Verhaal

Marcus Hamme en Keetje Tromp

Op 26 augustus 1932 traden Marcus Hamme en Keetje Tromp in het huwelijk.  Zij kregen twee dochters.

Marcus Hamme was leraar boekhouden aan de hbs in Oud-Beijerland en werkte als boekhouder bij de bank van zijn zwager Hartog Koopman. Na zijn huwelijk met Keetje Tromp vestigden zij zich in Rotterdam. Van daaruit ging Marcus Hamme elke dag met de stoomtrein naar Oud-Beijerland. Toe in de loop van 1942 de bezetter steeds meer maatregelen uitvaardigde waaronder het verbod om van het openbaar gebruik te maken, verhuisde het gezin naar Oud-Beijerland. Op 29 oktober 1942 werd het gezin van Marcus Hamme en Keetje Tromp gesommeerd Oud-Beijerland te verlaten en naar Amsterdam te gaan. In Amsterdam trokken ze in in de Zuider Amstellaan 75 hs, het huis van de weduwnaar Aron Kukenheim. Op 20 juni 1943 vond in Amsterdam een grote razzia plaats. Vermoedelijk is toen Marcus Hamme opgepakt en gedeporteerd. 

Keetje Tromp was met haar twee dochters ondergedoken; zij hebben de oorlog overleefd.

Bron: Joods erfgoed Den Haag