

In 1909 viert Mozes Simon zijn vijftigste verjaardag. Voor zijn vrouw en kinderen reden om een felicitatie te plaatsen in de krant. Op de dag zelf is er van 12 tot 15 uur een receptie bij het gezin thuis. 

Het gezin verhuist naar de Asselsestraat, en betrekt het pand met nummer 490 II. In een van de advertenties uit 1911 kondigt Samuel Mozes een grote opruiming aan: alle manufacturen en modeartikelen moeten over de toonbank. Wie voor één gulden iets koopt, krijgt een zijden das cadeau. In de laatste regel van de advertentie wordt iets opvallends te koop aangeboden, namelijk een hondje. Deze advertentie kondigt ook een verandering aan, wat precies wordt duidelijk in latere edities van de krant: de zaak wordt een verkooppunt van ongeregelde goederen (dit zijn goederen van uiteenlopende aard komende vanuit restantenopruiming van bijvoorbeeld magazijnen).

In februari 1913 gaat de zaak van Samuel Mozes failliet; er wordt een deurwaarder ingeschakeld om de winkelvoorraad aan de man te brengen. Een opsomming van datgene wat er door de deurwaarder verkocht wordt, geeft een beeld van het winkelaanbod: petten, hoeden, overjassen, mantels, gloeikousjes, behangselpapier, en meer. Maar ook twee fietsen en een winterkachel worden te koop aangeboden. In het adresboek van 1913-1914 staat het gezin genoemd op de Schoolstraat, in het huis op nummer 7.

Samuel Mozes’ vader, Mozes Simon, is volgens het adresboek van Apeldoorn nog steeds werkzaam; hij wordt tussen 1910 en 1916 steevast manufacturier genoemd. Of Samuel Mozes na zijn faillissement weer aan het werk is gegaan is onbekend, het adresboek van Apeldoorn noemt alleen de hoofdbewoner en diens beroep, in dit geval zijn vader. Het bevolkingsregister biedt geen overzicht van wanneer iemand wel of geen werk heeft gehad. Jaren later staat Samuel Mozes in het bevolkingsregister toch weer genoemd als koopman, het betreft een notitie op een nieuwe bladzijde vanwege een verhuizing naar een nieuw adres binnen Apeldoorn.

Zoon Salli, (ook) koopman in ongeregelde goederen, verlaat in april 1913 het gezin en gaat in Amsterdam wonen. Zijn broer Herman, eveneens koopman van beroep, trekt in januari 1914 bij zijn broer in Amsterdam in. Een jaar later treedt zoon Louis in het huwelijk en verlaat ook hij het ouderlijk huis. 

Het echtpaar vormt dan nog met drie van hun kinderen één huishouden (Samuel Mozes, Ascher Mozes en Betje). Tussen 1913 en 1916 verhuist het gezin naar de Koninginneweg (‘bij de Hofstraat’ - niet te verwarren met de latere Koninginnelaan), in het pand op nummer 11. Zoon Ascher Mozes overlijdt in april 1917, hij is dan 24 jaar oud.

Mozes Simon opent een winkel in de Hoofdstraat in het pand met nummer 85. Het is niet te achterhalen wanneer hij deze zaak begonnen is. Wel wordt in een latere vermelding in het register van de Kamer van Koophandel genoemd dat hij ‘sedert 1915’ winkelier is. Hoewel hij in augustus 1922 een verbouwing van de winkel in de Hoofdstraat aankondigt, wordt enkele maanden later zijn woonadres, de Koninginneweg, ook zijn zakelijke adres.

Eveneens in 1922 viert het echtpaar Poppers hun veertigjarig huwelijksjubileum. De kasboeken van de aan de Nederlandse Israëlitische Gemeente verbonden vrouwenvereniging maken duidelijk dat het gezin Poppers financieel en/of in natura wordt ondersteund (in ieder geval in 1927 en 1928).

Op zaterdagavond 14 februari 1925 opent Mozes Simon een nieuwe winkel, het betreft een pand aan de Stationsstraat op de hoek met de Kanaalstraat. Mozes Simon zoekt nog wel een etaleur. De dag voor de opening staat er een grote advertentie in de krant. Op een andere pagina staat een bijdrage van een verslaggever van de Nieuwe Apeldoornsche Courant: Het stoffenhuis. In het perceel Stationsstraat 51 wordt door de firma M. S. Poppers, blijkens een annonce in ons blad, morgenavond 'n nieuwe zaak geopend, die, zooals de naam reeds aanduidt, zich in hoofdzaak toelegt op den verkoop van allerlei stoffen in alle denkbare kwaliteiten, doch tevens aan die zaak ook verbonden heeft een afdeeling manufacturen, gemaakte goederen (lingerie), lint, garen en band, dekens, vitrages, en alles, wat in een goed geoutilleerde manufacturenzaak thuis behoort. De beide etalages, zoowel die, waarin de witte goederen keurig zijn gerangschikt, als die, waarin de fluwelen en zijden stoffen. Alsmede de nieuwste voorjaarsstoffen zijn geëxposeerd, getuigen, dat vakkennis daarbij voorgezeten heeft. Ook heeft de nieuwe zaak een uitgebreide collectie landhuis stoffen en aardige sarongs.

Daags na de opening loopt er een zogenoemde steltenloper door de straten van Apeldoorn; een levend reclamebord, ingehuurd om het net geopende ‘Stoffenhuis’ onder de aandacht te brengen van het winkelend en passerend publiek. De steltenloper walst, rent en stept en deelt ondertussen reclamemateriaal uit. De verslaggever van de Nieuwe Apeldoornsche Courant maakt duidelijk dat een levend reclamebord op stelten niet uniek is, maar voor het dorp is het wel een uniek gebeuren. De jeugd volgt de artiest enthousiast.

In de tweede helft van de jaren twintig verkoopt Mozes Simon onder meer dames- en herensokken voor respectievelijk 18 en 16 cent. Ook zijn er coupons te koop, vanaf 5 cent. Coupons zijn reststukken stof, overgebleven van grote, verknipte lappen. In de winkel worden verder wollen en zijden sjaals, dames- en kindervestjes, fluweel en wel vijftig soorten vitrage verkocht. Het is goed denkbaar dat zoon Samuel Mozes ook in de winkel werkt, al wordt hij in 1929 niet genoemd als Mozes Simon uit het bedrijf stapt en zijn dochter de zaak overneemt. In deze periode wordt in de krantenadvertenties het woord ‘firma’ aan de naam van het bedrijf toegevoegd: ‘Firma M.S. Poppers’. Het is onbekend wie er naast Mozes Simon deel uitmaakt (of uitmaken) van de firma.

Afdeling ‘Naam & Gezicht’ van het herinneringscentrum Kamp Westerbork, CODA Archief Apeldoorn, Digitaal Joods Monument, Erica adresboek van Apeldoorn, het Gelders Archief, ITS Archiv Bad Arolsen (International Tracing Service), het boek ‘In Memoriam’ door Guus Luijters, Yad Vashem, het Nationaal Archief en Delpher (gedigitaliseerde Nederlandse historische kranten).

20 februari 2022