Julius Busack trouwde in 1908 met Helene Kugelmann in haar geboortestad Korbach in Hessen. Julius en Helene woonden in Meurs (vlakbij Essen) en hadden drie kinderen: Liese (1909), Lore in (1913) en Paul (1917). In de Steinstraße 45 in Meurs dreef Julius een winkel in heren- en jongenskleding. Helene overleed in 1933 en maakte daardoor de ellende die ontstond na de machtsovername van Hitler niet mee. In 1937 werd Julius’ winkel geconfisqueerd en vluchtte hij naar Amsterdam. Hij kwam in maart 1939 op de Stadionweg 57 op kamers wonen, zijn tweede adres in Amsterdam. Julius werd op 19 september 1942 in Westerbork geregistreerd en twee dagen later al in de trein gezet naar Auschwitz. Hij is daar geselecteerd om te werken en is er eind oktober 1943 bezweken.
Op de Steinstraße 45 in Meurs werd in 2014 een Stolperstein voor Julius Busack geplaatst, op initiatief van een school. Op Stadionweg 57 in Amsterdam gebeurde hetzelfde op in 2026 op initiatief van de huidige bewoners.
De drie kinderen Busack overleefden de oorlog. Zijn tweede dochter Lore trouwde in 1939 in Amsterdam met de Krefelder Hans Lange. Julius was getuige bij het huwelijk. Lore en Hans woonden in Amersfoort. In augustus 1942 doken ze onder bij de familie Van As in de voormalige windmolen bij het stoomgemaal in Nijkerk. Aan het eind van de oorlog wilden de Duitsers het gemaal opblazen, maar Hans en zijn onderduikgever wisten dat met een list te voorkomen. Na de oorlog gingen Lore en Hans terug naar Amersfoort om in 1950 naar Australië te emigreren waar de oudste zus van Lore, Liese, op hen wachtte. Hun zoon was in 2025 in Nijkerk, toen daar het verhaal van het niet-opblazen nagespeeld werd! Zoon Paul Busack vluchtte tijdig naar England, veranderde zijn naam in Peter Bently. Hij overleed in Londen in 2012.