Addition

De familie van Paul de Groot

De verjaardagsbeker.

By: Bernard

Neef en nichtjes.

 

Paul de Groot, Jeannette Kan en Eva de Groot.

 

Foto is op 28 juni 1939 genomen.

Toen op 11 februari 2012 een groot artikel in Dagblad de Gelderlanden verscheen over het zojuist verschenen boek ‘In Memoriam’, over de gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945, geschreven door Guus Luijters, besloot ik het te kopen. Hoewel ik vind dat iedereen dat boek zou moeten lezen had ik ook een persoonlijke reden daarvoor.
Om die reden duidelijk te maken moet ik u een nogal gevoelig verhaal vertellen.

Toen de oorlog uitbrak was ik nog net geen 10 jaar, geboren in 18-5-1930, en de jongste van 3 kinderen van een gereformeerd gezin in Zwolle. In Groningen woonde destijds het gezin van de jongste zuster van mijn moeder, eveneens met 3 kinderen. De oudste 2 daarvan waren bevriend met de 2 kinderen van joodse kennissen van mijn oom en tante, die even verderop woonden. Die kinderen heetten Paul en Eva de Groot. Ik heb ze nooit gezien maar kenden alleen hun namen.

Op een kwade dag werd ook dat gezin uit huis gehaald en op transport gesteld. Op één of andere manier (ik kan helaas aan niemand meer vragen hoe alles in zijn werk ging), was mijn tante daarvan getuige, en heeft mevrouw de Groot kans gezien snel iets aan mijn tante mee te geven: een ring met briljanten en een zilveren kinderbeker met een monogram erop. Daarbij heeft ze nog kunnen zeggen: “Bewaar dit voor ons. Als we niet terugkomen is de ring voor jou. Draag hem maar.” De oorlog ging eindelijk voorbij, maar de familie de Groot kwam niet terug. Gewoon vermoord dus, al wist toendertijd nog niemand hoe onvoorstelbaar verschrikkelijk dat alles geweest moet zijn. Zo verschrikkelijk dat het alle verstand te boven gaat. Oom en tante hadden verdriet over hun vrienden en Paultje en Eva. Het bekertje was intussen aan mijn moeder meegegeven, omdat oom en tante bang waren dat de Duitsers het zouden vinden bij een razzia. Het monogram P.d.G kon immers niet uit hun eigen familie komen? De link naar de Groot kon makkelijk gelegd worden, ze waren immers praktisch buren? Zwolle was ver weg en mijn moeder kocht wel eens wat dingetjes op een of andere veiling.

Van het volgende weet ik behalve een paar vaststaande feiten niet echt veel. Zo weet ik noch namen, noch data, noch adressen of andere details. Ik was een kinderlijk, gevoelig kind, zeer beschermend opgevoed en ook nog eens de jongste thuis. Daarom werden in mijn bijzijn nooit echt moeilijke gesprekken gevoerd, derhalve was ik nog een echt kind, ondanks mijn inmiddels 15 jaar. Dat wat ik weet, is dat er op enig moment een paar mensen bij oom en tante aan de deur kwamen die zeiden familie te zijn van de familie de Groot. Dat is ongetwijfeld waar geweest. Ze kwamen de ring opeisen die tante overhandigd had gekregen op die fatale dag, maar stelden zich daarbij nogal agressief en vijandig op! Tante vertelde wat mevrouw de Groot gezegd had toen ze de ring aan haar gaf. Dat werd niet geloofd en dat kan ik me voorstellen! Of het bekertje toen ook ter sprake is gekomen weet ik niet, daar heb ik nooit iets over gehoord.

Wel weet ik, dat het tot een pijnlijke zaak kwam en uiteindelijk voor de (kanton-?) rechter. Tante was volledig ter goeder trouw, maar had uiteraard niets zwart op wit en kon dus niets bewijzen. Toen werd ze geloofd door de rechter (oom en tante stonden bekend als integere mensen) en de ring is uiteindelijk aan tante toegewezen. (Zou in deze tijd niet makkelijk meer gebeuren denk ik). Maar toen de rechter vroeg of ze nog meer dingen in bewaring hadden gekregen is tante de fout ingegaan en heeft “nee” gezegd. Waarom ???
Was ze het bekertje vergeten dat al jaren bij haar zuster in Zwolle in de kast stond? Was ze bang dat de rechter haar verhaal over de ring dan ook niet geloven zou? Want ze had dan toch in ieder geval kunnen zorgen dat die familie het bekertje kreeg? Ik zou het nooit weten.

Die beker is nooit terug gegaan naar mijn oom en tante, het bleef in Zwolle. Geen idee waarom. Af en toe werd het uit de kast gehaald en zette mijn moeder het op haar theetafel met wat bloemetjes erin. Ik weet niet wat ze daar altijd bij gedacht heeft. Als ik er naar keek schrijnde er iets in mij. Maar ik heb nooit iets gevraagd, dat durfde ik niet om een of andere reden.

Inmiddels ben ik 81 jaar, maar nog altijd zit er in mijn hart een pijnlijk plek en een plaatsvervangend gevoel van schuld, schaamte en verdriet nu alle omgebrachte joden, die zelfs door mijn eigen familie verloochend zijn door deze foute handelwijze en kan ik niet begrijpen dat ze die fout nooit hebben hersteld.
Dan denk ik vooral aan Paul de Groot, wiens kinderbekertje met zijn initialen na het overlijden van mijn vader in 1988 vervolgens in mijn huis terecht kwam, diep in het kabinet weggeborgen, omdat ik vond dat het niet in mijn vitrinekast hoorde.

Zo’n 18 jaar of nog langer geleden heb ik 3 serieuze pogingen gedaan om familieleden van de familie de Groot op te sporen, met het doel ze dat bekertje terug te geven. Vergeefs. Het 'Jewish Documentation Center' kon me ook niet helpen omdat het bevolkingsregister van Groningen en alle andere papieren verbrand zijn. Ik meen door het Verzet tijdens de oorlog??
Tot mijn verbazing kreeg ik ook elders nauwelijks tot geen gehoor of medewerking.
Toch kon ik het bekertje niet vergeten, het bleef me af en toe “roepen”.
En toen verscheen het boek van Guus Luijters en ik kocht het. Thuis gekomen heb ik na bijna 3 kwartier zoeken (960 bladzijden) gevonden waarop ik vurig hoopte: de namen van Paul en Eva de Groot, hun geboorte – en overlijdensdata, hun adres in Groningen en zelfs een foto van hun beiden samen met hun ouders, alleen tot mijn verrassing blond met lichte ogen. Paul als stoer jongetje van 10 jaar rechtop achter zijn kleine zusje, twee maanden voordat ze vermoord werden! Ik had het gevoel dat hij mee aankeek.
Toen heb ik gehuild en hem hardop beloofd dat ik opnieuw zou proberen zijn bekertje terug te brengen naar waar het hoort: zijn nog in leven zijnde familie.
Miijn hoop was gevestigd op Guus Luijters en ik schreef hem een brief. Hij had immers een foto gekregen voor zijn boek, en gegevens, zoals hun laatste adres in Groningen en hun geboorte- en overlijdensdata? Van wie?
Mijn verzoek om hulp werd door hem beloond en toen kon ik eindelijk doen wat ik al zo lang wilde en moest doen; Paul zijn bekertje, dat al 70 jaar op hem wachtte aan hem teruggeven. Zo voelt het althans voor mij.

Toen het gehaald werd heb ik het in stilte de wens meegegeven dat het nog vele generaties in de familie mag blijven en zijn eigen verhaal mag vertellen, het verhaal van een klein, blond, joods jongetje, Paul de Groot, die op zijn 1ste verjaardag een zilveren bekertje kreeg met zijn in prachtige letters gegraveerde monogram en geboortedatum erop en de datum van zijn 1ste verjaardag.
Dat het bij mag dragen aan een heel klein beetje geluk in het leven van u allen.

Vrede zij met u!

All rights reserved

Media