Biografie

Het lot van Hartog Vogel en zijn vrouw Schoontje Wertheijm.

Hartog Vogel was een zoon van Isaac Vogel en Trijntje Lubig. Hij was geboren in Amsterdam op 6 April 1893 en werkte als arbeider in de Amsterdams haven. Op 4 Maart 1925 trouwde de toen 31-jarige Hartog Vogel met de 32-jarige Schoontje Wertheijm, die op 9 Mei 1892 in Amsterdam geboren was als dochter van Levie Wertheijm en Heintje Vogel.

Hun beider zoon Levie was echter al 9 jaar eerder geboren: op 24 September 1916. Schoontje Wertheijm, toen 24 jaar oud, dienstbode en wonende op de Nieuwmarkt, erkende haar zoon Levie bij zijn geboorte en Hartog Vogel erkende zijn zoon ten tijde van zijn huwelijk met Schoontje in 1925.

Voordat Hartog en Schoontje in Maart 1925 samen gingen inwonen bij zijn schoonmoeder Heintje Vogel, die al sinds December 1903 weduwe van zijn schoonvader Levie Wertheijm geworden was, had Hartog woonruimte bij Juda Wurms in de Foeliestraat 38 gevonden. In Mei 1922 woonde hij in bij de weduwe van Mozes van Kleef  in de Valkenburgerstraat 12 hs, van waar hij in September 1924 verkaste naar huisnummer 9 2-hoog-achter. In de zomer van 1936 verhuisde het gezin naar de Rapenburgerstraat 44 1-hoog/achter.

Hartog Vogel kreeg in het voorjaar van 1942 een oproep voor één van de Joodse Werkkampen in Noord Nederland, al is het niet bekend waar hij toen tewerkgesteld werd. Maar vanuit dat werkkamp werd Hartog op 31 Augustus 1942 via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz met nog 559 andere slachtoffers.

Dat transport was een z.g. Cosel transport. De deportatietrein maakte een tussenstop in het plaatsje Cosel, ca 80 km westelijk van Auschwitz gelegen, waar toen 200 jongens en mannen tussen 15 en 50 jaar gedwongen werden de trein te verlaten, om vervolgens als dwangarbeiders in de omliggende werkkampen in Opper Silezië te worden tewerkgesteld. Zij kwamen terecht in Niederkirch – Fürstengrube – Graditz en andere plaatsen van het ressort Gross Rosen en tenslotte in Langenbielau/Reichenbach.

Een samenvatting van de conclusies aangaande het lot van de mannen van dit transport, zoals gesteld in de brochure Auschwitz deel 3 – de Coselperiode - luidt (ook betrekking hebbend op Hartog Vogel): Tenzij, in individuele gevallen anders blijkt en met inachtneming overigens van de gestelde algemene conclusies, moeten de in Cosel uitgestapte mannen van het transport van 31 Augustus 1942 worden geacht te zijn overleden: na 3 September 1942, doch uiterlijk 31 Maart 1944 in Fürstengrube (Opper-Silezië,Polen) of in een der arbeidskampen in Neder-Silezië (Polen). (Zie ook Meer over het transport van 31 Augustus 1942)

In tegenstelling tot wat haar man Hartog overkwam, kreeg Schoontje Wertheijm een “Sperre wegens functie” van de Joodse Raad. Haar registratiekaart vermeld het nummer van die vrijstelling: 23/96981. Nummers, gelegen tussen de 80.000 en 100.000 werden feitelijk beschouwd als Joodse Raadstempels. Haar Joodse Raadkaart vermeld verder dat zij al 20 jaar als koopvrouw in groente en fruit werkzaam was. Niet ondenkbaar is dat de Joodse Raad haar heeft ingezet bij de distributie van groente en fruit, alhoewel daar geen vermelding van gemaakt is op haar Joodse Raadkaart. Wel is daarop vermeld dat ten tijde van haar registratie haar man al in Duitsland was.....

De “vrijstelling van deportatie tot nader order” bleek in de tweede helft van Mei 1943 te zijn vervallen. Op bevel van de Duitsers en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung moeten zich op 25 Mei 1943 7000 Joden melden aan de Polderweg in Amsterdam-Oost voor vertrek naar Westerbork. Ongeveer 1600 geven gehoor aan die oproep en komen op eigen gelegenheid naar het verzamelterrein.

Schoontje Vogel-Wertheijm zal zich daarbij hebben gevoegd. Zij komt die 25e Juni aan in Westerbork en komt terecht barak 63. Op 1 Juni wordt zij gedeporteerd naar Sobibor. Een massaal transport vertrekt dan uit Westerbork met meer dan 3000 andere gedeporteerden. Aankomst in Sobibor op 4 Juni 1943 waarbij Schoontje Vogel Wertheijm en op één na alle anderen, direct in de gaskamers worden vermoord. De enige overlevende van dat transport was Jules Schelvis.

Bronnen o.a. Stadsarchief Amsterdam, gezinskaart Hartog Vogel, archiefkaarten Hartog Vogel, Schoontje Wertheijm en Levie Vogel; Amsterdamse geboorteakte nr. 11164 van 26 September 1916 van Levie Vogel;  Rode Kruis Publicatie Auschwitz 3 – de Coseltransporten  uit 1952; Amsterdamse woningkaarten van Markenplein 1, Valkenburgerstraat 12 en Rapenburgerstraat 44 I; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Hartog Vogel en Schoontje Vogel-Wertheijm en de website Jodentransporten vanuit Nederland.nl.

Alle rechten voorbehouden